Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | CLVI nr. AC |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | CLVI nr. AC |
Aan de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 november 2025
In de motie-Vos c.s., door de Kamer aanvaard op 16 mei 2023, wordt de Huishoudelijke Commissie (thans: het College van Voorzitter en Ondervoorzitters) verzocht een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderingen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden.1 Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 52, tweede lid, 132 en 140 van het Reglement van Orde doe ik u hierbij namens het College van Voorzitter en Ondervoorzitters toekomen een voorstel tot vaststelling van een Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen. Het voorstel gaat vergezeld van een korte toelichting, waarnaar ik verder moge verwijzen.
Namens het College,
De voorzitter, M.L. Vos
Met verwijzing naar artikel 52, tweede lid, van het Reglement van Orde wordt voorgesteld de volgende Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen vast te stellen.
Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen van de Eerste Kamer
Artikel 1 Algemene bepaling
Voor een vergadering van de Kamer die bij wijze van uitzondering niet op een dinsdag wordt gehouden, kunnen leden die aan deze vergadering wensen deel te nemen dit ook op digitale wijze kenbaar maken, zonder aanwezig te zijn in het Kamergebouw. Na digitale intekening gelden zij als ter vergadering aanwezig.
Artikel 2 Digitaal intekenen
1. Leden die van de mogelijkheid om digitaal in te tekenen gebruik wensen te maken, melden zich in persoon bij de griffie voor het aanmaken van een digitale identiteit en het installeren van een applicatie op de door de Kamer verstrekte smartphone. Hiervoor dienen zij zich eenmalig te identificeren met een geldig identiteitsbewijs. Bij het aanmaken van de digitale identiteit wordt van ieder lid een gezichtsscan voor biometrische ontgrendeling gemaakt. Ieder lid stelt zelf een pincode in.
2. Indien een vergadering van de Kamer bij wijze van uitzondering niet op een dinsdag wordt gehouden, stuurt de griffie aan de leden met een digitale identiteit een digitale uitnodiging voor deze vergadering. De uitnodiging wordt op de dag van de vergadering om 7.00 uur verzonden.
3. Leden met een digitale identiteit openen en accepteren de uitnodiging met de applicatie op de door de Kamer verstrekte smartphone. Deze applicatie wordt ontgrendeld met gezichtsherkenning en een pincode. Na de acceptatie van de uitnodiging kan digitaal worden ingetekend door met de applicatie een door de Eerste Kamer verstrekte QR-code te scannen.
4. Digitale intekening geschiedt op de niet-reguliere vergaderdag tot uiterlijk een half uur voor aanvang van de vergadering. Digitale intekeningen die korter dan een half uur voor aanvang van de vergadering worden ontvangen, worden buiten beschouwing gelaten.
5. Na het sluiten van de mogelijkheid van digitale intekening als bedoeld in het derde lid worden de digitale intekeningen geprint en samengevoegd met de fysieke intekeningen, zodat een presentielijst kan worden opgesteld. Op deze presentielijst is artikel 53 van het Reglement van Orde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3 Digitaal om stemmen vragen
1. Een uitnodiging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bevat tevens optie om digitaal, na aanvang van de vergadering, om stemmen bij zitten en opstaan of stemmen bij hoofdelijke oproeping te vragen.
2. Op de in het eerste lid bedoelde wijze kan om stemmen worden gevraagd tot het einde van de vergadering van de Kamer die bij wijze van uitzondering niet op een dinsdag wordt gehouden.
3. Indien op de in het eerste lid genoemde wijze om stemmen is gevraagd, wordt de Voorzitter daarover bericht en wordt daarvan door hem in de betreffende vergadering mededeling gedaan.
Artikel 4 Vervallen digitale intekeningen
1. Digitale intekeningen vervallen van rechtswege wanneer een niet-reguliere vergaderdag beëindigd is, tenzij de beraadslagingen direct na middernacht doorlopen. In dat geval vervallen ze na beëindiging van deze beraadslagingen.
2. Na beëindiging van de beraadslagingen op de niet-reguliere vergaderdag sluit de Voorzitter de vergadering. Indien deze niet-reguliere vergaderdag wordt gevolgd door een vergaderdinsdag, is daarvoor een nieuw quorum als bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het Reglement van Orde nodig.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de beraadslagingen op de niet-reguliere vergaderdag direct na middernacht doorlopen.
