Kamervragen zonder Antwoord
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252616 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vraag | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 252616 |
Op hoeveel douaneaangiften sinds 1 januari 2022 voor goederen die via Nederlandse zee- of luchthavens dan wel onder douanetoezicht gestelde locaties zijn vervoerd, waren goederen betrokken die vielen onder: (a) bijlage I van Verordening (EU) 2021/821, waarop artikel 7 van die verordening van toepassing kan zijn; (b) bijlage VII van Verordening (EU) nr. 833/2014; (c) bijlage XL of bijlage XLVIII van die verordening; of (d) een nationale aanvullende controlemaatregel? Kan de regering deze aantallen uitsplitsen naar jaar, GN/CN-code, land van verzending, land van bestemming en douaneregeling, en per categorie aangeven hoeveel vergunningen zijn aangevraagd, verleend en geweigerd? Indien over goederenstromen die onder douanetoezicht door Nederland zijn vervoerd zonder dat een vergunningplicht gold geen betrouwbare statistiek beschikbaar is: welke gegevens worden hierover wél in de douanesystemen vastgelegd, en waarom kunnen deze niet worden benut voor risicoanalyse van dergelijke stromen?
Heeft de regering naar aanleiding van de melding in augustus 2026 onderzocht of in Nederland gevestigde distributeurs, wederverkopers, tussenhandelaren of logistieke dienstverleners betrokken zijn geweest bij de verhandeling, de wederuitvoer, de doorvoer of het vervoer van modules van dit type dan wel van onderdelen daarvan? Zo niet, op grond van welke overweging is daarvan afgezien, welke aanleiding zou volgens de regering wél tot onderzoek nopen, en is zij bereid dit onderzoek alsnog binnen drie maanden uit te voeren?
Onder welke GN/CN-code wordt een complete Nvidia Jetson Orin NX-module naar het oordeel van de regering ingedeeld, en op grond van welke indelingsregels komt zij tot dat oordeel? Verschilt die indeling van die van de daarin geïntegreerde processor of van andere afzonderlijk verhandelbare componenten? Onder welke specifieke post van bijlage VII respectievelijk bijlage XL of XLVIII van Verordening (EU) nr. 833/2014 vallen achtereenvolgens de complete module, de geïntegreerde processor en die overige componenten, indien van toepassing?
Welke nationale Nederlandse vergunning- of meldingsplichten hebben sinds 1 januari 2022 gegolden voor halfgeleiders, processors, reken- of AI-modules en aanverwante elektronische componenten die niet in bijlage I van Verordening (EU) 2021/821 zijn opgenomen? Kan de regering per maatregel aangeven op welke data deze in werking is getreden, is gewijzigd of is ingetrokken, en hoeveel vergunningen of meldingen daarop betrekking hadden? Kan de regering voorts toelichten waarom zij het aangewezen acht productieapparatuur en -technologie voor halfgeleiders onder nationale controle te brengen, terwijl afgewerkte reken- en AI-modules die aantoonbaar in Russische wapensystemen worden aangetroffen daar niet onder vallen? Acht zij die keuze, gelet op de recente bevindingen, nog houdbaar?
Indien de complete module, de daarin geïntegreerde processor of een ander relevant onderdeel onder een verbod of vergunningplicht valt: hoe verklaart de regering dat een in maart 2025 geproduceerde module in augustus 2026 in een Russisch wapensysteem werd aangetroffen? Indien geen van deze onder een verbod of vergunningplicht valt: onder welke omstandigheden kan voor de uitvoer, wederuitvoer, doorvoer of overdracht daarvan alsnog een vergunningplicht ontstaan op grond van Verordening (EU) 2021/821, waaronder de catch-allbepaling van artikel 4 en de nationale bevoegdheid van artikel 9, dan wel op grond van Verordening (EU) nr. 833/2014, en heeft de regering toepassing daarvan overwogen? Welke conclusie verbindt de regering aan deze bevinding voor de werking van het controlestelsel, los van de vraag welke lidstaat of welk derde land in dit geval betrokken was?
Hoeveel meldingen, signaleringen en ambtshalve geconstateerde vermoedens van overtreding of omzeiling van sanctie- en exportcontrolevoorschriften met betrekking tot strategische goederen zijn sinds 1 januari 2022 geregistreerd, uitgesplitst naar herkomst van het signaal? In hoeveel gevallen volgde een bestuurlijke maatregel, een aangifte of een opsporingsonderzoek, en in hoeveel een onherroepelijke veroordeling? Hoeveel vergunningaanvragen voor uitvoer, wederuitvoer of doorvoer van halfgeleiders en aanverwante modules zijn in dezelfde periode geweigerd, en op welke grond?
Welke systeemaanpassingen – in regelgeving, risicoprofilering, capaciteit of vergunningpraktijk – heeft de regering doorgevoerd naar aanleiding van de sinds 2022 in Nederland afgeronde onderzoeken en strafzaken naar export van micro-elektronica naar Rusland langs omwegen? Kan zij per aanpassing aangeven wanneer deze is ingevoerd en welk meetbaar effect zij heeft gehad? Indien geen aanpassingen zijn doorgevoerd: waarom is dit niet gebeurd?
Hoeveel fte waren binnen de Douane, de FIOD en het Openbaar Ministerie daadwerkelijk beschikbaar voor toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van strategische goederen en sanctiewetgeving, per 1 januari 2022 respectievelijk per 1 januari 2026? Indien een afzonderlijke registratie ontbreekt: hoeveel fte zijn volgens de meest recente formatie- of capaciteitsraming hiermee belast? Welke categorieën gegevens worden in de risicoprofielen van de Douane betrokken – waaronder bestemming, route, tussenhandelaar, GN/CN-code, eerdere overtredingen en afwijkende handelsstromen – en tot hoeveel nader onderzochte of tegengehouden zendingen heeft dat sinds 2022 geleid?
Op welke wijze houden de Nederlandse toezichthoudende instanties toezicht op de naleving van artikel 12g van Verordening (EU) nr. 833/2014, waaronder de contractuele verplichting tot het verbieden van wederuitvoer naar of voor gebruik in Rusland? Welke overgangstermijnen acht de regering daarbij toepasselijk voor de onderscheiden goederencategorieën, waaronder de goederen van bijlage XL, en op welke bepalingen baseert zij dat? Hoeveel controles hebben sindsdien plaatsgevonden, en in hoeveel gevallen is een schending of vermoedelijke omzeiling vastgesteld en gemeld? Indien dit aantal nihil of zeer beperkt is, beschouwt de regering dat als indicatie van goede naleving of van beperkt toezicht, en waarop baseert zij dat oordeel?
Op welke wijze wordt in Nederland toezicht gehouden op de naleving van artikel 12gb van Verordening (EU) nr. 833/2014, waaronder de verplichting dat in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die buiten de Unie gevestigde rechtspersonen, entiteiten of lichamen bezitten of controleren welke goederen van bijlage XL of XLVIII verkopen, leveren, overdragen of uitvoeren, ervoor zorgdragen dat deze passende risicobeoordelingen, beleidsmaatregelen, controles en procedures toepassen? Op welke wijze wordt daarbij tevens toegezien op de inspanningsverplichting van artikel 8a, waarmee artikel 12gb, derde lid, blijkens de toelichting van de Europese Commissie in samenhang moet worden gelezen? Welke concrete toezichtsinstrumenten worden gebruikt om vast te stellen of een onderneming daadwerkelijk aan deze verplichtingen voldoet, in hoeveel gevallen is dat sinds 26 december 2024 feitelijk gecontroleerd of gehandhaafd, en indien in geen enkel geval: waaraan schrijft de regering dat toe?
Acht de regering aanvullende verplichtingen voor producenten, distributeurs en tussenhandelaren van dual-usetechnologie noodzakelijk of wenselijk, nu fabrikanten aangeven na eerste verkoop geen zicht meer te hebben op de distributieketen terwijl dezelfde technologie in Russische wapensystemen wordt aangetroffen? Zo ja, hoe beoordeelt de regering achtereenvolgens verplichte serie- en batchnummerregistratie, verkoopregistratie, eindgebruikersverklaringen bij wederverkoop en een meldplicht bij ongebruikelijke wederverkoop, en op welke termijn brengt zij deze in? Zo niet, op welke gronden acht zij het huidige stelsel toereikend?
