Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36988 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36988 nr. 2 |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Financiële-verhoudingswet, de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en enkele andere wetten te wijzigen om het uitkeringsstelsel te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De Financiële-verhoudingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1, onderdeel c, vervalt onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.
B
Het opschrift van Hoofdstuk 2 komt te luiden:
C
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen» vervangen door «bijzondere fondsuitkeringen».
2. Het derde lid vervalt.
D
Na artikel 5 wordt in paragraaf 2.1 een artikel ingevoegd, luidende:
E
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
3. De provincies hebben gezamenlijk over een uitkeringsjaar recht op het in de begroting van het provinciefonds vermelde bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, voor dat jaar, verminderd met het totaal aan verplichtingen over het uitkeringsjaar voor ingroeipaden als bedoeld in artikel 22, onderdeel f.
2. Het vierde lid komt te luiden:
4. De gemeenten hebben gezamenlijk over een uitkeringsjaar recht op het in de begroting van het gemeentefonds vermelde bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, voor dat jaar, verminderd met het totaal aan verplichtingen over het uitkeringsjaar voor:
a. aanvullende uitkeringen;
b. suppletiebijdragen als bedoeld in artikel 11a;
c. bijdragen in verband met tijdelijke ondersteuning van gemeenten in verband met herindeling;
d. ingroeipaden als bedoeld in artikel 22, onderdeel f.
F
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Ten behoeve van de verdeling van de algemene uitkering uit het provinciefonds en het gemeentefonds worden verdeelmaatstaven gehanteerd.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De maatstaven voor de algemene uitkering uit het provinciefonds hebben ten minste betrekking op de volgende kenmerken:
a. belastingcapaciteit van de provincies ter zake van de motorrijtuigenbelasting;
b. inkomsten uit eigen vermogen van de provincies;
c. de inwoners van de provincies;
d. het grondgebied van de provincies;
e. vaste bedragen voor de provincies.
3. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
3. De maatstaven voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben ten minste betrekking op de volgende kenmerken:
a. belastingcapaciteit van de gemeenten ter zake van de onroerende zaakbelastingen;
b. de inwoners van de gemeenten;
c. het grondgebied van de gemeenten;
d. de bebouwing in de gemeenten;
e. vaste bedragen voor gemeenten;
f. tijdelijke ondersteuning van gemeenten in verband met herindeling.
4. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:
5. Een voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
G
Na artikel 11 wordt in paragraaf 2.2 een artikel ingevoegd, luidende:
1. Onze Ministers kunnen een gemeente een suppletiebijdrage verlenen ten behoeve van het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten die zijn achtergebleven.
2. De suppletiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, komt ten laste van het bedrag dat als verplichting geldt voor het totaal van de algemene uitkeringen en aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
3. Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld over de suppletiebijdrage, bedoeld in het eerste lid.
I
Artikel 13 komt te luiden:
1. Een bijzondere fondsuitkering als bedoeld in artikel 5, tweede lid, kan op een andere wijze worden verdeeld dan de algemene uitkering.
2. Een bijzondere fondsuitkering komt ten goede aan de algemene middelen van een provincie of gemeente.
3. Voor de verdeling van een bijzondere fondsuitkering kan gebruik worden gemaakt van informatie die afkomstig is van provincies of gemeenten.
J
Artikel 14 komt te luiden:
1. Onze Ministers stellen over ieder uitkeringsjaar de bijzondere fondsuitkeringen aan de provincies en gemeenten vast.
2. In de beschikking tot verlening van een bijzondere fondsuitkering kunnen Onze Ministers gedeputeerde staten van een provincie of het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verplichten kwantitatieve informatie aan Onze Minister die het aangaat te verstrekken, indien deze informatie noodzakelijk is:
a. voor de monitoring of evaluatie van het beleid dat aan de verstrekking van de bijzondere fondsuitkering ten grondslag ligt; of
b. om, met het oog op de toekomstige verdeling van de uitkering, vast te stellen of de omvang dan wel verdeling van de bijzondere fondsuitkering aansluit bij de lasten van provincies onderscheidenlijk gemeenten.
3. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, wordt niet opgelegd indien:
a. de lasten voor de betreffende provincie of gemeente in verband met het verstrekken van de informatie niet in verhouding staan tot het belang dat met de verstrekking van de informatie gediend is;
b. het verstrekken van de informatie niet in verhouding staat tot de hoogte van de verstrekte uitkering.
4. De informatie, bedoeld in het tweede lid, kan ten hoogste éénmaal per jaar worden opgevraagd.
5. De beschikking tot verlening van een bijzondere fondsuitkering, bedoeld in het tweede lid, vermeldt ten minste:
a. de naam en de omschrijving van de bijzondere fondsuitkering;
b. het totaalbedrag van de bijzondere fondsuitkering;
c. de wijze waarop de bijzondere fondsuitkering over de provincies of gemeenten is verdeeld;
d. het bedrag dat elke afzonderlijke provincie of gemeente ontvangt;
e. indien een verplichting als bedoeld in het tweede lid wordt opgelegd:
1°. de wijze waarop de informatie, bedoeld in het tweede lid, door gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders wordt verstrekt;
2°. een motivering van de noodzaak tot de verstrekking van de informatie, bedoeld in het tweede lid.
6. Indien gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders nalaten de informatie, bedoeld in het tweede lid, te verstrekken, kunnen Onze Ministers, indien hier zwaarwegende redenen voor zijn, de betalingen uit het provincie- of gemeentefonds op grond van artikel 15, eerste lid, aan de betreffende provincie of gemeente geheel of gedeeltelijk opschorten gedurende ten hoogste zes weken. Artikel 17b, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
7. Artikel 117, eerste lid, van de Provinciewet en artikel 119, eerste lid, van de Gemeentewet zijn niet van toepassing op de informatieverplichting, bedoeld in het tweede lid.
K
Artikel 15a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «of vanwege» en wordt «Onze Minister wie het aangaat» vervangen door «Onze Minister die het aangaat».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is een specifieke uitkering geen subsidie.
L
Na artikel 15a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Specifieke uitkeringen worden slechts verstrekt als deze wijze van bekostiging bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Een specifieke uitkering kan niet worden verstrekt indien het bedrag dat voor de uitkering beschikbaar is, lager is dan een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag.
3. Over een voorstel tot regeling of verstrekking van een specifieke uitkering vindt tijdig overleg plaats tussen Onze Minister die het aangaat en Onze Ministers.
4. Onverminderd het derde lid legt Onze Minister die het aangaat een voorstel tot regeling of verstrekking van een specifieke uitkering tijdig ter instemming voor aan de ministerraad.
5. Ten behoeve van de verantwoording van een specifieke uitkering, bedoeld in artikel 17a, wordt slechts noodzakelijke verantwoordingsinformatie opgevraagd.
M
Artikel 16 komt te luiden:
1. De verstrekking van een specifieke uitkering wordt geregeld bij of krachtens de wet.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verstrekking van een specifieke uitkering tijdelijk worden geregeld bij regeling van Onze Minister die het aangaat. Deze regeling bevat een datum waarop zij vervalt, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor de vervaldatum zijn verstrekt. De vervaldatum valt niet later dan vijf jaren na de inwerkingtreding van de regeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een specifieke uitkering die wordt verstrekt ten behoeve van overwegend hetzelfde openbaar belang en onder hoofdzakelijk dezelfde voorwaarden als een specifieke uitkering die reeds eerder is verstrekt.
4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan in afwachting van de totstandkoming van een wet of een algemene maatregel van bestuur de verstrekking van een specifieke uitkering worden geregeld bij regeling van Onze Minister die het aangaat.
5. Een regeling die is vastgesteld in afwachting van de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur vervalt indien:
a. niet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de regeling een algemene maatregel van bestuur in werking is getreden die de verstrekking van de specifieke uitkering regelt; of
b. de algemene maatregel van bestuur die de verstrekking van de specifieke uitkering regelt in werking is getreden.
6. Een regeling die is vastgesteld in afwachting van de totstandkoming van een wet vervalt indien:
a. niet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de regeling een wetsvoorstel bij de Staten-Generaal is ingediend dat de verstrekking van de specifieke uitkering regelt; of
b. het wetsvoorstel dat de verstrekking van de specifieke uitkering regelt is ingetrokken dan wel verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden.
7. Indien een regeling als bedoeld in het vierde lid vervalt, blijft zij van toepassing op uitkeringen die vóór de vervaldatum zijn verstrekt.
N
Artikel 16a komt te luiden:
Een wet, algemene maatregel van bestuur, of ministeriële regeling op grond waarvan een specifieke uitkering wordt verstrekt, bevat ten minste regels inzake:
a. de voorwaarden die aan de specifieke uitkering worden verbonden;
b. de wijze waarop het voor de specifieke uitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld;
c. welke informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a, wordt opgevraagd; en
d. de terugvordering.
O
Artikel 17 komt te luiden:
1. In afwijking van artikel 16 kan een specifieke uitkering bij beschikking van Onze Minister die het aangaat worden verstrekt:
a. indien de begroting de ontvanger van een specifieke uitkering en het bedrag waarop de specifieke uitkering ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt; of
b. in incidentele gevallen, mits de uitkering voor ten hoogste vijf jaren wordt verstrekt en het aantal ontvangers beperkt is.
