Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 juni 2016
Tijdens het mondeling overleg Nationale Hervormingsprogramma van 26 april jl. heb
ik toegezegd uw Kamer te informeren op welke wijze Economische Zaken (EZ) invulling
geeft aan de evaluatie van het topsectorenbeleid. Met deze brief doe ik deze toezegging
gestand.
Met de introductie van het nieuwe bedrijvenbeleid in 2011, maar ook als reactie op
eerdere opmerkingen en suggesties van de Algemene Rekenkamer, CPB en de Adviesraad
voor Wetenschap, Technologie & Innovatie (AWTI), zijn de inspanningen op het gebied
van monitoring en effectmeting op dit beleidsterrein fors opgevoerd door mijn ministerie.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is het verschijnen van het rapport van de commissie
van Nederlandse evaluatiedeskundigen met adviezen over de aanpak van evaluaties.1 Deze adviezen zijn door mijn ministerie ter hand genomen.2
Nederland heeft volgens de OESO thans een goed ontwikkelde evaluatiecultuur op het
terrein van wetenschaps-, technologie- en innovatiebeleid. Nederland benut op dit
terrein in vergelijking met het buitenland geavanceerde methoden bij de evaluatie
van enkelvoudige financiële beleidsinstrumenten (één actor, één interventie, één doel).
Daarom typeerde de OESO recentelijk de huidige evaluatieaanpak bij het bedrijvenbeleid
als een sterk punt van het Nederlandse innovatiebeleid.3
De topsectorenaanpak kenmerkt zich door een integrale systeemaanpak waarin meerdere
beleidsfacetten met de inzet van diverse instrumenten tegelijkertijd worden geadresseerd.
De overheid beoogt met de Topsectorenaanpak meer dan enkel het verhogen van de R&D-intensiteit;
ze richt zich ook op «systeemveranderingen» die zowel economisch als maatschappelijk
veelbelovend zijn. Een mix van beleidsmaatregelen moet eraan bijdragen dat kennisinstellingen
en bedrijfsleven gezamenlijk nieuwe technologische ontwikkelingspaden verkennen en
economische potenties benutten. In de achtergrondstudie voor de beleidsdoorlichting
van artikel 12 en 13 van de EZ-begroting werd geconcludeerd dat integrale beleidsaanpakken
met de thans voorhanden zijnde evaluatiemethodieken moeilijk te evalueren zijn. Daar
zijn – ook internationaal – geen goede voorbeelden van beschikbaar.4 De Commissie Theeuwes en de OESO kwamen eerder tot dezelfde conclusie.5
Een evaluatie van de topsectorenaanpak vereist dan ook een meer systeemachtige beleidsdoorlichting,
waarvoor traditionele evaluatiemethoden onvoldoende soelaas bieden. Daar er op dit
moment internationaal geen evaluatietechnieken beschikbaar zijn waarmee een integrale
aanpak zoals de topsectorenaanpak goed en kwantitatief zijn te evalueren, heeft mijn
ministerie het initiatief genomen om een aanpak te laten ontwikkelen die hier wel
recht aan doet. Het onderzoeksbureau Dialogic werkt in samenwerking met de Harvard
Kennedy School for Public Policy op dit moment daarvoor een doorlichtingskader voor
de Topsectorenaanpak verder uit. De resultaten van deze verkennende studie komen in
de zomer van dit jaar beschikbaar. In overleg met betrokken departementen en Nederlandse
experts op het terrein van systeemevaluaties wordt vervolgens besloten of een volledige
doorlichting van de topsectorenaanpak haalbaar is. Als het doorlichtingskader toepasbaar
en operationaliseerbaar is, zal mijn ministerie opdracht geven tot een volledige doorlichting
van de topsectorenaanpak door een externe partij. De resultaten hiervan worden dan
eind 2016/begin 2017 verwacht.
In aanvulling op deze doorlichting van de topsectorenaanpak zal de AWTI op verzoek
van EZ en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgens planning deze maand een advies
uitbrengen over de volgende stap in de topsectorenaanpak. Dit advies zal mede gebaseerd
zijn op vijf jaar topsectorenaanpak, wat daarmee bereikt is en waar eventueel verbeteringen
mogelijk zijn. Tot slot zal een aantal financiële beleidsinstrumenten die gerelateerd
zijn aan de topsectorenaanpak afzonderlijk de komende tijd regulier worden geëvalueerd.
De tussenevaluatie voor de TKI-toeslag staat gepland voor 2016. De evaluatie van de
MIT start in 2016 en is gereed in 2017. De evaluatie van de TO2-instituten staat in
het voorjaar van 2017 gepland en zal in het najaar van 2016 starten.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp