Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36989 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36989 nr. 2 |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020.
De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, genoemd in artikel 3 van de TNO-wet, draagt zorg voor de uitvoering van de artikelen 19, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en derde lid, en 24, eerste lid, van de verordening kritieke grondstoffen.
Met het toezicht op de naleving van de artikelen 8, eerste, derde en vijfde lid, 11, zevende lid, 21, tweede lid, en 24, tweede en vierde lid, van de verordening kritieke grondstoffen zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aangewezen ambtenaren.
Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is ter handhaving van de bepalingen, genoemd in artikel 3, bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom.
In artikel 141a, eerste lid, van de Mijnbouwwet wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. strategische projecten inzake kritieke grondstoffen als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 met betrekking tot de winning van delfstoffen.
De Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Na paragraaf 2.6.4 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:
B
Aan bijlage I, onder B, wordt in de alfabetische volgorde een onderdeel ingevoegd, luidende:
Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020.
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
artikel 1.1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020;.
B
Na titel 9.4 wordt een titel ingevoegd, luidende:
Voor de toepassing van artikel 9.4a.4 wordt, voor zover dat voor de toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is, verstaan onder:
in de handel brengen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 61, van de EU-verordening kritieke grondstoffen.
1. Het is verboden om handelingen te verrichten of na te laten in strijd met de artikelen 28, eerste of derde tot en met zevende lid, 29, eerste of vijfde lid, 30, vijfde lid, 31, zesde, zevende, tiende of elfde lid, of 33, eerste lid, van de EU-verordening kritieke grondstoffen, in voorkomende gevallen in combinatie met de toepasselijke voorschriften, opgenomen in:
a. een gedelegeerde handeling die is vastgesteld op grond van artikel 29, tweede lid, 31, eerste, derde of achtste lid, of 34, van die verordening, of
b. een uitvoeringshandeling die is vastgesteld op grond van artikel 28, tweede lid, of 31, tiende lid, van die verordening.
2. Het is verboden om handelingen te verrichten of na te laten in strijd met artikel 29, derde lid, van die verordening in combinatie met de toepasselijke voorschriften uit de op dit artikel van de verordening gebaseerde gedelegeerde handeling.
3. Ter concretisering van het in het eerste of tweede lid gestelde verbod kunnen de voorschriften van een gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling waarop het verbod in elk geval betrekking heeft, bij ministeriële regeling worden aangewezen of omschreven.
1. Het is een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het in de handel brengen van een product waarvoor vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31 van de EU-verordening kritieke grondstoffen, verboden om handelingen te verrichten of na te laten in strijd met de artikelen 4, eerste, derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.
2. Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een product waarvoor vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31 van de EU-verordening kritieke grondstoffen, verboden om handelingen te verrichten of na te laten in strijd met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.
3. Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een product waarvoor vereisten zijn vastgesteld in de artikelen 28, 29 of 31 van de EU-verordening kritieke grondstoffen, verboden om handelingen te verrichten of na te laten in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de EU-verordening markttoezicht.
Degene die op een handelsbeurs, tentoonstelling, demonstratie of soortgelijk evenement een product toont dat niet voldoet aan de verordening kritieke grondstoffen, neemt bij het tonen van dat product de voorwaarde, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de EU-verordening kritieke grondstoffen, in acht.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de EU-verordening kritieke grondstoffen en op die verordening gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.
2. De regels kunnen bij ministeriële regeling worden gesteld als deze uitvoeringstechnische, administratieve of meet- en rekenvoorschriften inhouden.
C
Aan artikel 18.1a, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. de artikelen 28, 29, 30, 31 en 33 van de EU-verordening kritieke grondstoffen.
D
Aan artikel 18.2b, eerste lid, wordt, onder de vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. de artikelen 28, 29, 30, 31 en 33 van de EU-verordening kritieke grondstoffen.
E
Artikel 18.20, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «de titels 9.3, 9.3a en 9.4» vervangen door: «de titels 9.3, 9.3a, 9.4 en 9.4a».
2. Onder vervanging van «of» aan het slot van onderdeel d door een komma en verlettering van onderdeel e tot onderdeel f wordt na onderdeel d een onderdeel ingevoegd, luidende:
e. de artikelen 28, 29 en 31 van de EU-verordening kritieke grondstoffen, of.
Artikel 1a, van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel 1° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na «9.3a.3, eerste lid,» ingevoegd «9.4a.2, tweede lid».
2. In onderdeel 2° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na «9.4.9,» ingevoegd «9.4a.3,».
3. In onderdeel 3° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer na «de artikelen» ingevoegd «9.4a.2, eerste lid, 9.4a.4».
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36989-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.