Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36990 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36990 nr. 2 |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Energiewet, de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet op de accijns te wijzigen in verband met de implementatie van:
– richtlijn (EU) 2024/1711 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Richtlijn (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie;
– verordening nr. (EU) 2024/1747 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 wat betreft het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie, en
– verordening nr. (EU) 2024/1106 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 1227/2011 en (EU) 2019/942 wat de verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie betreft.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De Energiewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
zelfverbruik door één of meer actieve afnemers van hernieuwbare elektriciteit:
a. die is opgewekt of opgeslagen door een installatie achter een andere aansluiting die de actieve afnemers geheel of gedeeltelijk gezamenlijk bezitten, leasen of huren; of
b. waarop het recht al dan niet gratis is overgedragen door een andere actieve afnemer;
actieve afnemer die bij energiedelen elektriciteit deelt met een energie-ontvanger;
actieve afnemer die bij energiedelen gedeelde elektriciteit ontvangt van een energiegever;
een aansluitovereenkomst voor een aansluiting op het transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit met een achter het overdrachtspunt geïnstalleerd stroombeheersingssysteem dat de hoeveelheid door de aangeslotene op het systeem in te voeden of van het systeem af te nemen elektriciteit kan regelen of beperken, en een bij die aansluiting behorende transportovereenkomst met voorwaarden voor niet-vaste transportcapaciteit als bedoeld in artikel 3.46, derde lid, onderdeel b;
periode waarin de onbalansverrekening voor elektriciteit plaatsvindt;
2. De begripsomschrijving van delen van energie vervalt.
3. In de begripsomschrijving van energiehandelsmarkt vervalt «balanceringsdiensten, of» en wordt na «ondersteunende diensten» ingevoegd «of congestiebeheers- of systeembeheersdiensten».
4. De begripsomschrijving van vraagrespons komt te luiden:
verandering van de afname of de invoeding van elektriciteit door een eindafnemer ten opzichte van zijn normale of bestaande afname- of invoedingspatroon in reactie op marktsignalen, waaronder tijdvariabele elektriciteitsprijzen of andere financiële prikkels, of op basis van een overeenkomst om de verandering van de afname of de invoeding van elektriciteit te verkopen op een energiehandelsmarkt;
B
Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt na «marktdeelnemers» ingevoegd «en energiedelen».
2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Een actieve afnemer of een energiegemeenschap die op zijn aansluiting een vraagresponsovereenkomst sluit, of die een overeenkomst sluit inzake energiedelen, beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt.
C
Artikel 2.3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «marktdeelnemer» ingevoegd «en een balanceringsverantwoordelijke».
2. Onder verlettering van de onderdelen d en e tot onderdelen e en f, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. ervan te weerhouden deel te nemen aan energiedelen; of
3. In onderdeel f (nieuw) wordt «in de onderdelen a, b of d» vervangen door «in de onderdelen a, b, d of e».
D
Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het zesde tot zevende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
6. Een leverancier beschikt over een passende afdekkingsstrategie om risico’s voor de continuïteit van leveringsovereenkomsten te beperken.
2. In het zevende lid (nieuw) wordt «in het eerste tot en met vijfde lid» vervangen door «in het eerste tot en met zesde lid».
E
Artikel 2.6, vierde lid, komt te luiden:
4. Een leverancier verstrekt een eindafnemer voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst:
a. een in het oog springende samenvatting van de belangrijkste voorwaarden uit de overeenkomst in begrijpelijke taal;
b. informatie over de mogelijkheden, kosten en risico's van de soort overeenkomst en de noodzaak om een passende meetinrichting die voldoet aan de krachtens artikel 2.46, derde lid, gestelde eisen te laten installeren.
F
In artikel 2.9 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.
G
Het opschrift van afdeling 2.2 komt te luiden:
H
In hoofdstuk 2, afdeling 2.2, vervalt paragraaf 2.2.6, onder vernummering van paragraaf 2.2.7 tot paragraaf 2.2.6.
I
In artikel 2.34, zesde lid, wordt «Artikel 2.5, eerste, derde en zesde lid» vervangen door «Artikel 2.5, eerste, derde en zevende lid».
J
Artikel 2.41 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit op dat allocatiepunt» vervangen door «de marktdeelnemer die al actief is op dat allocatiepunt».
2. In het tweede lid wordt:
a. «de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit op dat allocatiepunt, al dan niet in samenspraak met de leverancier op dat allocatiepunt» vervangen door «de marktdeelnemer die al actief is op dat allocatiepunt».
b. «de aanpassing van het elektriciteitsprogramma als gevolg van de vraagrespons, over de vergoeding van eventuele onbalanskosten die hierdoor ontstaan en de uitwisseling van relevante gegevens» vervangen door «de verandering van de afname of de invoeding van elektriciteit als gevolg van de vraagresponsdienst en de uitwisseling van hiervoor relevante gegevens».
3. In het vijfde lid wordt «diensten aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder van elektriciteit in verband met systeembehoeften» vervangen door «congestiebeheers- of systeembeheersdiensten aan de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit».
K
Na afdeling 2.3 wordt een nieuwe afdeling ingevoegd, luidende:
1. Een huishoudelijk eindafnemer, kleine of middelgrote onderneming, energiegemeenschap of overheidsinstantie als bedoeld in artikel 15 bis, eerste lid, van richtlijn 2019/944, kan als actieve afnemer deelnemen aan energiedelen.
2. Een onderneming die groter is dan een middelgrote onderneming en die is aangesloten op een distributiesysteem, kan als actieve afnemer deelnemen aan energiedelen indien:
a. de geïnstalleerde capaciteit van de productie-installatie die elektriciteit opwekt ten hoogste 6 MW bedraagt; en
b. het energiedelen plaatsvindt binnen een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen beperkt geografisch gebied.
3. Energiedelen vindt plaats op basis van een overeenkomst inzake energiedelen tussen een energiegever en een energie-ontvanger of op basis van een bindend besluit inzake energiedelen van een energiegemeenschap.
4. In de overeenkomst of het besluit van de energiegemeenschap wordt een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting aangewezen die bevoegd is kennis te nemen van een uit de overeenkomst of het besluit voortvloeiend geschil.
5. De Autoriteit Consument en Markt stelt ten behoeve van energiedelen tussen actieve afnemers een voorbeeldovereenkomst inzake energiedelen ter beschikking met redelijke en transparante modelvoorwaarden.
6. Indien een overheidsinstantie als bedoeld in artikel 15 bis, achtste lid, van richtlijn 2019/944, als energiegever deelneemt aan energiedelen, wordt nagestreefd om ten minste tien procent van de totale hoeveelheid elektriciteit die wordt gedeeld toegankelijk te maken voor kwetsbare of energiearme eindafnemers.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de voorwaarden waaronder energiedelen kan plaatsvinden, waaronder:
a. het beperken van het geografisch gebied waarbinnen actieve afnemers kunnen deelnemen aan energiedelen;
b. de informatie die de energiegever aan de energie-ontvanger verstrekt voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst inzake energiedelen.
1. Een leverancier faciliteert energiedelen ten behoeve van een eindafnemer met wie hij een leveringsovereenkomst heeft gesloten en die als energie-ontvanger deelneemt aan energiedelen op basis van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer handel.
2. Een marktdeelnemer faciliteert energiedelen ten behoeve van een actieve afnemer met wie hij een terugleveringsovereenkomst heeft gesloten en die als energiegever deelneemt aan energiedelen op basis van de terugleveringsovereenkomst.
3. Een leverancier of andere marktdeelnemer als bedoeld in het eerste of tweede lid, faciliteert in ieder geval energiedelen volgens een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. Zij kunnen ook energiedelen volgens een andere wijze faciliteren.
4. Indien energie wordt gedeeld op een wijze waarbij een energiegever meer elektriciteit kan delen dan de energie-ontvanger verbruikt, wordt, indien de energie-ontvanger in een onbalansverrekeningsperiode minder elektriciteit verbruikt dan de hoeveelheid elektriciteit die is gedeeld, het restant van de gedeelde elektriciteit aangemerkt als aan zijn leverancier teruggeleverde elektriciteit. Artikel 2.34, vierde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien een energie-ontvanger en een energiegever een leveringsovereenkomst respectievelijk terugleveringsovereenkomst hebben gesloten met dezelfde marktdeelnemer, zijn de artikelen 2.41d, eerste lid, en 3.63a niet van toepassing.
6. Een leverancier of andere marktdeelnemer informeert de actieve afnemer met wie hij een leveringsovereenkomst respectievelijk een terugleveringsovereenkomst heeft zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee weken na de kennisgeving van het voornemen tot energiedelen van deze actieve afnemer over de kosten en voorwaarden voor het faciliteren van het energiedelen.
7. De energie-ontvanger of de energiegever kan een overeenkomst inzake energiedelen zonder opgave van redenen ontbinden binnen veertien dagen na de dag waarop de kosten en voorwaarden voor het faciliteren van energiedelen zijn verstrekt door zijn leverancier respectievelijk marktdeelnemer aan wie hij teruglevert.
8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
Indien een actieve afnemer die deelneemt aan energiedelen een geïnstalleerde productiecapaciteit heeft groter dan 55 kW, of groter dan 17 kW voor een huishoudelijk eindafnemer zijn de artikelen 2.6, 2.7, 2.8, 2.13, 2.14, 2.15 en 2.16 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «een leverancier» wordt gelezen «een actieve afnemer die deelneemt aan energiedelen» en in plaats van «een leveringsovereenkomst» wordt gelezen «een overeenkomst inzake energiedelen».
1. Actieve afnemers die met elkaar een overeenkomst inzake energiedelen aangaan, wijzen een contactpersoon aan die de overeenkomst ten minste een maand voorafgaand aan de ingangsdatum registreert bij het contactpunt van de transmissie- of distributiesysteembeheerder of de beheerder van een gesloten systeem voor elektriciteit van de energiegever, bedoeld in artikel 3.63a, eerste lid.
2. Actieve afnemers die een overeenkomst inzake energiedelen aangaan kunnen een organisator van energiedelen machtigen ten behoeve van het organiseren van energiedelen en deze aanwijzen als contactpersoon.
3. Een organisator van energiedelen verleent zijn diensten op niet-discriminerende wijze en tegen transparante prijzen, tarieven en voorwaarden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het organiseren van energiedelen door een organisator van energiedelen.
L
1. In artikel 2.66, eerste lid, wordt «de artikelen 3, 4 en 5» vervangen door «de artikelen 3, 4, 5, 7 quater, 8, 9 en 15».
2. het tweede lid komt te luiden:
2. Overtreding van de artikelen 3 en 5 van verordening 1227/2011 is een misdrijf. Overtreding van de artikelen 4, 7 quater, 8, 9 of 15 van verordening 1227/2011 is een overtreding.
M
Artikel 3.38 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het derde lid wordt toegevoegd «Artikel 50, lid 4 bis, tweede alinea, van verordening 2019/943, is van overeenkomstige toepassing op een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit.».
2. Het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Aan onderdeel c wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een komma, toegevoegd «waaronder een aansluiting met flexibele aansluitovereenkomst voor de duur dat de voor de aansluiting verzochte vaste capaciteit niet volledig beschikbaar is».
b. Er worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
d. de voorwaarden voor certificering van een stroombeheersingssysteem voor een aansluiting met een flexibele aansluitovereenkomst;
e. dat verzoeken om aansluiting en bijbehorende documenten langs elektronische weg mogen worden ingediend.
N
In artikel 3.46, derde lid, wordt, onder verlettering van onderdeel b tot onderdeel c, na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. ter uitvoering van het eerste lid, voorwaarden voor niet-vaste transportcapaciteit bij een aansluiting met een flexibele aansluitovereenkomst als bedoeld in artikel 3.38, vijfde lid, onderdeel c, waaronder de verplichting voor de aangeslotene om achter het overdrachtspunt een door een erkende certificeringsinstantie gecertificeerd stroombeheersingssysteem te installeren dat de hoeveelheid door de aangeslotene op het systeem in te voeden of van het systeem af te nemen elektriciteit kan regelen of beperken, en de voorwaarden voor het vervallen van deze verplichting zodra de transmissie- of distributiesysteembeheerder de maatregelen, bedoeld in artikel 3.38, derde lid, heeft voltooid;
O
Artikel 3.49, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «transmissiesysteembeheerder» vervangen door «transmissie- of distributiesysteembeheerder».
2. In onderdeel a wordt na «past de transmissiesysteembeheerder» ingevoegd «, wanneer de dienst is ingekocht na het verstrijken van de termijn voor het indienen van het elektriciteitsprogramma,» en wordt na «de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit» ingevoegd «van de marktdeelnemer».
3. In onderdeel b wordt «de balanceringsverantwoordelijke voor elektriciteit die actief is op het betreffende allocatiepunt waarvan de flexibiliteit afkomstig is» vervangen door «de in onderdeel a bedoelde marktdeelnemer».
P
Aan paragraaf 3.3.7 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
1. Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit voorziet in een contactpunt ten behoeve van energiedelen.
2. De transmissie-of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van de energiegever bij een overeenkomst voor energiedelen toetst en registreert de overeenkomst inzake energiedelen overeenkomstig het bij of krachtens artikel 4.5, tweede lid, bepaalde.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de registratie, het beheer en de uitwisseling van gegevens inzake energiedelen door een transmissie – of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit, waaronder:
a. de voorwaarden waaraan het contactpunt, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen;
b. het verzamelen, valideren, berekenen en verstrekken van gegevens.
Q
Aan artikel 3.77 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Artikel 50, lid 4 bis, eerste alinea, van verordening 2019/943 is van overeenkomstige toepassing op een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit.
R
Artikel 3.100 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt «eerste lid» vervangen door «tweede lid».
2. In het vijfde lid wordt «het transmissie- of distributiesysteem» vervangen door «de gasmarkt».
S
In artikel 3.104, eerste lid, wordt na «3.44,» ingevoegd «3.63a,».
T
In artikel 3.107, eerste lid, wordt na «artikel 3.106, eerste lid,» ingevoegd «aanhef en onderdeel a,».
U
In artikel 3.112, tweede lid, wordt na «keurt de berekeningsmethode die ingevolge het eerste lid aan haar wordt voorgelegd goed» ingevoegd «met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens verordening 2019/943 en verordening 715/2009 inzake tarieven,».
V
In artikel 3.119, eerste lid, wordt na «balanceren» ingevoegd «, de inrichting of uitvoering van een capaciteitsmechanisme als bedoeld in artikel 21 en 22 van verordening 2019/943».
W
Aan artikel 4.5, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
j. overeenkomsten inzake energiedelen.
X
Artikel 4.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt:
a. onderdeel e verletterd tot onderdeel d;
b. onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel d (nieuw) door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. overeenkomsten inzake energiedelen.
2. In het derde lid wordt:
a. na «van het spoorwegsysteem in de Unie verzamelt» ingevoegd «, ontvangt»;
b. onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. leveranciers, marktdeelnemers die aggregeren en balanceringsverantwoordelijken op een allocatiepunt.
Y
Artikel 4.8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het achtste en negende lid tot negende en tiende lid, wordt er na het zevende lid een lid ingevoegd, luidende:
8. De ingevolge artikel 2.41d, eerste of tweede lid, aangewezen contactpersoon voor een overeenkomst inzake energiedelen, levert bij de transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van de energiegever de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens aan met betrekking tot:
a. de betrokken actieve afnemers of energiegemeenschap met inbegrip van hun contactgegevens;
b. de overeenkomst inzake energiedelen;
c. gegevens over de productie-installatie, met inbegrip van de geïnstalleerde capaciteit en aard van de productie-installatie;
d. de contractperiode van de overeenkomst.
2. In het negende lid (nieuw) wordt «in het eerste tot en met zevende lid» vervangen door «in het eerste tot en met achtste lid».
Z
Aan artikel 5.1, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd luidende:
c. ter uitvoering van een capaciteitsmechanisme als bedoeld in artikel 21 en 22 van verordening 2019/943.
AA
Artikel 5.5, eerste lid, komt te luiden:
1. Als de marktdeelnemers, bedoeld in artikel 2.41, tweede lid, een geschil hebben over de financiële compensatie of de voorwaarden voor aanpassing van het elektriciteitsprogramma als gevolg van de vraagrespons of de uitwisseling van relevante gegevens, kan elk van de marktdeelnemers een klacht bij de Autoriteit Consument en Markt indienen. Een klacht omvat een aanvraag om een besluit.
BB
Artikel 5.12 wordt als volgt gewijzigd:
2. In het eerste lid wordt:
a. «strategische reserve» vervangen door «capaciteitsmechanisme»;
b. «artikel 21, derde lid,» vervangen door «artikel 21 of 22»;
c. aan het einde van de zin toegevoegd «en er uitvoering aan te geven».
3. In het tweede lid wordt «de strategische reserve, bedoeld in het eerste lid» vervangen door «capaciteitsmechanismen als bedoeld in het eerste lid».
CC
Na artikel 5.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister of Ministers die het mede aangaat, om redenen van nationale veiligheid, waaronder economische veiligheid, aan een systeembeheerder, marktdeelnemer, balanceringsverantwoordelijke of netgebruiker een bindende aanwijzing geven die is gericht op de voorzieningszekerheid of leveringszekerheid van elektriciteit of gas.
2. Bij de aanwijzing kan, voor elektriciteit, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.9, 3.24, eerste lid, 3.26, 3.36, eerste lid, aanhef en onderdeel f, 3.37, 3.38, 3.41, 3.46, 3.74, 3.86 en 3.105, alsmede van de regels gesteld krachtens afdeling 3.6.
DD
Aan artikel 5.17 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. De Autoriteit Consument en Markt kan bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen taken en verantwoordelijkheden op grond van verordening 1227/2011 en onder daarbij te stellen voorwaarden overdragen aan Acer of een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 16 bis van de verordening, indien dit nodig is voor de uitoefening van effectief toezicht.
EE
Na artikel 5.17 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
1. De krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren zijn belast met het verlenen van bijstand bij een inspectie op grond van artikel 13 bis van verordening 1227/2011 door Acer. Artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
2. Bij verzet tegen een bij besluit van Acer gelaste inspectie door Acer verlenen de aangewezen ambtenaren de nodige bijstand om Acer in staat te stellen de inspectie te verrichten, zo nodig met behulp van de sterke arm.
3. De aangewezen ambtenaren zijn belast met het op verzoek van Acer verlenen van bijstand om nakoming te waarborgen van de verplichting om aan Acer de op grond van artikel 13 ter van verordening 1227/2011 verzochte informatie te verschaffen.
4. De aangewezen ambtenaren zijn belast met het op verzoek van Acer verlenen van bijstand bij het afnemen van een verklaring op grond van artikel 13 quater van verordening 1227/2011.
5. Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het derde en vierde lid, beschikken de aangewezen ambtenaren over de bevoegdheden die hen ingevolge de artikelen 5:15, 5:16 en 5:16a van de Algemene wet bestuursrecht zijn toegekend en zijn de artikelen 5:12, 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
1. De krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren zijn belast met het op verzoek van en namens Acer of op verzoek van en namens een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie verrichten van een inspectie op grond van verordening 1227/2011.
2. De aangewezen ambtenaren zijn belast met het op verzoek van en namens Acer of op verzoek van en namens een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie afnemen van een verklaring op grond van verordening 1227/2011.
3. De aangewezen ambtenaren zijn belast met het op verzoek van en namens een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie verlenen van bijstand om nakoming te waarborgen van de verplichting om aan die nationale regulerende instantie de op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van verordening 1227/2011 verzochte informatie te verschaffen.
4. Functionarissen van Acer of de nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie of andere door Acer of de nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie aangewezen personen kunnen onder toezicht van de aangewezen ambtenaren bij de inspectie of het afnemen van de verklaring aanwezig zijn en de aangewezen ambtenaren bijstand verlenen.
5. De aangewezen ambtenaren zijn belast met het uitvoeren van door een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 16 bis van verordening 1227/2011 aan de Autoriteit Consument en Markt overgedragen taken of verantwoordelijkheden.
6. Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vijfde lid, beschikken de aangewezen ambtenaren over de bevoegdheden die hen ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt zijn toegekend. Artikel 5:10a van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 12i en 12m, eerste en derde tot en met vijfde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Voor een inspectie op grond van verordening 1227/2011 door Acer of door krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren op verzoek van en namens Acer of op verzoek van en namens een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie in een woning zonder toestemming van de bewoner, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van de rechtbank Rotterdam.
2. De rechter-commissaris toetst een verzoek tot machtiging van Acer of een nationale regulerende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 13 bis, tiende lid, van verordening 1227/2011.
3. De artikelen 12d, 12e en 12f van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt zijn van overeenkomstige toepassing.
FF
In artikel 5.18, eerste lid, onderdeel a, wordt na «5.11, » ingevoegd «5.13a, ».
GG
Artikel 5.21 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a, subonderdeel 2°, wordt na «3.63, » ingevoegd «3.63a, ».
b. In de onderdelen a en c vervalt subonderdeel 5°.
c. In onderdeel c, subonderdeel 1°, wordt na «2.40, « ingevoegd «2.41b, eerste, tweede derde, vierde en zesde lid, 2.41c, 2.41d, derde lid, «.
d. In onderdeel c wordt, onder vernummering van subonderdeel 4° tot subonderdeel 5°, een subonderdeel tussengevoegd, luidende:
4°. 5.12;
e. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel g door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 7 quater, 8, 9 en 15 van verordening 1227/2011.
2. Er worden vijf leden toegevoegd, luidende:
5. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid, onderdeel h, kan worden opgelegd bedraagt, indien de overtreder een natuurlijk persoon is, ten hoogste:
a. voor overtreding van artikel 3 of 5 van verordening 1227/2011 € 5.000.000;
b. voor overtreding van artikel 4 of 15 van verordening 1227/2011 het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder;
c. voor overtreding van artikel 8 of 9 van verordening 1227/2011 het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 1% van de omzet van de overtreder;
tenzij dit meer is dan 20% van het inkomen van de overtreder in het voorafgaande kalenderjaar, dan bedraagt de boete ten hoogste 20% van het inkomen van de overtreder in het voorafgaande kalenderjaar.
6. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid, onderdeel h, kan worden opgelegd bedraagt, indien de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste:
a. voor overtreding van artikel 3 of 5 van verordening 1227/2011 het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 15% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar;
b. voor overtreding van artikel 4 of 15 van verordening 1227/2011 het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 2% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar;
c. voor overtreding van artikel 8 of 9 van verordening 1227/2011 het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, ten hoogste 1% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar;
tenzij dit meer is dan 20% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar, dan bedraagt de boete ten hoogste 20% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar;
7. In afwijking van het vijfde en zesde lid bedraagt de boete die ten hoogste kan worden opgelegd indien de overtreder direct of indirect financieel voordeel heeft behaald met de overtreding en dat meer is dan het bedrag genoemd in het vijfde respectievelijk zesde lid, een bedrag dat gelijk is aan dat voordeel.
8. De bestuurlijke boete die ingevolge het zesde of zevende lid, ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100% of, indien dat minder is, tot 20% van de totale omzet van de overtreder in het voorafgaande boekjaar, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
9. De Autoriteit Consument en Markt kan op een verzoek van Acer als bedoeld in artikel 13 ter, vierde lid, van verordening 1227/2011 een bestuurlijke boete opleggen wegens niet naleving van de verplichting om informatie te verstrekken, bedoeld in artikel 13 ter, derde lid, van verordening 1227/2011. Artikel 12m, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van overeenkomstige toepassing.
HH
Onmiddellijk voor het opschrift van afdeling 5.5 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
1. De Autoriteit Consument en Markt legt, na een daartoe strekkend verzoek van Acer, een op grond van artikel 13 octies van verordening 1227/2011 door Acer genomen besluit tot oplegging van een dwangsom namens Acer ten uitvoer nadat zij de authenticiteit van het besluit heeft vastgesteld.
2. Afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
1. De vervaltermijn, bedoeld in artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt telkens gestuit door een handeling van Acer ter verrichting van een onderzoek of procedure met betrekking tot een overtreding van artikel 3, 4, 5, 8 of 15 van verordening 1227/2011 op een Nederlandse groothandelsmarkt voor elektriciteit, gas of waterstofgas en ten minste één van de bij de onderzochte overtreding betrokken personen van die handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld door Acer.
