CX Verslag van de tijdelijke commissie GRECO-rapport

C BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juni 2018

In de plenaire vergadering van de Groep van Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa (GRECO) die plaatsvond van 19 tot en met 23 maart 2018, is gesproken over de implementatie van de aanbevelingen van de GRECO aan Nederland ter preventie van corruptie en het bevorderen van integer gedrag bij het parlement, de rechtspraak en het Openbaar Ministerie.

Hierbij treft u de originele versie1 en de vertaling2 van dat rapport aan. Door middel van deze brief informeren wij u, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, over de huidige stand van zaken ten aanzien van de aanbevelingen.

Implementatie aanbevelingen

De GRECO heeft in het evaluatierapport uit 2013 in totaal zeven aanbevelingen gedaan aan Nederland: vier aanbevelingen aan de Nederlandse Staten-Generaal, twee aanbevelingen aan de rechtspraak en één aanbeveling aan het Openbaar Ministerie3.

In de periode juli 2013 tot oktober 2016 heeft Nederland een aantal aanbevelingen geheel of gedeeltelijk geïmplementeerd (eerste compliance en interim compliance).4 In de plenaire vergadering van oktober 2016 verzocht de GRECO Nederland om uiterlijk 31 augustus 2017 een rapportage te leveren over de implementatie van de nog openstaande aanbevelingen. Deze voortgangsinformatie is verwerkt in bijgaand tweede compliance rapport. Hierin stelt de GRECO vast dat Nederland van de zeven aanbevelingen in totaal drie naar tevredenheid heeft geïmplementeerd. Twee aanbevelingen zijn gedeeltelijk geïmplementeerd en twee zijn niet geïmplementeerd.

Aanbevelingen betreffende het parlement

  • i. Opstellen van een gedragscode: gedeeltelijk geïmplementeerd. Nog openstaand punt is dat richtlijnen voor parlementariërs hoe om te gaan met lobbyisten ontbreken (zowel voor de Eerste als Tweede Kamer);

  • ii. Herziening van openbaarmakingvereisten ten aanzien van belangen, bezittingen, nevenfuncties, verplichten): geïmplementeerd;

  • iii. Toezicht/handhaving bij overtreding van integriteitregels: niet geïmplementeerd (noch door de Eerste Kamer noch door de Tweede Kamer);

  • iv. Installeren van een vertrouwenspersoon en aanbieden van periodieke training integriteitbewustzijn: gedeeltelijk geïmplementeerd door de Eerste Kamer, geheel geïmplementeerd door de Tweede Kamer.

Aanbevelingen betreffende rechters

  • v. Wettelijk verbod op het tegelijkertijd zijn van rechter en Kamerlid: niet geïmplementeerd;

  • vi. Opstellen van richtlijnen met betrekking tot integer handelen voor rechter-plaatsvervangers: geïmplementeerd;

Aanbeveling betreffende het Openbaar Ministerie

vii. Evaluatie van integriteitbeleid en de effecten op het integriteitbewustzijn: geïmplementeerd.

De GRECO is van mening dat er ten aanzien van de aanbevelingen aan het parlement weinig vooruitgang is geboekt.

Ten aanzien van aanbeveling i betreurt GRECO dat richtlijnen voor Kamerleden rond de omgang met lobbyisten nog ontbreken. De GRECO herhaalt zijn eerdere standpunt dat richtlijnen over «do’s and don’ts» in de relatie met lobbyisten, zowel binnen als buiten het parlement, zinvol zijn.

Ten aanzien van aanbeveling iii heeft de GRECO kennisgenomen van de modernisering van de Wet ministeriële verantwoordelijkheid van 22 april 1855, en van het systeem van «peer supervision» in de Eerste Kamer, maar constateert zij dat er in beide Kamers nog geen sprake is van een systeem van toezicht op de naleving van integriteitregels en handhaving in geval van schending van deze regels.

De GRECO is tevreden dat bij de Tweede Kamer periodieke cursussen over het reglement van orde worden georganiseerd, waarin aandacht wordt geschonken aan integriteitsregels. Hiermee is aanbeveling iv door de Tweede Kamer geïmplementeerd. De GRECO constateert ten aanzien van de Eerste Kamer dat integriteit weliswaar een aandachtspunt is in bijeenkomsten van de Commissie van Senatoren, maar dat er geen specifieke en periodieke trainingen zijn voor alle Kamerleden. Voorts heeft de GRECO twijfel over de rol van de voorzitter van de Eerste Kamer als vertrouwenspersoon.

De enige nog openstaande aanbeveling ten aanzien van de rechterlijke macht (aanbeveling v) betreft het advies van de GRECO tot invoering van een wettelijk verbod op het tegelijkertijd zijn van rechter en Kamerlid. De GRECO heeft er kennis van genomen dat verschillende opties worden onderzocht en breed worden besproken binnen de rechtspraak. De GRECO heeft haar waardering kenbaar gemaakt over dit zorgvuldige proces, maar heeft ook moeten constateren dat de aanbeveling nog niet geïmplementeerd is. Inmiddels is bekend dat de rechtspraak een advies heeft opgesteld en dat dit naar verwachting voor de zomer aan de

Minister voor Rechtsbescherming wordt verzonden. Het streven is om het advies, voorzien van een standpunt van de regering, in de zomer aan de Eerste en Tweede Kamer te sturen.

Het verzoek van de GRECO aan Nederland is om uiterlijk 31 december 2018 opnieuw te rapporteren over de voortgang van de implementatie van bovengenoemde nog openstaande aanbevelingen.

Het tweede compliance rapport van de GRECO zal, voorzien van een gelijkluidende begeleidende brief, ook aan de voorzitter van de Tweede Kamer worden gezonden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 162381.01.

X Noot
2

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 162381.01.

X Noot
3

Kamerstukken I 2012–2013, 33 400 VII, nr. 6

X Noot
4

Kamerstukken II 2014–2015, 34 000 VI, nr. 104, Kamerstukken II 2016–2017, 34 550 VI, nr. 86

Naar boven