Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 29 april 2026 en het nader rapport d.d. 21 mei 2026, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Asiel en Migratie. Het advies van de Afdeling advisering van
de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 23 maart 2026, nr. 2026000641,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 29 april 2026, nr. W03.26.00074/II, bied ik U hierbij aan.
Bij Kabinetsmissive van 23 maart 2026, no.2026000641, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Asiel en Migratie, bij de Afdeling advisering van de Raad van
State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van
de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen in verband met de implementatie
van Richtlijn (EU) 2024/1233 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024
betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen
van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat,
alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen
die legaal in een lidstaat verblijven (Implementatiewet GVVA-richtlijn 2024), met
memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State,
G.J.J. Heerma van Voss
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om twee beperkte redactionele wijzigingen
door te voeren in de memorie van toelichting. Het gaat om twee aanvullingen in de
Transponeringstabel, waar nu bij artikel 13, tweede lid, iets meer duiding is gegeven
bij de bestaande regelingen betreffende sancties en bij artikel 16 kort is geschetst
op welke wijze informatie wordt verstrekt.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink