De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat het coalitieakkoord 2026–2030 over nationale veiligheid op p. 14
als uitdaging aangeeft: «Bestrijden van de dreiging vanuit jihadistische en extremistische
netwerken in Nederland, met specifieke aandacht voor online radicalisering»;
overwegende, dat diverse Europese landen maatregelen hebben genomen om het dragen
van islamitische hoofddoekjes te verbieden:
zo geldt in Oostenrijk sinds dit schooljaar een verbod op hoofddoeken voor meisjes
onder de 14 jaar. De wet werd ingebracht door de regeringscoalitie van de ÖVP, de
sociaaldemocratische SPÖ en liberale partij Neos. Volgens de Minister van Integratie
is de hoofddoek «een symbool van onderdrukking en een manier om meisjes van kinds
af aan te domineren1». Daarnaast wil de Oostenrijkse regering ook een verbod op de politieke islam invoeren,
dit vanwege radicalisering. „Sinds vorig jaar is er een stijging van islamitische
incidenten met 40 procent. Heel vaak gaat dit gepaard met antisemitisme. De radicalisering
neemt toe», aldus Minister Bauer (ÖVP)2;
het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen (N-VA, CD&V en Vooruit) een hoofddoekenverbod
in heeft gevoerd voor alle leerlingen van provinciale scholen3;
in Frankrijk door de thans meest kansrijke presidentskandidaat is voorgesteld om het
dragen van een islamitische hoofddoek in de openbare ruimte strafbaar te stellen4;
dat uit eerder onderzoek van professor Koopmans5 blijkt dat de hoofddoek de belangrijkste voorspeller voor fundamentalisme is. Zo
stelt Koopmans: «Liefhebbers van de hoofddoek zijn vaker homohaters en staan vijandiger
tegenover het Westen. Ook als je corrigeert voor leeftijd en opleidingsniveau, zie
je dat de hoofddoek gepaard gaat met fundamentalisme, een vijandigere houding en meer
antisemitisme»;
roept het kabinet op, mede gelet op de uitdagingen in het coalitieakkoord op nationale
veiligheid, islamisering tegen te gaan, in het bijzonder door in te zetten op een
hoofddoekjesverbod in de openbare ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Hattem