36 999 Speciale verslagen en adviezen van de Europese Rekenkamer

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 september 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën over het speciaal verslag 12/2026 van de Europese Rekenkamer: de adviesorganen van de EU. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 26 mei 2026.

  • • De antwoordbrief van 9 juli 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 26 mei 2026

De leden vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben met belangstelling kennisgenomen van de publicatie van het Speciaal verslag 12/2026 over de adviesorganen van de EU.2 Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de fractie van de PVV de volgende vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

  • 1. Hoe kijkt u aan tegen de bevindingen van de Europese Rekenkamer?

  • 2. Hoe kijkt u aan tegen de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer?

  • 3. Kunt u aangeven hoe u de reacties van de Adviesorganen op de bevindingen en de aanbevelingen beoordeelt?

  • 4. Kunt u aangeven of u de bevindingen zodanig fundamenteel vindt dat er sprake zou kunnen zijn van systeemfalen in het systeem van adviesorganen van de EU? Zo nee, waarom niet?

  • 5. In veel gevallen zijn de adviezen, met name door het Europees Comité van de Regio's (CvdR), niet tijdig ingediend om volledig in beeld te kunnen zijn bij alle parlementaire stappen van het wetgevingsproces. Kunt u aangeven in hoeverre u vindt dat de belangen van de lokale en provinciale overheden hiermee geschaad worden?

  • 6. Het CvdR heeft geen criteria voor selectie van deskundigen voor begeleiding bij het opstellen van de adviezen, noch een register waarin is opgenomen wie er als deskundigen hebben bijgedragen. Hoe oordeelt u over dit gebrek aan transparante verantwoording?

  • 7. Het CvdR is een politiek orgaan bestaande uit niet via democratische verkiezingen gekozen leden. Kunt u schetsen hoe u aankijkt tegen de democratische legitimiteit van dit orgaan?

  • 8. In het CvdR zitten bestuurders van gemeenten en provincies. Bij veel van de besluiten van de EU kunnen zij een direct belang hebben vanuit hun bestuurlijke rol, zoals de middelenverdeling van Europese fondsen. Desalniettemin kan de mogelijke impact van de maatregelen breder zijn en doelgroepen treffen wiens stem of advies niet gehoord wordt in de advisering, of toekomstige negatieve impact hebben die de betreffende bestuurder op dat moment niet zal raken. Herkent u ook de problematiek van de belangenverstrengeling dan wel perverse prikkels ten aanzien van de adviezen die de leden van het CvdR kunnen geven? Zo nee, waarom niet?

  • 9. De Nederlandse afgevaardigden uit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn nagenoeg alle afkomstig uit de vakbonden, Verbond van Nederlandse Ondernemingen en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (VNO-NCW) en het midden- en kleinbedrijf Nederland (MKB-Nederland). Organisaties als Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en VNO-NCW hebben in het verleden meerdere politieke partijen, waaronder de PVV, uitgesloten van deelname aan debatten en laten zich denigrerend uit over rechtse partijen.3 Het uitsluiten van een deel van aan democratische verkiezingen deelnemende partijen wekt op zijn minst de schijn van een bevooroordeelde houding, die ook weerklank kan hebben in de adviezen van de EESC. Vindt u het voor de hand liggen dat de Nederlandse afvaardiging van het EESC voor een groot deel bestaat uit organisaties met een dergelijke antidemocratische houding?

  • 10. Hoe oordeelt u over het feit dat de EESC tot doel zou hebben om de participerende democratie te bevorderen, maar voor de burger feitelijk geen plaats is binnen dit orgaan?

  • 11. Kunt u aangeven welke meerwaarde u anno 2026 ziet in de Comités, die immers in een volstrekt ander tijdsgewricht in het leven zijn geroepen?

  • 12. Bent u bereid om begin 2027 aan de Kamer te rapporteren wat de stand van zaken bij EESC en CvdR is van de opvolging van de aanbevelingen?

De commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de PVV-leden van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over Speciaal verslag 12/26 van de Europese Rekenkamer over de adviesorganen van de EU.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Beantwoording vragen PVV-leden naar aanleiding van Speciaal verslag 12/26 van de Europese Rekenkamer over de Adviesorganen van de EU

1. Hoe kijkt u aan tegen de bevindingen van de Europese Rekenkamer?

2. Hoe kijkt u aan tegen de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer?

3. Kunt u aangeven hoe u de reacties van de Adviesorganen op de bevindingen en de aanbevelingen beoordeelt?

Antwoord vraag 1–3

Ik heb met interesse kennis genomen van de bevindingen van de Europese Rekenkamer (ERK). De aanbevelingen van de ERK vloeien logischerwijs voort uit deze bevindingen en kunnen bijdragen aan de verbetering van de tijdigheid, de kwaliteit en de effectiviteit van de adviezen van de Europese adviesorganen.

4. Kunt u aangeven of u de bevindingen zodanig fundamenteel vindt dat er sprake zou kunnen zijn van systeemfalen in het systeem van adviesorganen van de EU? Zo nee, waarom niet?

De ERK benoemt verbeterpunten in het functioneren van de adviesorganen en verbindt hieraan aanbevelingen. Ik zie op basis van de bevindingen geen aanleiding om te spreken van systeemfalen.

5. In veel gevallen zijn de adviezen, met name door het Europees Comité van de Regio's (CvdR), niet tijdig ingediend om volledig in beeld te kunnen zijn bij alle parlementaire stappen van het wetgevingsproces. Kunt u aangeven in hoeverre u vindt dat de belangen van de lokale en provinciale overheden hiermee geschaad worden?

De ERK geeft aan dat de adviezen niet altijd tijdig worden ingediend. Ik kan niet beoordelen welke redenen hier in die gevallen aan ten grondslag liggen en in hoeverre de belangen van lokale en provinciale overheden hiermee geschaad zijn. Ten algemene vind ik het van belang dat de adviezen tijdig worden ingediend zodat ze bij alle parlementaire stappen optimaal kunnen worden benut. De aanbevelingen van de ERK die hierop gericht zijn vind ik daarom waardevol.

6. Het CvdR heeft geen criteria voor selectie van deskundigen voor begeleiding bij het opstellen van de adviezen, noch een register waarin is opgenomen wie er als deskundigen hebben bijgedragen. Hoe oordeelt u over dit gebrek aan transparante verantwoording?

Ik acht het van belang dat de transparantie ten aanzien van de criteria voor selectie van deskundigen, alsmede ten aanzien van de uiteindelijk geraadpleegde deskundigen wordt vergroot. De aanbevelingen van de ERK op dit terrein zijn daarom waardevol.

7. Het CvdR is een politiek orgaan bestaande uit niet via democratische verkiezingen gekozen leden. Kunt u schetsen hoe u aankijkt tegen de democratische legitimiteit van dit orgaan?

De rol van het CvcR is vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Daarin is vastgelegd dat het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de regionale en lokale gemeenschappen die in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn of politiek verantwoording verschuldigd zijn aan een gekozen vergadering.

8. In het CvdR zitten bestuurders van gemeenten en provincies. Bij veel van de besluiten van de EU kunnen zij een direct belang hebben vanuit hun bestuurlijke rol, zoals de middelenverdeling van Europese fondsen. Desalniettemin kan de mogelijke impact van de maatregelen breder zijn en doelgroepen treffen wiens stem of advies niet gehoord wordt in de advisering, of toekomstige negatieve impact hebben die de betreffende bestuurder op dat moment niet zal raken. Herkent u ook de problematiek van de belangenverstrengeling dan wel perverse prikkels ten aanzien van de adviezen die de leden van het CvdR kunnen geven? Zo nee, waarom niet?

De door u geschetste dynamiek wordt niet door de ERK als bevinding of aanbeveling uitgelicht. Er zijn mij ook geen concrete gevallen van belangenverstrengeling of perverse prikkels bekend.

9. De Nederlandse afgevaardigden uit het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) zijn nagenoeg alle afkomstig uit de vakbonden, Verbond van Nederlandse Ondernemingen en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (VNO-NCW) en het midden- en kleinbedrijf Nederland (MKB-Nederland). Organisaties als Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en VNO-NCW hebben in het verleden meerdere politieke partijen, waaronder de PVV, uitgesloten van deelname aan debatten en laten zich denigrerend uit over rechtse partijen. Het uitsluiten van een deel van aan democratische verkiezingen deelnemende partijen wekt op zijn minst de schijn van een bevooroordeelde houding, die ook weerklank kan hebben in de adviezen van de EESC. Vindt u het voor de hand liggen dat de Nederlandse afvaardiging van het EESC voor een groot deel bestaat uit organisaties met een dergelijke antidemocratische houding?

10. Hoe oordeelt u over het feit dat de EESC tot doel zou hebben om de participerende democratie te bevorderen, maar voor de burger feitelijk geen plaats is binnen dit orgaan?

Antwoord vraag 9–10

De leden van de EESC worden voorgedragen door de nationale regeringen, waarna zij door de Raad van de Europese Unie worden benoemd voor een verlengbare termijn van vijf jaar. Uitspraken over een vermeende antidemocratische houding van de organisaties in deze afvaardiging laat ik volledig voor uw rekening.

11. Kunt u aangeven welke meerwaarde u anno 2026 ziet in de Comités, die immers in een volstrekt ander tijdsgewricht in het leven zijn geroepen?

De rol van de adviesorganen is vastgelegd in het VWEU. Hun meerwaarde staat niet ter discussie en is geen onderwerp van het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer. De aanbevelingen van de ERK zijn erop gericht de tijdigheid, kwaliteit en effectiviteit van hun adviezen te vergroten.

12. Bent u bereid om begin 2027 aan de Kamer te rapporteren wat de stand van zaken bij EESC en CvdR is van de opvolging van de aanbevelingen?

Het is aan de EESC en de CvdR om opvolging te geven aan de aanbevelingen van de ERK. Het werk van de adviesorganen ligt niet binnen de verantwoordelijkheid van de Raad van de Europese Unie en de lidstaten. Ik acht het daarom niet mijn taak om te rapporteren over de stand van zaken ten aanzien van de opvolging van de aanbevelingen.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Dessing (FVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Karaaslan (D66), Kroon (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Speciaal verslag 12/2026: De adviesorganen van de EU. Europese Rekenkamer.

X Noot
3

FNV sluit FVD, JA21 en PVV uit van verkiezingsdebat Velsen. Meerdere partijen trekken zich terug, Nieuwrechts.nl, 16 januari 2026; Agema PVV buitengesloten door FNV, NOS.nl, 3 september 2015.

Naar boven