2. De stuiting van de vervaltermijn eindigt op de dag waarop Acer een onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 13, elfde lid, van verordening 1227/2011 voor het nemen van handhavingsmaatregelen overdraagt aan de Autoriteit Consument en Markt of op het moment dat Acer oordeelt dat er geen redenen zijn om een dergelijk onderzoeksverslag op te stellen met betrekking tot een overtreding op een Nederlandse groothandelsmarkt voor elektriciteit, gas of waterstofgas.
3. In afwijking van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete ongeacht de resterende vervaltermijn drie jaren na de dag waarop Acer een onderzoeksverslag als bedoeld in artikel 13, elfde lid, van verordening 1227/2011 voor het nemen van handhavingsmaatregelen overdraagt aan de Autoriteit Consument en Markt of, indien dat korter is, tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de periode waarin de vervaltermijn ingevolge artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vervaltermijn, bedoeld in artikel 12r, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.
II
Artikel 5.25, eerste lid, komt te luiden:
1. In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet is de Autoriteit Consument en Markt bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan:
a. Acer, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van Acer;
b. de Europese autoriteit voor effecten en markten (ESMA) voor zover het gegevens betreft over mogelijke inbreuken op verordening (EU) nr. 596/2014 met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten die onder verordening 1227/2011 vallen, en
c. het Eurofisc-netwerk voor zover het een redelijk vermoeden betreft dat op een markt in de Europese Unie waar voor de groothandel bestemde energieproducten die onder verordening 1227/2011 vallen worden verhandeld, handelingen worden of zijn uitgevoerd die waarschijnlijk belastingfraude vormen.
De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 47, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel f wordt «een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten» vervangen door «aan een aansluiting kunnen een of meer allocatiepunten zijn toegekend».
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel ac door een puntkomma worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende:
ad. allocatiepunt: een allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
ae. energiedelen: energiedelen als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
af. actieve afnemer: een actieve afnemer als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
ag. onbalansverrekeningsperiode: een onbalansverrekeningsperiode als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
ah. gecontracteerd allocatiepunt: het primair of additioneel allocatiepunt dat is opgenomen in de overeenkomst inzake energiedelen tussen twee of meer actieve afnemers dan wel tussen een actieve afnemer en een energiegemeenschap als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet als allocatiepunt van de actieve afnemer met wie elektriciteit wordt gedeeld.
B
Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid tot derde tot en met achtste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid wordt in geval van energiedelen de belasting geheven ter zake van de gedeelde elektriciteit voor zover de verbruiker die elektriciteit in dezelfde onbalansverrekeningsperiode heeft verbruikt.
2. In het vierde lid (nieuw), aanhef, het vijfde lid (nieuw) en het zesde lid (nieuw), aanhef, wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid».
C
In artikel 51, eerste lid, wordt «artikel 50, tweede lid» vervangen door «artikel 50, derde lid».
D
Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid wordt in geval van energiedelen als bedoeld in artikel 50, tweede lid, de belasting geheven van degene die in de verbruiksperiode leveringen als bedoeld in artikel 50, eerste lid of derde lid, onderdeel a, verricht op het gecontracteerde allocatiepunt.
2. In het derde lid (nieuw) wordt «artikel 50, tweede lid» vervangen door «artikel 50, derde lid».
E
Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het eerste lid wordt in geval van energiedelen als bedoeld in artikel 50, tweede lid, de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop degene, bedoeld in artikel 53, tweede lid, kosten in rekening brengt voor het faciliteren van energiedelen, doch uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°.
2. In het vierde lid (nieuw) wordt «artikel 50, tweede lid» vervangen door «artikel 50, derde lid».
F
In artikel 57 wordt «artikel 53, tweede lid» telkens vervangen door «artikel 53, derde lid».
G
In artikel 63, vijfde lid, wordt «artikel 50, tweede lid» vervangen door «artikel 50, derde lid».
H
In artikel 71, eerste lid, wordt «artikel 53, eerste en tweede lid» vervangen door «artikel 53».
In de Wet op de accijns wordt in artikel 69a, eerste lid, «artikel 50, tweede lid» vervangen door «artikel 50, derde lid».
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet EMD-pakket.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
De Staatssecretaris van Financiën,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36990-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.