2. In de beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste bepaald:
a. welke voorwaarden aan de specifieke uitkering zijn verbonden;
b. welke informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 17a, wordt opgevraagd; en
c. welk terugvorderingsbeleid van toepassing is.
P
Artikel 17a wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid vervalt «de regeling van».
2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met het zesde lid tot tweede tot en met vijfde lid.
3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «artikel 1, onderdeel f, van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten» vervangen door «artikel 1, onderdeel g, van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten».
Q
Artikel 17b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «het derde lid van artikel 17a» vervangen door «artikel 17a, tweede lid».
2. In het derde lid, aanhef, wordt «de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid,» vervangen door «de betalingen uit het provincie- of gemeentefonds op grond van artikel 15, eerste lid,».
3. In het derde lid, onderdeel b, wordt «het derde lid van dat artikel» vervangen door «artikel 17a, tweede lid».
4. In het vierde lid wordt «het derde lid van artikel 17a» vervangen door «artikel 17a, tweede lid».
5. In het zesde lid wordt «het derde lid van artikel 17a» vervangen door «artikel 17a, tweede lid».
R
Artikel 18 vervalt.
S
Artikel 19 komt te luiden:
T
Artikel 20 komt te luiden:
U
Artikel 21 komt te luiden:
V
Aan artikel 22 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. een ingroeipad ter voorkoming van onaanvaardbare herverdeeleffecten bij de wijziging van een uitkering.
W
Paragraaf 4.2 vervalt.
De Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 91 komt te luiden:
1. Elke bijdrage uit ’s Rijks kas die door Onze Minister die het aangaat onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan een openbaar lichaam wordt verstrekt, is een bijzondere uitkering.
2. Indien een openbaar lichaam optreedt als marktpartij of werkgever, of als eigenaar of huurder van een roerende of onroerende zaak en onder dezelfde voorwaarden als andere natuurlijke personen en rechtspersonen, niet zijnde medeoverheden, voor een bijdrage uit ’s Rijks kas in aanmerking komt, is die bijdrage geen bijzondere uitkering.
3. Bijzondere uitkeringen worden slechts verstrekt als deze wijze van bekostiging bijzonder aangewezen moet worden geacht.
4. In afwijking van artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een bijzondere uitkering geen subsidie.
5. Bijzondere uitkeringen worden vastgesteld in US dollars.
6. Over een voorstel tot regeling of verstrekking van een bijzondere uitkering voert Onze Minister die het aangaat tijdig overleg met Onze Ministers.
7. Ten behoeve van de verantwoording van een bijzondere uitkering wordt slechts noodzakelijke verantwoordingsinformatie opgevraagd.
B
Artikel 92 komt te luiden:
1. De verstrekking van een bijzondere uitkering wordt geregeld bij of krachtens de wet.
2. In afwijking van het eerste lid kan de verstrekking van een bijzondere uitkering tijdelijk worden geregeld bij regeling van Onze Minister die het aangaat. Deze regeling bevat een datum waarop zij vervalt, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor de vervaldatum zijn verstrekt. De vervaldatum valt niet later dan vijf jaren na de inwerkingtreding van de regeling.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een bijzondere uitkering die wordt verstrekt ten behoeve van overwegend hetzelfde openbaar belang en onder hoofdzakelijk dezelfde voorwaarden als een bijzondere uitkering die reeds eerder is verstrekt.
4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid kan in afwachting van de totstandkoming van een wet of een algemene maatregel van bestuur de verstrekking van een bijzondere uitkering worden geregeld bij regeling van Onze Minister die het aangaat.
5. Een regeling die is vastgesteld in afwachting van de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur vervalt indien:
a. niet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de regeling een algemene maatregel van bestuur in werking is getreden die de verstrekking van de bijzondere uitkering regelt; of
b. de algemene maatregel van bestuur die de verstrekking van de bijzondere uitkering regelt in werking is getreden.
6. Een regeling die is vastgesteld in afwachting van de totstandkoming van een wet vervalt indien:
a. niet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de regeling een wetsvoorstel bij de Staten-Generaal is ingediend dat de verstrekking van de bijzondere uitkering regelt; of
b. het wetsvoorstel dat de verstrekking van de bijzondere uitkering regelt is ingetrokken dan wel verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden.
7. Indien een regeling als bedoeld in het vierde lid vervalt, blijft zij van toepassing op uitkeringen die vóór de vervaldatum zijn verstrekt.
C
Na artikel 92 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende:
Een wet, algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling op grond waarvan een bijzondere uitkering wordt verstrekt, bevat ten minste regels inzake:
a. de voorwaarden die aan de bijzondere uitkering worden verbonden;
b. de wijze waarop het voor de bijzondere uitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld;
c. welke informatie ten behoeve van de verantwoording wordt opgevraagd; en
d. de terugvordering.
1. In afwijking van artikel 92 kan een bijzondere uitkering bij beschikking van Onze Minister die het aangaat worden verstrekt:
a. indien de begroting de ontvanger van een bijzondere uitkering en het bedrag waarop de bijzondere uitkering ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt; of
b. in incidentele gevallen, mits de uitkering voor ten hoogste vijf jaren wordt verstrekt en het aantal ontvangers beperkt is.
2. In de beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste bepaald:
a. welke voorwaarden aan de bijzondere uitkering zijn verbonden;
b. welke informatie ten behoeve van de verantwoording wordt opgevraagd;
c. welk terugvorderingsbeleid van toepassing is.
D
Artikel 93 komt te luiden:
E
Artikel 94 komt te luiden:
In artikel 39h, tweede lid, van de Binnenvaartwet wordt «Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat» vervangen door «Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W».
Artikel III van de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «subsidies» telkens vervangen door «subsidies dan wel specifieke uitkeringen».
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De artikelen 3 tot en met 7 van de Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W zijn van toepassing.
De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 110, vierde lid, komt te luiden:
4. Het vaststellen van een plan of een beleidsverslag en het ter voorbereiding daarvan volgen van een voorgeschreven procedure kan vanwege het Rijk in andere dan bij de wet bepaalde gevallen voor een termijn van ten hoogste vijf jaar van het gemeentebestuur worden gevraagd als voorwaarde voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.
B
Artikel 114, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «gevorderd, of» vervangen door «gevorderd,».
2. In onderdeel b wordt «gemeentebesturen.» vervangen door «gemeentebesturen, of».
3. Na onderdeel b wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de financiën van de gemeenten in betekenende mate zijn betrokken.
C
Artikel 186 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid vervalt de tweede volzin.
2. In het achtste lid wordt «de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet» vervangen door «de betalingen uit het gemeentefonds op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet».
D
In artikel 213, derde lid, onderdeel b, wordt «artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet» vervangen door «artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet».
De Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 2b worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Onze Minister, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, kan aan gemeenten of provincies een specifieke uitkering of aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba een bijzondere uitkering verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid met betrekking tot:
a. een goed ondernemings-, vestigings- en investeringsklimaat;
b. regionale economische ontwikkeling en regionale economische strategieën;
c. de samenwerking met de regio’s, Europa en de internationale gemeenschap;
d. het bevorderen van toegepast onderzoek, kennisvalorisatie, innovatie, en nieuwe technologieën;
e. het bevorderen van ecosystemen op het gebied van toegepast onderzoek, kennisvalorisatie, innovatie, en nieuwe technologieën;
f. economische veiligheid;
g. digitalisering, telecommunicatie en elektronische communicatie;
h. post;
i. mededinging.
Onze Minister, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, kan aan gemeenten of provincies een specifieke uitkering of aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba een bijzondere uitkering verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid met betrekking tot:
a. de bevordering van landbouw, tuinbouw en bosbouw en het toekomstperspectief daarvan;
b. de bevordering van visserij en het toekomstperspectief daarvan;
c. het beschermen en versterken van biodiversiteit, ecologie en van natuur;
d. voedsel, de voedseltransitie en het bevorderen van een adequate en weerbare voedselvoorziening, -zekerheid en -veiligheid;
e. de klimaatmitigatie voor landbouw, tuinbouw, bosbouw en landgebruik;
f. bodemgebruik en ecosysteemdiensten;
g. de maatregelen op het gebied van natuur waaronder mede begrepen maatregelen voor het tegengaan van drukfactoren zoals stikstofemissies;
h. inrichting en beheer van het landelijk gebied;
i. de gebiedsspecifieke en samenhangende aanpak van maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied;
j. de fysieke leefomgeving gerelateerd aan het landelijk gebied;
k. de versterking van de economische concurrentiekracht en het bevorderen van het toekomstperspectief van de landbouwsector;
l. regionale economische ontwikkeling;
m. het financieel instrumentarium in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en nationale en regionale beleidsprogramma’s voor ondernemingen in de landbouwsector;
n. het financieel instrumentarium in het kader van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en nationale en regionale beleidsprogramma’s voor ondernemingen in de visserijsector;
o. het bevorderen van toegepast onderzoek, kennisvalorisatie, innovatie en nieuwe technologieën;
p. het bevorderen van kennisbenutting, -ontwikkeling en -verspreiding en educatie op het terrein van landbouw, tuinbouw, bosbouw, visserij, voedsel, biodiversiteit, natuur, waterkwaliteit en klimaat;
q. diergezondheid en dierenwelzijn;
r. plantgezondheid, weerbare rassen en weerbare teeltsystemen;
s. de waterkwaliteitsopgave voor de landbouw en tuinbouw en maatregelen op meststoffengebied;
t. het beschermen en beheren van de Waddenzee.