4. Het tweede lid is niet van toepassing indien, gelet op het aantal fysieke intekeningen, meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden nog ter vergadering aanwezig is. In dat geval kan de Voorzitter de vergadering schorsen tot een door hem te bepalen tijdstip de volgende dag.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op een door het College van Voorzitter en Ondervoorzitters te bepalen datum.
Artikel 6 Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen van de Eerste Kamer.
TOELICHTING
De aangenomen motie-Vos c.s. verzoekt de Huishoudelijke Commissie (thans: het College van Voorzitter en Ondervoorzitters) een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderingen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden.2 Formeel kan het bij dit verzoek gaan om alle dagen van de week behalve de reguliere vergaderdinsdag, maar in de praktijk zal het gaan om een digitaal quorum voor vergaderingen op maandagen. De Eerste Kamer heeft immers ieder jaar een aantal vergaderingen op de maandag, terwijl vergaderingen op andere niet-reguliere dagen eigenlijk alleen in de coronatijd voorkwamen.3 Uit de motie-Vos c.s. kan worden afgeleid dat een meerderheid van de Kamer van oordeel is dat een digitaal quorum op niet-reguliere vergaderdagen past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid, van de Grondwet, dat bepaalt dat de Kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering alleen mogen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden ter vergadering aanwezig is. Met dit voorstel geeft het College uitvoering aan genoemde motie-Vos c.s.
De grondslag voor dit voorstel is artikel 52, tweede lid, van het Reglement van Orde. Dit artikellid bepaalt dat, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, de Kamer bij afzonderlijke regeling kan bepalen dat leden die aan de vergadering wensen deel te nemen dit ook op digitale wijze kenbaar kunnen maken, zonder aanwezig te zijn in het Kamergebouw. Uit de motie-Vos c.s. en de discussie daarover kan worden afgeleid dat de meerderheid van de Kamer de dinsdag als reguliere vergaderdag van de Kamer beschouwt en vergaderen op een niet-dinsdag als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van het Reglement van Orde.4 Op grond van artikel 140 van het Reglement geldt voor de behandeling van dit voorstel tot vaststelling van een Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen dezelfde procedure als voor wijziging van het Reglement zelf.
Artikelsgewijs
Artikel 1 van de regeling bevat het algemene principe dat, in het geval van een vergadering van de Kamer die bij wijze van uitzondering niet op een dinsdag wordt gehouden, leden die aan deze vergadering wensen deel te nemen dit ook op digitale wijze kenbaar kunnen maken, zonder aanwezig te zijn in het Kamergebouw. Na digitale intekening gelden zij als ter vergadering aanwezig. Leden hebben op een niet-reguliere vergaderdag dus de keuze tussen het fysiek tekenen van de presentielijst in het Kamergebouw en digitaal intekenen. Op een reguliere vergaderdag (i.e. de dinsdag) geldt die keuze niet.
Artikel 2 betreft de wijze van digitaal intekenen. Hiervoor dienen leden te beschikken over een digitale identiteit (eerste lid) en een applicatie op de door de Kamer verstrekte smartphone. Voor het aanmaken van een dergelijke identiteit en het installeren van de applicatie melden leden zich bij de griffie en is een eenmalige identificatie in persoon met een geldig identiteitsbewijs vereist. Bij het aanmaken van de digitale identiteit wordt van ieder lid een gezichtsscan voor biometrische ontgrendeling gemaakt. Gebruik van biometrie is vanuit het oogpunt van informatiebeveiliging verreweg de veiligste optie en daarom te verkiezen boven andere oplossingen, zoals het uploaden van het identiteitsbewijs. De digitale identiteit is vervolgens voor iedere niet-reguliere vergaderdag te gebruiken op de door de Kamer verstrekte smartphone (en niet op andere devices). Op een dergelijke vergaderdag ontvangen de leden met een digitale identiteit van de griffie een digitale uitnodiging voor de vergadering (tweede lid). De uitnodiging wordt om 7.00 uur ‘s ochtends op de vergaderdag verstuurd. Dit is hetzelfde tijdstip als waarop het Kamergebouw opent en fysiek intekenen op locatie mogelijk is. Digitaal intekenen geschiedt vervolgens met de applicatie op de door de Kamer verstrekte smartphone. Deze applicatie wordt ontgrendeld met gezichtsherkenning en een pincode die leden eerder zelf hebben gekozen. Leden accepteren de uitnodiging en kunnen vervolgens digitaal intekenen door met de applicatie een door de Eerste Kamer verstrekte QR-code te scannen (derde lid). Het College zal nog nader bezien op welke wijze deze QR-code wordt verstrekt.
