Aan de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
t.a.v. de Griffier
Den Haag, 23 juni 2023
Geachte leden,
Weloverwogen en zelfbewust, maar ook vol enthousiasme stel ik mij middels deze brief
kandidaat voor het voorzitterschap van de Eerste Kamer. Mijn kandidatuur zie ik allerminst
als een vanzelfsprekende voortzetting van mijn voorzitterschap in de afgelopen vier
jaar, maar als een nieuwe uitdaging de nieuwe Kamer te dienen in alle opgaven die
voor haar liggen en deze samen tegemoet te treden. De recent door mij persoonlijk
ervaren kwetsbaarheid in de functie heeft mij er niet van weerhouden u deze brief
te schrijven. Integendeel.
Vanuit mijn interesse in de maatschappelijke kant van mijn werk als arts en hoogleraar
in Leiden ben ik al vroeg in mijn vrije tijd actief geworden in het maatschappelijk
veld. Dit heeft geleid tot een aantal activiteiten in de wereld van het openbaar bestuur
en de politiek, die zijn weergegeven in bijgevoegd beknopt curriculum vitae. Inmiddels
heb ik tien jaar ervaring opgedaan als lid van de Eerste Kamer, waarvan de afgelopen
vier jaar tevens als Kamervoorzitter. Ik heb dat werk altijd met zeer veel plezier
en inzet gedaan.
De afgelopen jaren hebben mijn visie op het voorzitterschap gevormd. Ik ben als voorzitter
dienstbaar aan de Kamer. De Kamermeerderheid bepaalt immers de ruimte die de voorzitter
krijgt en is daarmee beslissingsbevoegd. Van de voorzitter kan worden verwacht dat
hij of zij zich aanpast aan de zeggenschap en autonomie van de Kamer en beslissingen
neemt die op zoveel mogelijk draagvlak kunnen rekenen. Unanimiteit bereikt men daarbij
zelden en dat vergt actieve communicatie, ook achteraf. Kortom, essentieel vind ik
de samenwerking tussen de voorzitter en de Kamer. De voorzitter moet er zijn voor
alle fracties, groot of klein, gevestigd of nieuw en voor alle Kamerleden, want achter
u allen staan kiezers. Daarom vind ik onpartijdigheid in het optreden van de voorzitter
eigenlijk het allerbelangrijkst. U kunt van mij verwachten dat ik als voorzitter zal
blijven opereren vanuit een volstrekt onafhankelijke opstelling en gericht op samenwerking
en verbinding.
De externe, deels diplomatieke en protocollaire vertegenwoordiging van de Eerste Kamer
heb ik de afgelopen jaren met veel plezier en inzet ter hand genomen. Ik heb ervaren
dat dit een belangrijk onderdeel is van de functie van voorzitter, in goede samenwerking
met de leden en de ondervoorzitters. Dit omvat het onderhouden van externe contacten
en het meer bekendheid geven aan het werk en de werkwijze van de Eerste Kamer. In
het veld van de parlementaire diplomatie opereert de voorzitter veelal samen met de
leden. Ik voel mij in die internationale en diplomatieke omgeving goed thuis, mede
door mijn internationale werkervaring.
Naast dit alles is een regelmatige reflectie op onze rolopvatting als Kamer belangrijk.
In de afgelopen periode zijn hiervoor verschillende initiatieven genomen die nu een
vervolg moeten krijgen. Zo zijn evaluatiesessies belegd met het College van Senioren
en hebben wij onderzoek verricht naar onze betrokkenheid bij de toeslagenaffaire,
de effectiviteit van anti-discriminatiewetgeving en de effecten van kunstmatige intelligentie
bij de uitvoering van wetten. De hieruit voortvloeiende aanbevelingen moeten nu worden
opgepakt. De evaluatie van ons functioneren heeft ook geleid tot aanpassingen in het
Reglement van Orde en wij zijn gestart met een nieuwe integriteitscode die dit najaar
zal worden geëvalueerd. Het is mijn overtuiging dat door kritisch te blijven reflecteren
op ons eigen functioneren, de Eerste Kamer haar toegevoegde waarde kan behouden en
een belangrijk onderdeel blijft van de democratische rechtsorde.
Naast alle in het oog springende taken zie ik het onderhouden van een goede werkrelatie
tussen de ambtelijke en de politieke organisatie als een belangrijke opdracht aan
de Voorzitter. Samen met de Ondervoorzitters en de Griffier zal ik mij ervoor inzetten
deze continue aandacht te geven en een werkrelatie stimuleren waarin open communicatie
en afstemming over werkwijze en verwachtingen standaard is. Op deze wijze kan ook
de door de Kamer verwachte aandacht voor sociale veiligheid voor alle betrokkenen
geborgd worden.
Beste collega’s, naast al het reeds genoemde wordt mijn motivatie voor het voorzitterschap
bovenal ingegeven door het belang van ons werk. Wij zijn er om samen goede wetten
af te leveren, ruim tweehonderdvijftig per jaar. Bij die wetsbeoordeling trekken wij
onze eigen conclusies, ook als die afwijken van de conclusies van de Tweede Kamer
of die van de regering. Daartoe moet het wetgevingsproces zorgvuldig kunnen verlopen
en moet er voldoende aandacht en tijd kunnen worden besteed aan de inhoud. Dat vergt
een cultuur waarin wij onszelf en elkaar aanspreken en helpen. Een cultuur van onderling
respect en een zekere hoffelijkheid. Een cultuur waarin wij in een collegiale omgeving
scherp op de inhoud kunnen zijn. Met dat voor ogen heb ik de Kamer altijd met veel
plezier voorgezeten. Met uw steun zou ik dat graag nog vier jaar doen.
Met vriendelijke groet,
J.A. Bruijn