Onze Minister, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, kan aan gemeenten of provincies een specifieke uitkering of aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba een bijzondere uitkering verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid met betrekking tot:
a. groene groei;
b. het bevorderen van toegepast onderzoek, kennisvalorisatie, innovatie, en nieuwe technologieën;
c. de samenwerking met de regio’s, Europa en de internationale gemeenschap;
d. de klimaatopgaven en klimaatadaptatie;
e. de energietransitie, energiebesparing en het energiesysteem;
f. de infrastructuur voor opwek, opslag en transport voor energiedragers en grondstoffen;
g. bodemgebruik en ecosysteemdiensten;
h. kernenergie;
i. verduurzaming industrie.
B
Artikel 3, eerste lid, komt te luiden:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de activiteiten waarvoor op grond van de artikelen 2, eerste lid, 2a, eerste lid, of 2b, eerste lid, subsidie kan worden verstrekt, nader worden bepaald alsmede andere criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
C
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de activiteiten waarvoor op grond van de artikelen 2c, 2d, of 2e een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering kan worden verstrekt, nader worden bepaald.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen bij de verstrekking van een specifieke uitkering of bijzondere uitkering op grond van de artikelen 2c, 2d, of 2e voorts regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het bedrag van de specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
b. de ontvangers van de specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
c. de wijze van verdeling van de specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
d. de aanvraagprocedure;
e. de wijze van rangschikking van de aanvragen;
f. de verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
g. de wijze van betaling van de specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
h. de instelling van een commissie die een rol heeft bij de beoordeling van aanvragen;
i. de wijze van evaluatie en monitoring;
j. de wijziging of intrekking van de specifieke of bijzondere uitkering;
k. de wijze van vaststelling van de specifieke uitkering of bijzondere uitkering.
D
Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Onze Minister verstrekt een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering op grond van de artikelen 2b, 2c of 2e bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling, tenzij:
a. een of enkele provincies of gemeenten ontvanger zijn of een enkel openbaar lichaam van de openbare lichamen Bonaire, Saba of Sint Eustatius ontvanger is, of
b. de activiteiten in een periode korter dan een jaar worden uitgevoerd.
E
Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Voor zover de verstrekking van een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering in strijd zou zijn met ingevolge een verdrag voor de Staat geldende verplichtingen, kan Onze Minister:
a. verstrekking van een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering weigeren;
b. een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering lager vaststellen dan overeenkomstig de verlening;
c. een verlening of vaststelling van een specifieke uitkering of een bijzondere uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de specifieke uitkering of bijzondere uitkering is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
F
In artikel 13 wordt «Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies» vervangen door «Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies en uitkeringen».
De Kaderwet subsidies I en M wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
ontvanger van een subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.
B
Na artikel 3 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende:
Onze Minister kan specifieke uitkeringen verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:
a. regionale luchthavens;
b. de ruimtelijke kwaliteit rond Schiphol en andere luchthavens van nationale betekenis;
c. het vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
d. het vaarwegennet en havens;
e. maritieme veiligheid en beveiliging;
f. de transitie naar een circulaire economie;
g. luchtkwaliteit, luchtemissies en schadelijke stoffenuitstoot;
h. geluidbelasting en geluidhinder;
i. omgevingsveiligheid en milieurisico’s;
j. openbaar vervoer, ander personenvervoer, goederenvervoer en spoor;
k. wegen en verkeersveiligheid;
l. mobiliteit, bereikbaarheid en ruimtelijke ordening;
m. duurzame mobiliteit en het bevorderen van innovatie binnen het mobiliteitsterrein;
n. bodem, ruimte en klimaatadaptatie;
o. waterbeheer, waterkwaliteit, waterveiligheid en drinkwater.
Onze Minister kan bijzondere uitkeringen verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:
a. luchthavens;
b. havens;
c. maritieme veiligheid en beveiliging;
d. bescherming van het mariene milieu en de kustzone;
e. de transitie naar een circulaire economie;
f. afvalbeheer;
g. luchtkwaliteit en luchtemissies;
h. geluidbelasting en geluidhinder;
i. omgevingsveiligheid en milieurisico’s;
j. wegen en verkeersveiligheid;
k. mobiliteit, bereikbaarheid en ruimtelijke ordening;
l. klimaatadaptatie;
m. waterbeheer, waterkwaliteit, waterveiligheid en drinkwater.
