Klacht
Verzoeker beklaagt zich erover dat hij, naar zijn mening, dubbel wordt belast over
een in Duitsland genoten wettelijk pensioen (Duitse «Rente»). Voorts heeft hij de
indruk dat hij lang moet wachten op een tegemoetkoming vanuit Duitsland omdat de Belastingdienst
slechts één keer in de vier tot vijf jaar informatie verstrekt aan de Duitse Rentenversicherung
over de premie AWBZ en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekering die de Belastingdienst
heft over de Duitse Rente. Tot slot geeft verzoeker aan op basis van de door hem ontvangen
informatie van mening te zijn dat de Belastingdienst gedurende een aantal jaren ten
opzichte van hem en zijn echtgenote fouten heeft gemaakt.
Naar aanleiding van deze klacht heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen
verstrekt aan de commissie.
Feiten
Na bijna dertig jaar in Duitsland gewoond en gewerkt te hebben, is verzoeker met zijn
gezin in 1998 terug naar Nederland verhuisd. Als gevolg van een hartkwaal werd verzoeker
vanaf 1992 arbeidsongeschikt en genoot hij zodoende een Duits BU-Pension, later in
Nederland aangevuld met een WAO-uitkering en een aanvullende toeslag. Het gezin leeft
van een minimum inkomen en heeft daarbij ook de zorg over een thuiswonende gehandicapte
zoon. Aanvankelijk kreeg verzoeker van de Belastingdienst het signaal vrijgesteld
te zijn van belastingaangifte en premie volksverzekering. Echter, in 2012 krijgt zijn
echtgenote, die zelf geen inkomen geniet, een oproep van de Belastingdienst om alsnog
aangifte te doen over 2011 omdat zij teveel heffingskorting zou hebben ontvangen.
Als verzoeker zich vervolgens door de Belastingdienst laat informeren over deze gang
van zaken en daarbij opgave doet van zijn Duitse rente, krijgt hij niet lang daarna
zelf een belastingaanslag over 2011 van circa € 2.900. Zo ontstaat bij hem de indruk
dubbel belasting te betalen, in Duitsland als in Nederland, over zijn Duitse rente,
een indruk die wordt bestendigd als medio 2013 het verzoek van de Belastingdienst
volgt om alsnog aangifte te doen over 2010. Er volgt een rondgang langs diverse Belastingkantoren
en instanties, zonder dat er helder inzicht geboden wordt in de fiscale situatie van
het gezin.
Overwegingen
In zijn reactie laat de staatsecretaris weten dat er geen sprake is van dubbele belastingheffing.
Belasting wordt berekend over het totale (ook in het buitenland genoten) inkomen,
maar vervolgens wordt vrijstelling verleend voor dat gedeelte van de belasting, dat
betrekking heeft op de Duitse inkomsten.
Omdat adressant in Nederland sociaal verzekerd is, is hij premie volksverzekeringen
verschuldigd, die berekend wordt over het totale, dus ook in het buitenland genoten
inkomen. Dat betekent dat buitenlands inkomen in de aangifte moet worden opgenomen.
Ten aanzien van de gegevensuitwisseling merkt de Staatssecretaris op dat die sinds
2010 elk kwartaal aan Duitsland worden geleverd. Echter, omdat Duitsland de tegemoetkoming
toekent voor definitief vastgestelde premies, worden deze gegevens pas uitgeleverd
op het moment dat de Nederlandse belastingaanslag definitief is.
Adressant heeft buiten de bezwaartermijn alsnog bezwaar gemaakt tegen de aanslag,
maar heeft vervolgens niet meer gereageerd op herhaalde verzoeken van de inspecteur
om dit bezwaar te motiveren.
Tot slot meldt de Staatssecretaris dat er een verhelderend gesprek heeft plaatsgevonden
tussen adressant en zijn echtgenote en een medewerker van de Belastingdienst, waarin
gebleken is dat op eerdere mondelinge en schriftelijke vragen van adressant is gereageerd
op basis van een onvolledig inzicht in de (fiscale) situatie. Voor de daardoor ontstane
onderlinge misverstanden zijn verontschuldigingen op zijn plaats. Adressant en zijn
echtgenote zouden tevreden zijn over de afhandeling van hun klacht en bezwaarschriften.
Oordeel van de commissie3
Hoewel de commissie met instemming heeft kennisgenomen van het bereikte resultaat,
betreurt zij dat de afwikkeling van deze casus bijna 2 jaar heeft geduurd. Als adressant
en echtgenote vanaf het begin met al hun vragen naar één loket zouden zijn doorverwezen,
had dit veel ergernis en tijd kunnen besparen. Naar aanleiding van deze casus bepleit
de commissie nogmaals het tijdig en adequaat afhandelen van klachten door de Belastingdienst
en onderstreept zij het belang van zorgvuldige communicatie met belastingplichtigen.
Voorstel aan de Kamer
Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.
De voorzitter van de commissie, Van Strien
De griffier van de commissie, Roovers