Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de vijfde Ministerial Conference on Feminist Foreign Policy (ingezonden 2 juli 2026).

Vraag 1

Waarom heeft Nederland, ondanks aanwezigheid bij de vijfde Ministerial Conference on Feminist Foreign Policy, in tegenstelling tot andere landen de politieke verklaring niet ondertekend?1

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat de inhoud van de verklaring aansluit bij de Nederlandse inzet op gendergelijkheid en buitenlandbeleid? Zo nee, op welke punten wijkt de inhoud van de verklaring af van het Nederlandse beleid?

Vraag 3

Deelt u de mening dat de verklaring niet verplicht tot bijvoorbeeld het overnemen van terminologie maar wel een sterk internationaal signaal zou afgeven, mede gezien het feit dat Nederland eerder zelf de tweede conferentie hierover heeft georganiseerd? Kunt u hier een toelichting op geven?

Vraag 4

Deelt u de mening dat als de inhoud van de verklaring aansluit bij het beleid dat Nederland voert en de waarden die Nederland uitdraagt het goed zou zijn om alsnog aan te sluiten bij de verklaring? Waarom wel of niet? Wat zou er voor nodig zijn om dit wel te doen?

Vraag 5

Deelt u de mening dat het alsnog ondertekenen van de verklaring in lijn is met de aangenomen motie-Kröger (Kamerstuk 36 945 XVII, nr. 9) over het internationaal positioneren van Nederland als voorvechter van vrouwenrechten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Welke rol ziet u voor Nederland in toekomstige conferenties over feministisch buitenlands beleid?

Naar boven