C
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de in de artikelen 3, 3a en 3b bedoelde activiteiten waarvoor een subsidie, specifieke uitkering of een bijzondere uitkering kan worden verstrekt nader worden bepaald en kunnen criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.
2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. Bij een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden voorzien in de vaststelling van een uitkeringsplafond en de regeling van de wijze van verdeling ervan, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan.
D
Artikel 5 komt te luiden:
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen regels dan wel nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden, en de besluitvorming daarover;
b. het bedrag van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de voorwaarden waaronder de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering worden verleend;
d. de verplichtingen van de ontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
f. de betaling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering en het verlenen van voorschotten;
g. intrekking of wijziging van de verlening of vaststelling van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering;
h. de wijze van verdeling van beschikbare bedragen;
i. de vergoeding die verschuldigd is door een subsidieontvanger bij vermogensvorming, bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. de termijn van publicatie en de inrichting van het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering in de praktijk;
k. de openbaarmaking van de resultaten van de bekostigde activiteiten;
l. het geven van informatie aan derden over de bekostigde activiteiten door de ontvanger;
m. de terugvordering van de subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering.
E
Artikel 22 komt te luiden:
De Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat wordt ingetrokken.
Artikel 3, eerste lid, aanhef, van de Kaderwet SZW-subsidies komt te luiden:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen terzake van de verstrekking van subsidie regels worden gesteld met betrekking tot:
De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 108, vierde lid, komt te luiden:
4. Het vaststellen van een plan of een beleidsverslag en het ter voorbereiding daarvan volgen van een voorgeschreven procedure kan vanwege het Rijk in andere dan bij de wet bepaalde gevallen voor een termijn van ten hoogste vijf jaar van het provinciebestuur worden gevraagd als onderdeel van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.
B
Artikel 190 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid vervalt de tweede volzin.
2. In het achtste lid wordt «de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet» vervangen door «de betalingen uit het provinciefonds op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet».
C
In artikel 217, derde lid, onderdeel b, wordt «artikel 17 van de Financiële-verhoudingswet» vervangen door «artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet».
Artikel 6, onderdeel a, van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds komt te luiden:
a. subsidies aan publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen of specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;
De Uitvoeringswet EFRO wordt als volgt gewijzigd:
B
Het opschrift van paragraaf 3.1 komt te luiden:
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Bij regeling van Onze Minister kunnen in verband met het verstrekken van specifieke uitkeringen in het kader van een programma regels worden gesteld omtrent:
a. de kosten van projecten;
b. de vaststelling van uitkeringsplafonds of deelplafonds, alsmede omtrent de bevoegdheden ter zake van een of meer autoriteiten als bedoeld in artikel 3;
c. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt;
d. de criteria om voor een specifieke uitkering in aanmerking te komen;
e. het bedrag van de specifieke uitkering dan wel de maatstaven voor de verdeling van de specifieke uitkering;
f. de voorwaarden waaronder de specifieke uitkering wordt verleend;
g. de aanvraagprocedure;
h. de verplichtingen die verbonden zijn aan de specifieke uitkering;
i. de vaststelling van de specifieke uitkering;
j. de betaling van de specifieke uitkering en het verlenen van voorschotten;
k. intrekking en wijziging van de verlening of vaststelling van de specifieke uitkering;
l. de financiering van het project en de wijze waarop deze tot stand komt;
m. de controle en het toezicht bij de uitvoering van een programma;
n. de procedure en het tijdsverloop rond de besluitvorming over de verstrekking van een specifieke uitkering ter uitvoering van een programma.
2. In het derde lid (nieuw) wordt «De in het eerste lid bedoelde regels» vervangen door «De in het eerste en tweede lid bedoelde regels».
D
Artikel 8 komt te luiden:
Voor zover cofinanciering door het Rijk is aan te merken als een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet kan, in afwijking van artikel 15b, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet, een specifieke uitkering worden verstrekt met een bedrag dat lager is dan het op grond van artikel 15b, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedrag.
E
Het opschrift van paragraaf 3.2 komt te luiden:
F
Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Voor zover de verstrekking van een specifieke uitkering in strijd is met een EFRO-verordening of een andere ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichting kan Onze Minister:
a. verstrekking van een specifieke uitkering weigeren;
b. een specifieke uitkering lager vaststellen dan overeenkomstig de verlening van een specifieke uitkering;
c. een verlening of vaststelling van een specifieke uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.
2. Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigde betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de specifieke uitkering is verstrekt, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
De Waterwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7.22d wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «subsidies» vervangen door «subsidies of specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Op subsidies die ten laste komen van het deltafonds zijn de artikelen 2, 4 tot en met 7 van de Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W van toepassing. Op specifieke uitkeringen die ten laste komen van het deltafonds zijn de artikelen 4 en 5 van de Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W van toepassing.
