Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het gebrek aan maatschappelijk draagvlak voor het convenant toekomstbestendige gewasbescherming (ingezonden 19 augustus 2026).

Vraag 1

Kent u de brief «Geen convenant toekomstbestendige gewasbescherming zonder maatschappelijke organisaties» van negen natuur- en gezondheidsorganisaties?1

Vraag 2

Waarom noemt u in uw Kamerbrief2 niet dat Natuur & Milieu en LandschappenNL, die aan de convenantstafel zaten, niet hebben getekend vanwege een gebrek aan ambitie in de convenantstekst?3 Bent u bereid dit met onderliggende redenen alsnog in een brief naar de Kamer te communiceren? Zo nee, waarom bent u niet transparant en informeert u de Kamer niet proactief volledig?

Vraag 3

Deelt u het inzicht dat het convenant, dat antwoord zou moeten geven op maatschappelijke zorgen, geklapt is nu het niet kan rekenen op draagvlak onder maatschappelijke partijen? Zo nee, op welk bewezen maatschappelijk draagvlak baseert u zich dan?

Vraag 4

Wat vindt u ervan dat het convenant door geen enkele maatschappelijke partij wordt ondersteund?

Vraag 5

Welke redenen hebben deze organisaties aangevoerd om het convenant op hoofdlijnen niet te tekenen? Kunt u per reden aangeven waarom het ministerie deze wensen niet heeft overgenomen?

Vraag 6

Kunt u uitgebreid beschrijven welke pogingen u heeft ondernomen om aan de redenen van de maatschappelijke partijen tegemoet te komen?

Vraag 7

Zijn er gezondheidsexperts betrokken geweest bij het opstellen van het hoofdlijnenconvenant? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet gezien de groeiende zorgen over de impact van bestrijdingsmiddelen op gezondheid?

Vraag 8

Deelt u de mening dat het cruciaal is om gezondheidsexperts te betrekken bij een convenant dat gaat om de gezondheid van mens, dier en milieu? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9

Bent u van plan om bij het opstellen van alle deelconvenanten gezondheidsexperts een plek aan tafel te geven? Zo ja, wie en op welke manier wilt u ze erbij betrekken?Zo nee, waarom niet?

Vraag 10

Klopt het dat uw eerste «bouwsteen» voor het convenant het formuleren van een reductiedoel was?4 Waarom staat er geen reductiedoel in het hoofdlijnenconvenant?

Vraag 11

Op welke manier denkt u dat de «omgevingsdialoog» die wordt voorgesteld in het convenant succesvol kan zijn wanneer geen enkele maatschappelijke organisatie dit onderschrijft? Bent u ermee bekend dat zulke «omgevingsdialogen» mislukt zijn rondom Schiphol en Tata Steel en hebben geleid tot rechtszaken en grote frustaties bij omwonenden?

Vraag 12

Bent u het eens dat de meest effectieve vorm van «polarisatie verminderen» (wat als doel wordt gesteld in het hoofdlijnenconvenant) is het zorgen voor stevige maatregelen die de gezondheid van mens, dier en milieu waarborgen en zo de terechte zorgen van mensen wegnemen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 13

Vindt u mensen die hun zorgen uiten over de gevolgen van landbouwgif polariserend? Zo nee, wat is in deze context dan precies uw definitie van polarisatie?

Vraag 14

Erkent u dat omwonenden, toezichthouders en zelfs wetenschappers al jarenlang worden bedreigd door mensen uit de sector, omdat ze zich zorgen maken over de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen of gewoon hun werk doen? Erkent u dat dit ervoor heeft gezorgd dat veel omwonenden zich niet durven uit te spreken? Op welke manier gaat u deze intimidatie concreet aanpakken en omwonenden beschermen?

