Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2009-2010LXXXIV nr. E

LXXXIV Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

E VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN K.B. TE Z.2 BETREFFENDE BELASTINGSCHULD

Vastgesteld 6 april 2010

Klacht

Verzoekster klaagt dat zij nog een belastingschuld heeft terwijl uit de schulduitdelingslijst in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) blijkt dat bedragen aan de Belastingdienst zijn uitbetaald. Ook klaagt zij over gebrek aan informatie door de Belastingdienst.

Feiten

Verzoekster heeft van november 2005 tot november 2008 in de WSNP gezeten. In deze periode is voor de tot 15 november 2005 ontstane schulden een regeling getroffen waarin zij zoveel mogelijk haar schulden moest voldoen. De betalingen aan de Belastingdienst betroffen ook schulden van voor 15 november 2005. De rechter-commissaris heeft aan verzoekster in een brief over de beëindiging van de schuldsanering en de verlening van de schone lei meegedeeld dat de schone lei geen betrekking heeft op schulden die na 15 november 2005 ontstaan. De onderhavige aanmaning van 11 augustus 2009 heeft betrekking op het belastingjaar 2006 en valt daarmee niet onder de schuldsanering. Dat geldt ook voor de aanslag over het jaar 2007. Verzoekster heeft tegen de laatste aanslag een bezwaarschrift ingediend waarop afwijzend is beslist. Zij is niet in beroep gegaan.

In december 2008 heeft verzoekster een klacht ingediend. Op 24 februari en 19 maart heeft de Belastingdienst haar per brief gevraagd contact op te nemen. Verzoekster heeft hierop niet gereageerd zodat de klacht buiten behandeling is gesteld op 31 maart 2009; de brief van verzoekster van 30 maart 2009, die niet bekend is bij de Belastingdienst, heeft deze brief gekruist.

Overwegingen

Verzoekster begrijpt niet dat zij toch nog een belastingschuld heeft terwijl in het kader van de sanering natuurlijke personen belastingschulden zijn betaald.

Oordeel van de commissie3

Niet gebleken is dat de Belastingdienst verzoekster onzorgvuldig heeft behandeld.

De belastingschulden waarover verzoekster klaagt, zijn immers pas in 2006 en 2007 ontstaan en vielen daarmee buiten de termijn waarop de schuldsanering betrekking had. Omdat verzoekster bij de ontvanger van de Belastingdienst een verzoek kan indienen tot een betalingsregeling of kwijtschelding, is voldoende tegemoetgekomen aan de klacht van verzoekster.

Verzoekster heeft niet aangetoond dat haar klacht niet zorgvuldig is behandeld.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie,

Quik-Schuijt

De griffier van de commissie,

De Gier


XNoot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

XNoot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

XNoot
3

De commissie bestaat uit de leden: Huijbregts-Schiedon (VVD), Janse de Jonge (CDA), Quik-Schuijt (SP) (voorzitter), Meurs (PvdA), Rosenthal (VVD), Sylvester (PvdA) en Vedder-Wubben (CDA).