3. Het vierde lid komt te luiden:
4. Subsidies als bedoeld in het tweede lid die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Specifieke uitkeringen als bedoeld in het tweede lid die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel 4:34, tweede tot en met vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
4. Het zevende lid komt te luiden:
7. Ten laste van het deltafonds komen voorts andere uitgaven, subsidies en specifieke uitkeringen in het kader van het bereiken van de doelen van dat fonds.
B
In artikel 7.23, derde lid, wordt «Kaderwet subsidies I en M» vervangen door «Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W».
De Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 34a komt te luiden:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende gemeenten die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het gemeentefonds aan de gemeenten die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «het college» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 186, achtste lid, van de Gemeentewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het gemeentefonds aan de gemeenten die aan de regeling deelnemen.
B
Artikel 47a komt te luiden:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende provincies die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds aan de provincies die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 190, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Provinciewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 190, achtste lid, van de Provinciewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds aan de provincies die aan de regeling deelnemen.
C
Artikel 58a komt te luiden:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende provincies of gemeenten die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds en het gemeentefonds aan de provincies en gemeenten die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «het college» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 186, achtste lid, van de Gemeentewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds en het gemeentefonds aan de provincies en gemeenten die aan de regeling deelnemen.
D
Na artikel 67 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende gemeenten die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het gemeentefonds aan de gemeenten die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «het college» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 186, achtste lid, van de Gemeentewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het gemeentefonds aan de gemeenten die aan de regeling deelnemen.
E
Na artikel 80 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende provincies of gemeenten die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds en het gemeentefonds aan de provincies en gemeenten die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 186, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Gemeentewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «het college» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 186, achtste lid, van de Gemeentewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds en het gemeentefonds aan de provincies en gemeenten die aan de regeling deelnemen.
F
Na artikel 90 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet wordt slechts aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie verstrekt indien dit bijzonder aangewezen moet worden geacht.
2. Indien een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie een specifieke uitkering van het Rijk ontvangt of middelen ontvangt van deelnemende provincies die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, zijn de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie»;
b. de in artikel 17b, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds aan de provincies die aan de regeling deelnemen.
3. De ingevolge artikel 190, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid, van de Provinciewet gestelde regels, alsmede het vierde tot en met het achtste lid van dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan, met dien verstande dat:
a. voor «gedeputeerde staten» wordt gelezen «het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, of het gemeenschappelijk orgaan»;
b. de in artikel 190, achtste lid, van de Provinciewet bedoelde opschorting betrekking heeft op de betalingen uit het provinciefonds aan de provincies die aan de regeling deelnemen.
G
Na artikel 134 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
De Wet Mobiliteitsfonds wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd:
specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.
B
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid, aanhef, komt te luiden:
2. Uit het fonds kunnen subsidies aan waterschappen, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of privaatrechtelijke rechtspersonen dan wel specifieke uitkeringen worden verstrekt ten behoeve van:
2. In het derde en vierde lid wordt «subsidies» vervangen door «subsidies of specifieke uitkeringen».
3. In het zevende lid wordt «subsidies» vervangen door «subsidies dan wel specifieke uitkeringen».
C
Artikel 7, eerste lid, komt te luiden:
1. Op subsidies die verstrekt worden ten laste van het fonds, is de Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W van toepassing.
D
Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Op specifieke uitkeringen die verstrekt worden ten laste van het fonds zijn de artikelen 4 en 5 van de Kaderwet subsidies, specifieke uitkeringen en bijzondere uitkeringen I en W van toepassing.
2. Voor zover een specifieke uitkering wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Artikel 4:34, tweede tot en met vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling op basis waarvan specifieke uitkeringen kunnen worden verstrekt waarop het eerste lid van toepassing is, wordt niet eerder vastgesteld dan 30 dagen nadat het ontwerp van de regeling schriftelijk ter kennis is gebracht van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, indien het jaarlijkse uitkeringsplafond meer dan 10 miljoen euro bedraagt.
4. Indien binnen de in het derde lid genoemde termijn van 30 dagen ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal nadere inlichtingen vraagt, wordt de algemene maatregel van bestuur of regeling, bedoeld in het derde lid, niet eerder vastgesteld dan 14 dagen nadat de inlichtingen zijn verstrekt.
De Wet op het specifiek cultuurbeleid wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, na onderdeel d twee onderdelen toegevoegd, luidende:
e. specifieke uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;
f. bijzondere uitkering: bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. In het tweede lid wordt «subsidies» vervangen door «subsidies, specifieke uitkeringen of bijzondere uitkeringen».
