37 020 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2027

Nr. 57 MOTIE VAN HET LID ROODERKERK C.S.

Voorgesteld 29 oktober 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de structureel gereserveerde middelen van 40 miljoen euro voor het renteplafond geen substantiële rentemaatregel kan worden uitgewerkt;

overwegende dat deze middelen voor studenten bestemd moeten blijven;

overwegende dat mbo-, hbo- en wo-studenten gelijkwaardig behandeld moeten worden en dat het onwenselijk is dat mbo-studenten alleen bij uitzondering aanspraak kunnen maken op restitutie van les- en cursusgeld bij het vroegtijdig stoppen van de studie, terwijl hbo- en wo-studenten wel aanspraak kunnen maken op automatische restitutie van het collegegeld;

overwegende dat de kosten voor automatische restitutie van les- en cursusgeld circa 30 miljoen euro structureel zijn;

verzoekt de regering om een budgettair inpasbaar voorstel uit te werken om de op dẹ aanvullende post gereserveerde middelen voor het renteplafond in te zetten voor het realiseren van automatische restitutie les- en cursusgeld met ingang van studiejaar 2029–2030;

verzoekt de regering tevens de resterende middelen in te zetten voor een extra verhoging van de basisbeurs voor uitwonende studenten, boven op de verhoging die reeds in het coalitieakkoord was aangekondigd;

verzoekt de regering om dit aan de Kamer voor te leggen in de Voorjaarsnota 2027, zodat de middelen tijdig op de OCW-begroting verwerkt kunnen worden en relevante wet- en regelgeving kan worden aangepast, zodat de inwerkingtreding voor restitutie les- en cursusgeld kan plaatsvinden per studiejaar 2029–2030 en voor de verhoging van de basisbeurs voor uitwonende studenten per studiejaar 2028–2029,

en gaat over tot de orde van de dag.

Rooderkerk

Biekman

De Beer

Armut

Boomsma

Ceder

Naar boven