Net als onder de twee Tijdelijke regelingen en besluiten digitaal quorum waarmee de Kamer tijdens de coronaperiode werkte, geldt onder de Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen dat digitaal intekenen mogelijk is tot uiterlijk een half uur voor aanvang van de vergadering (vierde lid). Dit halve uur is nodig om de digitale aanmeldingen zorgvuldig te kunnen verzamelen, te printen en samen te voegen met de fysieke intekeningen, zodat een presentielijst kan worden opgesteld (vijfde lid). Vergaderingen op niet-reguliere vergaderdagen beginnen doorgaans op maandagavond en in enkele gevallen op maandagmiddag. De mogelijkheid om digitaal in te tekenen is dus voldoende ruim.
Ten tijde van de coronacrisis heeft de Kamer de Afdeling advisering van de Raad van State om voorlichting gevraagd over de mogelijkheid van een digitaal quorum en digitaal beraadslagen en stemmen.5 Uit die voorlichting kan worden afgeleid dat leden die digitaal intekenen de mogelijkheid moeten hebben om (hoofdelijke) stemming aan te vragen. Artikel 3 van de regeling voorziet in die mogelijkheid. De digitale uitnodiging die leden met een digitale identiteit ontvangen, bevat tevens een optie om na aanvang van de vergadering langs digitale weg om stemmen bij zitten en opstaan of stemmen bij hoofdelijke oproeping te vragen (eerste lid). Leden met een digitale identiteit kunnen tot het einde van de vergadering van de Kamer op de niet-reguliere vergaderdag van deze mogelijkheid gebruikmaken (tweede lid). Uiteraard kan na het sluiten van de beraadslagingen en de vergadering niet meer langs digitale weg om stemming worden gevraagd, evenmin als dat reeds voor opening van de vergadering en de beraadslaging kan. Indien conform de procedure van artikel 3 om (hoofdelijke) stemming wordt verzocht, meldt de Voorzitter dit plenair (derde lid).
Artikel 4 is een uiterst belangrijke bepaling. De motie-Vos c.s. verzoekt specifiek om een digitaal quorum «voor vergaderdagen [i.e. vergaderingen] van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden». De motie wenst dus expliciet géén digitaal quorum voor reguliere vergaderdagen, i.e. voor dinsdagen. Op dergelijke dagen mag van leden verwacht worden dat zij, behoudens legitieme redenen voor verhindering, fysiek naar Den Haag afreizen voor de beraadslagingen en stemmingen van de Kamer. Leden ontvangen hiervoor ook diverse vergoedingen op grond van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer. Het verzoek in de motie-Vos c.s. wijkt dus op een cruciaal punt af van de Tijdelijke regelingen en besluiten digitaal quorum waarmee de Kamer tijdens de coronaperiode werkte.6 Die kenden namelijk juist ook voor reguliere vergaderdinsdagen een digitaal quorum.
Gelet op de tekst en strekking van de motie-Vos c.s. is het van belang om doorwerking van digitale intekeningen naar de reguliere dinsdag in de hier voorgestelde regeling uit te sluiten. Artikel 4 voorziet hierin door te bepalen dat digitale intekeningen van rechtswege vervallen wanneer een niet-reguliere vergaderdag beëindigd is.7 Het eerste lid van artikel 4 kent evenwel één uitzondering. Als alle digitale intekeningen van de maandag automatisch vervallen op dinsdag om 00.00 uur, kan er een probleem ontstaan wanneer de maandagavondvergadering tot na middernacht doorgaat, waarmee het dan formeel een dinsdagvergadering is geworden. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij de vergadering van maandag 21 op dinsdag 22 november 2022.8 Als dan alle digitale intekeningen na middernacht vervallen en er onvoldoende fysiek aanwezigen overblijven, zal de Voorzitter de vergadering moeten sluiten vanwege het ontbreken van een quorum. Om dit te voorkomen bepaalt het eerste lid dat in dit specifieke geval de digitale intekeningen geldig blijven. De beraadslagingen moet wel direct na middernacht doorlopen. Als de beraadslagingen pas de volgende ochtend worden voortgezet, gelden de digitale intekeningen wel als van rechtswege vervallen.