B
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «specifieke uitkeringen» vervangen door «specifieke uitkeringen of bijzondere uitkeringen» en vervalt «van tenminste € 4.500».
2. In het tweede lid en derde lid wordt «Specifieke uitkeringen» vervangen door «Specifieke uitkeringen of bijzondere uitkeringen».
C
In artikel 6 wordt «specifieke uitkeringen» vervangen door «subsidies» en vervalt «van tenminste € 4.500».
D
In artikel 7 wordt «specifieke uitkeringen dan die bedoeld in de artikelen 5 en 6, verstrekken van tenminste € 4.500» vervangen door »specifieke uitkeringen of bijzondere uitkeringen dan die bedoeld in artikel 5 verstrekken».
E
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
a. het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 4, 4a, 4c en 6;
b. het verstrekken van specifieke uitkeringen of bijzondere uitkeringen als bedoeld in artikel 5 en 7.
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt «subsidie» vervangen door «een subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
b. In onderdeel b wordt «subsidie» vervangen door «subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
c. In onderdeel c wordt «subsidieplafond» vervangen door «subsidieplafond of uitkeringsplafond».
d. In onderdeel d en e wordt «subsidie» vervangen door «subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
e. In onderdeel f wordt «subsidie-ontvanger» vervangen door «subsidie-ontvanger of de ontvanger van een specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
f. In onderdeel g wordt «subsidie» vervangen door «subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
g. In onderdeel h wordt «subsidie» vervangen door «subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering» en vervalt «op de subsidie».
3. In het derde lid wordt «subsidieplafond» vervangen door «subsidieplafond of uitkeringsplafond».
4. In het vierde en vijfde lid wordt «subsidie» vervangen door «subsidie, specifieke uitkering of bijzondere uitkering».
Artikel 3.3, tweede lid, onderdeel k, subonderdeel 20°, van de Wet open overheid komt te luiden:
20°. waarbij geen belangen van derden kunnen zijn betrokken, tenzij de beschikking betrekking heeft op de verlening of vaststelling van:
a. subsidies; of
b. uitkeringen op grond van de Financiële-verhoudingswet of de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 138, vierde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba komt te luiden:
4. Het vaststellen van een plan of een beleidsverslag en het ter voorbereiding daarvan volgen van een voorgeschreven procedure kan vanwege het Rijk in andere dan bij de wet bepaalde gevallen voor een termijn van ten hoogste vijf jaar van het eilandsbestuur worden gevraagd als onderdeel van een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
1. Op decentralisatie- en integratie-uitkeringen die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C en I, zijn verstrekt, blijven de artikelen 5 en 13 van de Financiële-verhoudingswet van toepassing zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C en I.
2. Op verzameluitkeringen die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, zijn verstrekt, blijft artikel 16a van de Financiële-verhoudingswet van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N.
1. Artikel 15a, derde lid, van de Financiële-verhoudingswet is niet van toepassing op:
a. specifieke uitkeringen die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, reeds zijn verstrekt;
b. algemene maatregelen van bestuur dan wel ministeriële regelingen die een specifieke uitkering regelen, indien zij voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, in werking zijn getreden.
2. Artikel 91, vierde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is niet van toepassing op:
a. bijzondere uitkeringen die voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, reeds werden verstrekt;
b. algemene maatregelen van bestuur dan wel ministeriële regelingen die een bijzondere uitkering regelen, indien zij voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, in werking zijn getreden.
Artikel 15b, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet is niet van toepassing op:
a. specifieke uitkeringen die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, reeds zijn verstrekt;
b. algemene maatregelen van bestuur dan wel ministeriële regelingen die een specifieke uitkering regelen, indien zij voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel L, in werking zijn getreden.
1. Artikel 16a van de Financiële-verhoudingswet is niet van toepassing op wetten, algemene maatregelen van bestuur of ministeriële regelingen die voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, in werking zijn getreden.
2. Artikel 92a van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is niet van toepassing op wetten, algemene maatregelen van bestuur of ministeriële regelingen die voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, in werking zijn getreden.
1. Op specifieke uitkeringen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel O, op artikel 17, tweede, derde of vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet berustten blijft artikel 17, tweede tot en met vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel O.
2. Op bijzondere uitkeringen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, op artikel 92, tweede, derde of vijfde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba berustten blijft artikel 92, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B.
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, berust het Besluit financiële verhouding 2001 mede op artikel 8, vierde lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, berust de Regeling informatieverstrekking SiSa op artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel V, berust artikel 29 van het Besluit financiële verhouding 2001 mede op artikel 22, onderdeel f, van de Financiële-verhoudingswet.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel I, onderdeel F, terugwerkt tot en met 1 januari 2027.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Staatssecretaris van Financiën,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36988-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.