Is de regering voornemens versterking van de eindgebruikerscontrole en de traceerbaarheid actief in te brengen in de lopende evaluatie van Verordening (EU) 2021/821, zowel via de gerichte consultatie die op 11 september 2026 sluit als via de openbare consultatie? Ja of nee. Welke technische mogelijkheden – serienummerregistratie, unieke hardware-identificatie, cryptografische attestatie – acht zij voor geavanceerde reken- en AI-modules uitvoerbaar, en op welk onderzoek baseert zij dat oordeel? Is de regering voorts bereid te bepleiten dat traceerbaarheids- en zorgvuldigheidseisen die thans uitsluitend uit het sanctierecht voortvloeien – waaronder die voor de common high priority items van bijlage XL bij Verordening (EU) nr. 833/2014 – structureel in het dual-usekader van Verordening (EU) 2021/821 worden verankerd, zodat zij niet afhankelijk blijven van het voortbestaan van een sanctieregime? Kan de regering de Kamer haar concept-inbreng en haar definitieve inbreng in beide consultaties doen toekomen?
De exportcontrole ziet op de fysieke uitvoer van chips. Wie diezelfde chips niet koopt, maar de rekenkracht ervan op afstand huurt in een datacentrum buiten de Unie, heeft geen vergunning nodig. Acht de regering dit onderscheid houdbaar? Is zij bereid dit punt eveneens in te brengen in de evaluatie zoals genoemd in de vorige vraag?
Hoeveel individuele entiteiten heeft Nederland sinds 1 september 2025 bij de bevoegde EU-instanties voorgedragen of verzocht te laten aanwijzen wegens betrokkenheid bij omzeiling van de sancties tegen Rusland? Voor hoeveel daarvan is een aanwijzing tot stand gekomen, hoeveel zijn nog in behandeling en hoeveel zijn niet overgenomen? Welke oorzaken ziet de regering voor eventuele vertraging, en welke concrete procedurele wijziging bepleit zij?
Welke afspraken bestaan tussen Nederland en de bevoegde Amerikaanse autoriteiten, waaronder het Bureau of Industry and Security, over informatiedeling wanneer westerse technologie in Russische wapensystemen wordt aangetroffen? Kan de regering per instantie aangeven of zij naar aanleiding van de melding van augustus 2026 informatie opgevraagd over herkomst, distributieketen en tussenhandelaren van de betrokken module – bij die autoriteiten, bij de Oekraïense autoriteiten, dan wel bij de fabrikant? Zo ja: welke relevante informatie is daarbij verkregen? Zo niet: waarom niet?
Is de regering bereid de Kamer uiterlijk 1 december 2026 een overzicht te doen toekomen van: (a) componenten die sinds 2022 in Russisch wapentuig zijn aangetroffen en waarvoor de Nederlandse autoriteiten aanwijzingen hebben dat zij via Nederland zijn verhandeld, vervoerd of doorgevoerd, met vermelding van het aantal zaken; (b) de daarop gevolgde handhavingsacties; (c) de doorlooptijd tussen signalering en interventie; en (d) de betrokken bestemmingen en, voor zover bekend, de betrokken tussenhandelaren en doorvoerlanden? Indien gegevens niet tot individuele zaken herleidbaar kunnen worden verstrekt: kan de regering deze geanonimiseerd en geaggregeerd verstrekken, waarbij per zaak een consistent geanonimiseerd kenmerk wordt gehanteerd zodat dezelfde zaak in latere antwoorden herkenbaar blijft?
Kan de regering deze vragen uiterlijk drie weken na dagtekening beantwoorden? Indien volledige beantwoording binnen die termijn niet mogelijk is, kan de regering dan binnen die termijn per vraag aangeven welke informatie nog ontbreekt, welke instantie daarvoor verantwoordelijk is en op welke concrete datum de betreffende vraag alsnog wordt beantwoord?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-ek-252616.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.