CLXXVI Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026

L AMENDEMENT VAN HET LID VAN HATTEM

Ontvangen 6 juli 2026

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Het voorstel van de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 wordt als volgt gewijzigd:

I

Artikel 7 komt te luiden:

  • 1. Indien een fractie als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer komt, heeft deze fractie of de bij haar behorende stichting vanaf de verkiezingsdatum recht op de bijdrage. Indien een fractie als gevolg van verkiezingen niet terug in de Kamer komt, stopt het recht op de bijdrage vanaf de verkiezingsdatum.

  • 2. Indien het zeteltal van een fractie door verkiezingen wijzigt, gaat de verandering van de bijdrage in vanaf de verkiezingsdatum.

  • 3. De reserve behorende bij een fractie blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder de identieke naam als de oorspronkelijke fractie terugkeert, dan wel naar objectieve maatstaven beschouwd moet worden als een voortzetting van een fractie tijdens de vorige zitting.

  • 4. Bij twijfel besluit het College van fractievoorzitters.

II

Artikel 10 komt te luiden:

  • 1. Indien een fractie ophoudt te bestaan, vervalt de bijdrage aan deze fractie, op de eerste dag na de aanvang van het ophouden te bestaan.

  • 2. Indien een fractie ophoudt te bestaan, wordt de opgebouwde reserve behorende bij de fractieondersteuning gebruikt voor het afwikkelen van lopende verplichtingen, conform het bepaalde in artikel 4 lid 2 en lid 3.

  • 3. Indien na deze afwikkeling de reserve nog niet is uitgeput, worden deze middelen terugbetaald aan de Eerste Kamer.

  • 4. Bij twijfel over het moment van ophouden te bestaan besluit het College van fractievoorzitters.

Toelichting

Het recht op bijdrage dient recht evenredig samen te gaan met de omvang van een fractie. Een lager zetelaantal dient geen reden te zijn om nog maandenlang door te gaan met een bijdrage gebaseerd op een hoger zetelaantal.

Deze bepaling is immers om meerdere redenen niet houdbaar:

  • voor verliezende blijvende fracties gelden andere regels dan fracties die verdwijnen, terwijl deze regels hetzelfde zouden moeten zijn;

  • ingeval van (af)splitsingen worden de regels ook consequent toegepast per de datum van de betreffende gebeurtenis, dat moet ingeval van verkiezingen dus ook zo zijn.

Artikel 7 lid 3 betrof bepalingen over vermogensbestanddelen. De Regeling kan enkel zien op de reserve die is opgebouwd op grond van de fractieondersteuning.

Artikel 10 bepaalde onder meer de verplichting om de stichting op te heffen. Het al dan niet opheffen van een stichting is aan het bestuur, en niet aan het College van Voorzitter en Ondervoorzitters.

Enkel over de afwikkeling van eventuele verplichtingen alsmede de terugbetaling van overgebleven reserve zijn bepalingen relevant.

Van Hattem

Naar boven