De huidige praktijk is dat, bij een vergadering verdeeld over twee dagen, de vergadering op maandagavond wordt geschorst en, na die schorsing, met hetzelfde quorum wordt voortgezet op dinsdag. Die praktijk zal beëindigd, althans gewijzigd moeten worden. Op maandag geldt er immers een gemengd fysiek en digitaal quorum, maar op dinsdag geldt – conform de expliciete wens in de motie-Vos c.s. – alleen een fysiek quorum. Op zo’n dinsdag zal de plenaire vergadering pas kunnen beginnen wanneer een fysiek quorum ook daadwerkelijk is gerealiseerd, ook als de vergadering vroeg begint. Anders gezegd, er dient een strikte scheiding te worden gemaakt tussen de maandagvergadering met het gemengde quorum en de dinsdagvergadering met uitsluitend een fysiek quorum. Het tweede en derde lid van artikel 4 voorzien in die scheiding. Na beëindiging van de beraadslagingen op de niet-reguliere vergaderdag (i.e. de maandag) sluit de Voorzitter de vergadering. Dat is logisch, aangezien door het van rechtswege vervallen van de digitale intekeningen na het verstrijken van de niet-reguliere vergaderdag er toch al geen quorum meer zal zijn. Indien deze niet-reguliere vergaderdag wordt gevolgd door een vergaderdinsdag, is daarvoor een nieuw en uitsluitend fysiek quorum nodig. De woordvoerders in het debat zullen dus tijdig naar het Kamergebouw moeten komen om (opnieuw) in te tekenen, en naast hen zullen er voldoende fysieke intekeningen bij moeten komen om tot 38 aanwezigen te geraken.
Het vierde lid van artikel 4 betreft het enige (en tamelijk theoretische) geval waarin de huidige praktijk van schorsing van de vergadering kan worden gecontinueerd: als er voldoende fysieke intekeningen zijn voor een quorum. In theorie is het mogelijk dat 60 leden zich inschrijven voor de maandagvergadering, van wie 40 fysiek en 20 digitaal. De 20 digitale intekeningen komen na middernacht te vervallen, maar met de 40 fysieke is er ook nog een quorum. De kans dat deze situatie zich voor zal doen, is overigens gering. Het gegeven dat het voor maandagvergaderingen lastig is voldoende fysieke intekeningen te krijgen is immers juist de reden voor introductie van een digitaal quorum.
Artikel 5 regelt de inwerkingtreding van de Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen. Het is wenselijk de precieze datum van inwerkingtreding aan het College van Voorzitter en Ondervoorzitters over te laten. Het College kan een datum bepalen wanneer het systeem ter ondersteuning van het permanente digitaal quorum aan alle eisen voldoet en volledig functioneert. Het moet onder meer stabiel zijn, in staat zijn op veilige wijze conform de AVG persoonsgegevens te verwerken en waarborgen bieden tegen hacken en datalekken. Bovenal moet duidelijk zijn dat de in de artikelen 2 en 3 van deze regeling genoemde mogelijkheden – dus digitaal intekenen en digitaal om stemmen vragen – naar behoren werken. Het testen van het systeem en de training van leden en griffiemedewerkers in het gebruik ervan zijn hiervoor essentieel.
Zie bijvoorbeeld de vergaderingen op woensdag 13 januari 2021 en op vrijdag 19 februari 2021.
Zie Handelingen I 2022/23, nr. 28, item 3, p. 1–25 en Handelingen I 2022/23, nr. 29, item 8, p. 1–43 voor de plenaire behandeling van het voorstel van de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde (CARO).
Uiteraard vervallen álle intekeningen, fysieke en digitale, wanneer de Voorzitter de vergadering sluit.
Zie bijvoorbeeld de vergaderingen op woensdag 13 januari 2021 en op vrijdag 19 februari 2021.
Zie Handelingen I 2022/23, nr. 28, item 3, p. 1–25 en Handelingen I 2022/23, nr. 29, item 8, p. 1–43 voor de plenaire behandeling van het voorstel van de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde (CARO).
Uiteraard vervallen álle intekeningen, fysieke en digitale, wanneer de Voorzitter de vergadering sluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-CLVI-AC.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.