Vraag 15

Kunt u bevestigen dat gezondheidsrisico’s voor agrariërs, omwonenden en consumenten geen onderdeel vormen van de milieubelastingspunten-systematiek? Waarom wordt er dan uitsluitend op milieubelastingspunten gestuurd in het convenant? Bent u het eens met de conclusie dat hierdoor gezondheidsrisico’s buiten beschouwing blijven? Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich precies?

Vraag 16

Erkent u dat zelfs de ontwikkelaars van de milieumeetlat en de milieu-indicator Gewasbescherming (MIG) aangeven dat hun methodiek niet gebruikt kan worden als milieukwaliteitsnorm?5 Zijn deze ontwikkelaars betrokken geweest bij het convenantstraject? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier is hun inbreng meegenomen in het einddocument?

Vraag 17

Gaat u zelf aanvullende doelen en maatregelen voorschrijven die wél zorgen voor een vermindering van de gezondheidsrisico’s, zoals inzetten op strengere gezondheidseisen bij de toelating en een algemeen reductiedoel voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Zo nee, op welke manier beantwoordt u dan aan de zorgen die leven over onder andere Parkinson, ALS en verschillende vormen van kanker als gevolg van pesticiden?6

Vraag 18

Waarom is de Natuurherstelverordening, die reeds van kracht is, niet opgenomen bij het wettelijk kader waaraan het convenant (ten minste) moet voldoen, terwijl het cruciaal is voor bescherming van natuur, dier en mens? Bent u bereid dit alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 19

Herinnert u zich de aangenomen motie-Kostic c.s. (Kamerstuk 21 501-08, nr. 942) waarin u wordt opgeroepen om de afspraken over natuurbescherming tijdig na te komen en maatregelen te nemen om de negatieve trend voor verschillende dierpopulaties (onder andere bestuivers) zo snel mogelijk te keren? Kunt u een volledige opsomming maken van maatregelen die sinds de motie is aangenomen concreet zijn genomen om de negatieve trend voor verschillende dierpopulaties te keren en welk aantoonbaar resultaat dat heeft gehad?

Vraag 20

Erkent u dat bestuivers onmisbaar zijn voor onze voedselzekerheid en dat het dus een hoge prioriteit zou moeten hebben om ze te beschermen («geen bijen, geen voedsel»)? Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich?

Vraag 21

Bent u bekend met het recente nieuws waarin experts aangeven dat «draconische maatregelen» nodig zijn om de drastische achteruitgang van bestuiverpopulaties te keren?7

Vraag 22

Erkent u deze conclusies? Zo ja, welke concrete extra effectieve maatregelen gaat u nemen, en welke tijdlijn hoort daarbij? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?

Vraag 23

Deelt u het inzicht dat het stoppen van de achteruitgang van bestuivers (maar ook veel andere diersoorten) en het beschermen van Natura 2000-gebieden niet kan zonder het flink reduceren van landbouwgif? Zo nee, waarom niet en op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich? Zo ja, waarom is dit niet opgenomen in het convenant?

Vraag 24

Erkent u dat stevigere maatregelen omtrent pesticiden dan nu beschreven in het convenant nodig zijn om de negatieve trend van verschillende dierpopulaties, in het bijzonder bestuivers, te keren? Zo nee, op grond van welk wetenschappelijk onderzoek denkt u daar anders over?

Vraag 25

Hoe wordt geborgd dat het convenant aantoonbaar zorgt voor bescherming van bestuivers signficant en tijdig bijdraagt aan het stoppen van de negatieve trend van verschillende dierpopulaties zoals bestuivers? Wat heeft u hierover van wetenschappers gehoord?

Vraag 26

Erkent u dat het er stevigere maatregelen genomen kúnnen worden dan nu in het convenant zijn opgenomen? Beaamt u dat door het niet nemen van die stevigere maatregelen de negetatieve trend voor verschillende dierpopulaties niet «zo snel mogelijk» (zoals de bovengenoemde motie vraagt) wordt gekeerd? Zo nee, waarom niet?

Vraag 27

Erkent u dat de volgende bestaande beleidsdoelen niet gehaald kunnen worden zonder een forse reductie van het gebruik en van de impact van pesticiden: geen water-normoverschrijdingen in 2027, nagenoeg geen emissies naar het milieu in 2030 en 15% biologisch landbouwareaal in 2030? Zo nee, waarom niet?

Vraag 28

Deelt u de mening dat uit de Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 blijkt dat stevigere maatregelen nodig zijn?8 Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich?

Vraag 29

Welk doel zou nog gesteld kunnen worden voor 2040, als het bestaande beleidsdoel voor 2030 al is «nagenoeg geen emissies naar het milieu» en «vrijwel zonder residuen op producten»?9 Erkent u dat dat alleen kan zijn «helemaal geen emissies» en «helemaal geen residuen», en dat elke andere formulering eigenlijk neerkomt op opnieuw het vooruitschuiven van de doelen uit de Toekomstvisie gewasbescherming 2030? Zo nee, waarom niet?

Vraag 30

Herinnert u zich dat het kabinet in 2013 schreef dat «uiterlijk 2023 moet voldaan zijn aan alle (inter)nationale eisen op het gebied van milieu en water, voedselveiligheid, menselijke gezondheid en arbeidsomstandigheden»?10 En dat de Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 aangeeft dat de doelen uit de nota Gezonde Groei Duurzame Oogst (GGDO) voor 2023 niet gehaald zijn?11 Waarom is dit volgens u niet gelukt? Welke belangengroepen hebben zich hiertegen verzet? Welke sectoren hebben niet aan dit doel voldaan?

Vraag 31

Kunt u zich voorstellen dat het vertrouwen van burgers in de politiek en in convenanten niet groot is, na jarenlange valse beloftes en het niet nakomen van afspraken over terugbrengen van landbouwgif en het beschermen van natuur, mensen, dieren en milieu? Zo nee, hoe denkt u dan dat mensen die verbetering willen zich voelen en hoe reflecteert u zelf op het jarenlang falende beleid?

Vraag 32

Klopt het dat u schreef speciale aandacht te willen voor stoffen die kandidaat zijn om te worden vervangen, en stoffen die de waterkwaliteitsnormen overschrijden?12 Waarom wordt in het hoofdlijnenconvenant hier niet specifiek aandacht aan gegeven? Gaat u, omdat dit niet terugkomt in het convenant, zelf maatregelen aankondigen die deze zeer schadelijke landbouwgiffen verbieden of beperken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 33

Waarom is in het hoofdlijnenconvenant geschreven dat de onafhankelijke gegevensautoriteit gewasbescherming een publiek-private samenwerking wordt? Wordt de autoriteit hiermee een publieke of een privaatrechtelijke instantie? Hoe gaat dat er precies uitzien en welke vergelijkbare instanties kennen we op andere dossiers? Zijn er andere opties hierin overwogen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Vraag 34

Deelt u het inzicht dat burgers recht hebben op milieu-informatie, waaronder spuitgegevens van telers in hun leefomgeving, en kunt u bevestigen dat het Verdrag van Aarhus dit ook vastlegt? Zo nee, kunt u het juridische advies waar u zich op baseert met ons delen?

Vraag 35

Kunt u toezeggen dat burgers toegang krijgen tot spuitgegevens, of dit nu bij een onafhankelijke autoriteit ligt, of bij het Rijk (zoals ook de Algemene Rekenkamer adviseert inzake handhaafbaarheid13)? Zo nee, waarom niet? Hoe reflecteert u op het advies van de Algemene Rekenkamer hierover?

Vraag 36

Erkent u dat de Holtingerveld-uitspraak inhoudt dat agrariërs moeten kunnen aantonen dat het landbouwgif dat zij spuiten geen significante schade kan toedoen aan Natura 2000-gebieden, en dat anders een vergunningplicht geldt?14 Waarom wordt in het hoofdlijnenconvenant deze vergunningplicht niet opgenomen? Op welke andere manieren wordt deze uitspraak van de Raad van State opgevolgd en kunt u de juridische adviezen daarover met ons delen?

Vraag 37

Erkent u dat rechters gemeentes hebben gewezen op de gevaren van het intensieve gifgebruik van de lelieteelt binnen 250 meter van woningen15 en dat de zorgplicht voor gemeentes hiervoor geldt?16 Waarom bevat het convenant niet de concrete handvatten voor gemeentes en provincies om deze rechterlijke uitspraken op te volgen, zoals u zelf heeft gezegd dat nodig was?17 Waarom laat u iedereen die in de buurt van zulke teelten moet verblijven (schoolgaande kinderen, omwonenden, ouderen, etc.) hiermee in de steek?

Vraag 38

Deelt u het inzicht dat een convenant, dat geen opvolging geeft aan deze zeer relevante rechterlijke uitspraken, ondermijnend is aan het gezag van de hoogste bestuursrechter? Zo nee, waarom niet?

Vraag 39

Op welke andere manier zorgt u dat navolging wordt gegeven aan deze rechterlijke uitspraken, die voortgekomen zijn uit zeer terechte zorgen van burgers over de natuur en hun eigen gezondheid?

Vraag 40

Bent u bereid zelf, vanuit het algemeen belang, reductiedoelen te stellen voor het gebruik én de impact van landbouwgif en extra maatregelen te nemen waarmee alle bestaande beleidsdoelen (op tijd) gehaald kunnen worden en die recht doen aan de genoemde rechterlijke uitspraken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kunnen we deze tegemoetzien?

Vraag 41

Kunt u toelichten waarom het convenant consequent spreekt over vermindering van de «milieu-impact» of «milieubelasting», in plaats van reductie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder van de meest giftige stoffen? Onderschrijft u dat dit onderscheid tot onduidelijkheid kan leiden over wat het convenant feitelijk beoogt te bereiken? Zo nee, waarom niet?

Vraag 42

Is reductie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en in het bijzonder van meest giftige stoffen wel een doel van dit convenant? Bent u bereid dit expliciet toe te voegen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 43

Kunt u bevestigen dat de onderliggende milieu-impact-indicator (de milieumaatlat van CLM, die wordt doorontwikkeld tot de milieu-indicator Gewasbescherming) oorspronkelijk is ontwikkeld voor advies en gesprek met telers, en niet om als norm te fungeren? Klopt het dat in die onderliggende modellen belangrijke emissieroutes, zoals verdamping en uitspoeling naar sloten, onvoldoende of niet zijn meegenomen? Zo niet, welke aanleiding heeft u om te denken dat dit wel het geval is?

Vraag 44

Deelt u de zorg dat het gebruik van deze indicator als sturingsinstrument in het convenant daarmee een minder bedreigend, en mogelijk misleidend, beeld geeft van de daadwerkelijke milieurisico's van het gebruik van pesticiden door de sector? Zo nee, waarom niet en hoe onderbouwt u dat wetenschappelijk (graag met verwijzing naar wetenschappelijke bronnen)?

Vraag 45

Bent u bereid te onderzoeken of, en zo ja hoe, de indicator kan worden aangevuld met emissieroutes als verdamping en uitspoeling, voordat deze een sturende rol krijgt binnen het convenant?

Vraag 46

Deelt u de zorg dat de nadruk op techniek vooral gericht is op het in stand houden van het bestaande gebruikspatroon van pesticiden, in plaats van op een fundamentele vermindering van de afhankelijkheid daarvan? Zo nee, hoe onderbouwt u dat wetenschappelijk?

Vraag 47

Kunt u aangeven op basis van welke criteria wordt bepaald wanneer voor gebiedsgericht en wanneer voor landelijk beleid wordt gekozen, aangezien dit uit de convenanttekst niet eenduidig valt af te leiden?

