Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 4 februari 2026 en het nader rapport d.d. 28 mei 2026, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris
van Financiën. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief
afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 21 november 2025, nr. 2025-0000265799,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 4 februari 2026, nr. W12.25.00345/III, bied ik U, mede namens de Staatssecretaris
van Financiën, hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder in cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 21 november 2025, no.2025002703, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging
van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met diverse wijzigingen van pensioenwetgeving
(Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het ontwerp gaf de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het
maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om een aantal redactionele en wetstechnische
wijzigingen in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting door te voeren. Hieronder
volgt een korte toelichting op deze wijzigingen.
Niet inhoudelijke wijzigingen:
-
– De nummering en verwijzingen in het wetsvoorstel zijn geactualiseerd naar aanleiding
van recente wetswijzigingen.
-
– De begripsbepaling van gedetacheerde werknemer is redactioneel verbeterd.
-
– De begripsbepaling van Onze Minister wordt in de Pensioenwet en de Wet verplichte
beroepspensioenregeling aangepast.
Verder is de memorie van toelichting aangevuld met:
-
– een toelichting op de fiscale behandeling van het nabestaandenpensioen bij gelijke
aanpassingen met spreiden en het verloop van de uitkeringen. De uitwerking van de
fiscaal maximale variatie van het nabestaandenpensioen is hiermee verduidelijkt;
-
– de vermelding dat in het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
zal worden geregeld dat de pensioenuitvoerder concrete en persoonlijke informatie
over het verloop van de uitkeringen van het nabestaandenpensioen aan de deelnemer
en de nabestaande moet verstrekken;
-
– een toelichting dat in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling
ruimte is om vrijwillige voortzetting vanaf einde diensttijd of vanaf het moment van
de aanvraag te laten aanvangen.
Ik verzoek U, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, het hierbij gevoegde
gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede
Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg