37 009 Wijziging van de Kaderwet overige JenV-subsidies in verband met het creëren van een wettelijke grondslag voor het verstrekken van specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijke grondslag te creëren voor het verstrekken van specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen voor activiteiten op enkele beleidsterreinen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I (WIJZIGING KADERWET OVERIGE JENV-SUBSIDIES)

De Kaderwet overige JenV-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid of Onze Minister van Asiel en Migratie, ieder voor zover het betreft het beleidsterrein of de beleidsterreinen waarvoor hij verantwoordelijk is.

B

Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

Onze Minister kan een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:

  • a. asielopvang;

  • b. criminaliteitsbestrijding en -preventie;

  • c. slachtofferhulp;

  • d. terrorismebestrijding en -preventie.

C

In het eerste lid van artikel 3 wordt na «waarvoor» ingevoegd «een» en wordt na «subsidie» ingevoegd «, een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering».

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot:

    • a. de aanvraag van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden en de besluitvorming daarover;

    • b. het bedrag van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;

    • c. de voorwaarden waaronder de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering wordt verleend;

    • d. de verplichtingen voor de ontvanger van een subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;

    • e. de vaststelling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;

    • f. intrekking en wijziging van de verlening of vaststelling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;

    • g. de betaling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering en het verlenen van voorschotten;

    • h. de vergoeding die verschuldigd is door een subsidieontvanger bij vermogensvorming, als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering in de praktijk;

    • j. de openbaarmaking van de resultaten van de bekostigde activiteiten;

    • k. het geven van informatie aan derden over de bekostigde activiteiten door de ontvanger van een subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;

    • l. de maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering te voorkomen.

2. In het tweede lid wordt na «de subsidie» ingevoegd «, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».

E

In artikel 6, eerste lid, wordt «het bepaalde bij of krachtens deze wet» vervangen door «het bij of krachtens deze wet bepaalde met betrekking tot subsidieverstrekking».

F

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet overige JenV-subsidies en specifieke uitkeringen.

ARTIKEL II (OMHANGEN BESTAANDE REGELINGEN)

Na inwerkingtreding van deze wet berust:

  • a. de Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen op artikel 2a, onderdeel a, van de Kaderwet overige JenV-subsidies en specifieke uitkeringen;

  • b. de Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029 op artikel 2a, onderdeel b, van de Kaderwet overige JenV-subsidies en specifieke uitkeringen.

ARTIKEL III (INWERKINGTREDING)

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie en Veiligheid,

De Minister van Asiel en Migratie,

Naar boven