Vraag 48

Deelt u de opvatting dat in een convenant dat bedoeld is om de gezondheid van mens, dier en natuur te beschermen het voorzorgsbeginsel centraal moet staan? Zo nee, waarom niet?

Vraag 49

Deelt u de opvatting dat het expliciet ontbreken van het voorzorgsbeginsel in de convenanttekst een risico vormt voor de bescherming van mens en natuur, met name in situaties waarin wetenschappelijke onzekerheid bestaat over de effecten van middelen? Zo nee, waarom niet en hoe onderbouwt u dat?

Vraag 50

Bent u bereid het voorzorgsbeginsel alsnog als expliciet uitgangspunt op te nemen in het hoofdlijnenconvenant? Bent u bereid om het voorzorgsbeginsel als expliciet uitgangspunt op te nemen in de deelconvenanten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 51

Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden voor het commissiedebat over het ontwerpNatuurplan?


X Noot
1

Aardige Buren, 31 juli 2026, 20260731-Brief-AARDige-Buren-convenant-toekomstbestendige-gewasbescherming.pdf

X Noot
2

Kamerstuk 27 858, nr. 770

X Noot
3

de Volkskrant, 15 juli 2026, Convenant over vermindering van pesticiden gaat niet ver genoeg volgens natuurorganisaties | de Volkskrant

X Noot
4

Kamerstuk 27 858, nr. 745

X Noot
5

CLM, 6 juli 2026, CLM publiceert memo over correct gebruik van de Milieumeetlat | CLM Onderzoek en Advies

X Noot
6

6.1: P.L. Gamache, I. Salem, N. Roux-Dubois., J. Le Bouthillier, Z. Gan-Or & N. Dupré, «Exposure to pesticides and welding hastens the age-at-onset of Parkinson’s disease», Canadian Journal of Neurological Sciences 2019, 46(6), p. 711–716; A.M. Malek e.a., «Pesticide exposure as a risk factor for amyothrophic lateral sclerosis: A meta-analysis of epidemiological studies», Environmental Research 2012, afl. 117, p. 112–119;

6.2: NOS, 11 oktober 2024, Doodsoorzaak dochter van Franse bloemist erkend: kwam door pesticiden;

6.3: Nederlands Tijdschrift voor Oncologie, augustus 2024, Grote Amerikaanse studie: pesticiden verhogen risico op kanker net zo veel als roken dat doet – NTVO

X Noot
7

NU.nl, 8 april 2026, Aantal bijen daalt enorm: «draconische maatregelen» nodig om tij te keren | Binnenland | NU.nl

X Noot
8

Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, juni 2025, Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 | Rapportagejaren 2020–2024

X Noot
9

Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, Nagenoeg zonder emissies naar het milieu en vrijwel zonder residuen op producten | Toekomstvisie gewasbescherming

X Noot
10

Gezonde Groei, Duurzame Oogst Tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023, https://open.overheid.nl/documenten/ronl-archief-aaa2dc4c-64ac-4f50-a1eb-f521d4d03350/pdf

X Noot
11

Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, juni 2025, Monitoring Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 | Rapportagejaren 2020–2024

X Noot
12

Kamerstuk 27 858, nr. 745

X Noot
13

Algemene Rekenkamer, 20 mei 2026, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Diergezondheidsfonds | Algemene Rekenkamer

X Noot
14

Raad van State, 2 april 2025, Uitspraak 202104808/1/R2 | Raad van State

X Noot
15

de Rechtspraak, 22 juli 2025, Tijdelijk verbod op gebruik gewasbeschermingsmiddelen bij lelieteelt | Rechtspraak

X Noot
16

de Rechtspraak, 2 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1051, Rechtbank Noord-Nederland, LEE 25/5237

X Noot
17

Nieuwe Oogst, 9 juni 2026, Erkens wil einde maken aan postcodebeleid bij gewasbescherming – Nieuwe Oogst

Naar boven