CLXXVI Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026

D NOTA VAN WIJZIGING

Den Haag, 12 juni 2026

Het voorstel Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 wordt als volgt gewijzigd

A

Artikel 5, derde lid, onder b van Bijlage 1 bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 komt als volgt te luiden:

b. een niet bovenmatig vacatiegeld, met dien verstande dat bestuurders die tevens lid zijn van de Fractie, alsook bestuurders die vallen onder artikel 3 sub b van de Regeling, geen recht hebben op een vacatiegeld.

B

Artikel 4, negende lid van Bijlage 1 bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 komt als volgt te luiden:

4.9. Een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. behoeft ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in een vergadering van het bestuur niet ten minste twee derden (2/3) van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede(2e) vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) weken na de eerste(1e) vergadering, in welke tweede(2e) vergadering rechtsgeldig omtrent dit ontslag kan worden besloten met een meerderheid van ten minste twee derden (2/3) van de uitgebrachte stemmen, mits in deze vergadering ten minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Bij de oproeping tot de tweede(2e) vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit tot dit ontslag kan worden genomen in een vergadering waarin slechts de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd behoeft te zijn. Het bepaalde in artikel 8.4, Eerste volzin, is op een besluit tot ontslag als bedoeld in artikel 4.7 onder f. niet van toepassing.

C

Hoofdstuk 2, van Bijlage 2 bij de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026 wordt de volgende zin geschrapt uit hetgeen de accountant vast dient te stellen << (bijvoorbeeld als gevolg van een afscheiding, deling, samenvoeging, splitsing, of ophouden te bestaan van de bij de stichting behorende fractie of groep).

Toelichting

Onderdeel A betreft een mogelijke inconsistentie met artikel 4 lid 3 van de Regeling, deze inconsistentie wordt met de wijziging verholpen.

Onderdeel B betreft het herstel van een tekstuele fout in de modelstatuten, namelijk dat de uitgeschreven cijfers niet altijd overeenkwamen met de cijfers tussen haakjes. Met deze wijziging herstellen de voorstellers deze fout.

Onderdeel C betreft een gift die niet mogelijk is op grond van de Regeling, derhalve schrappen de voorstellers deze zinssnede uit de modelstatuten zodat het overeenkomt met de Regeling.

De voorstellers,

Rosenmöller Klip-Martin Van Meenen

Naar boven