Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36954 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36954 nr. C |
Aan de Europese Commissie
Den Haag, 24 juni 2026
De leden van de vaste commissies voor Justitie en Veiligheid en Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei van de Nederlandse Senaat hebben met belangstelling kennisgenomen van het Voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc. met de bijbehorende mededeling van 18 maart 2026.1 De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en SP en de BBB hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen die zij aan de Europese Commissie (hierna: de Commissie) willen voorleggen in het kader van de politieke dialoog.
Vragen en opmerkingen van de fracties van GroenLinks-PvdA en SP
De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de SP hebben vragen aan de Europese Commissie over de instelling van het zogenaamde 28ste regime, ook wel bekend als EU Inc. De belangrijkste grondslag van de vragen ligt in de vraag hoe democratisch het is om een regime in te stellen dat wel voor een paar bedrijven voordelig is, maar in de praktijk burgers of bestaande bedrijven benadeelt, onmogelijk nog bij te schaven valt in de toekomst vanwege de gekozen rechtsgrondslag en dat er in potentie aan bijdraagt dat belangrijke sociale rechten uitgehold worden. Betrouwbare sociale rechten zijn het sterkste fundament onder een sterke EU. Het uithollen van deze rechten via een voorstel dat gaat over administratieve vereenvoudiging voor het bedrijfsleven is niet transparant en voedt daarmee het wantrouwen tegen de EU, aldus deze leden.
Deze leden maken zich grote zorgen over de koppeling tussen administratieve vereenvoudiging om bedrijven op te richten en de enorme maaswijdte die voor ontduiking van bestaande wetten en regelgeving voor nieuwe (en omgevormde bedrijven) ingevoerd wordt. Dit voorstel dreigt daarmee een route te openen waarmee bedrijven arbeidsrechten, cao’s, het minimumloon en wellicht zelfs de regelgeving voor klimaat en de bescherming van het leefmilieu kunnen ontwijken. Als dit doorgaat, zet het voorstel in ieder geval de deur open voor oneerlijke concurrentie, schijnvestigingen en een versnelde race naar beneden op lonen en arbeidsvoorwaarden.
Deze leden snappen dat er behoefte is aan administratieve versnelling voor het vernieuwende bedrijfsleven, maar dit mag niet ten koste gaan van beschermingsniveaus. Deze leden zien echter niet de noodzaak om deze versnelling in het voorstel te combineren met een enorme uitholling van de sociale rechten, inclusief het recht op een schone en gezonde leefomgeving. Daarbij maken zij zich zorgen dat deze uitholling niet alleen voor start-ups mogelijk wordt gemaakt, maar voor een hele brede groep bedrijven: Alle bedrijven, zowel bestaande als nieuwe. De bescherming van burgers, de sociale zekerheid en het milieu dreigen daarbij op zeer ondemocratische wijze achtergesteld te worden bij de belangen van bedrijven.
Dit achten de fractieleden van GroenLinks-PvdA en SP een zeer wezenlijk probleem van dit nieuwe regime. Dit vinden zij onbegrijpelijk in het licht van de waarden waar de EU voor staat.
De eerste vraag die deze leden dan ook hebben, is of met de ondoordachte en overhaaste instelling van dit regime het democratisch vertrouwen van burgers in de Europese Unie als geheel niet een enorme dreun krijgt, aangezien de negatieve gevolgen voor burgers fors kunnen zijn?
De tweede vraag die hiermee samenhangt, is welke procedures burgers kunnen inzetten om de uitholling van hun sociale rechten onder het 28ste regime te voorkomen of terug te draaien nu de grondslag van dit wetsvoorstel dat niet mogelijk lijkt te maken? Kan de juridische grondslag aangepast worden waardoor de koppeling met de positie van de sociale rechten en het oprichten van een EU Inc. voorkomen wordt?
Het aparte regime van de EU Inc. en de eenmalig registratie brengt veel rechtsonzekerheid voor werknemers over de jurisdictie waaronder diens arbeidsrelatie valt, hoe het recht op verhaal gewaarborgd is, en welke collectieve rechten er van toepassing zijn. Bovendien is het niet in alle landen toegestaan voor vakbonden om groepen werknemers collectief bij te staan. Hoe kunnen de collectieve rechten van alle werknemers in Europa worden beschermd binnen dit voorstel?
Voldoet de gekozen procedure voor het oprichten van deze nieuwe bedrijfsvorm aan de vereisten ten aanzien van de bescherming van de rechten van burgers, zoals deze bijvoorbeeld in het EVRM zijn vastgelegd?
De volgende vragen richten zich op de democratische legitimiteit van dit 28ste regime. De Europese Unie lijkt steeds vaker het bedrijfsleven buiten de normale Europese rechtsorde te willen brengen. Dit gebeurde al binnen verschillende handelsverdragen, en dit lijkt zich nu met EU Inc. verder door te zetten. Deze leden denken dat met deze wijze van opereren de Europese Commissie eraan bijdraagt dat de steun voor de Europese Unie onder burgers zal afnemen in plaats van toenemen. Immers belangrijke rechten van burgers worden uitgehold door de instelling van een bedrijfsvorm waarin burgers weinig tot geen impactvolle zeggenschap hebben terwijl zij wel de lasten van deze bedrijfsvorm zullen dragen. Kan de Commissie hierop reflecteren? Hoe wil de Commissie een democratisch tekort bestrijden? Hoe argumenteert de Commissie dat deze bedrijfsvorm de ongelijkheid in de Europese Unie binnen nationale landen gaat versterken?
Kan de Commissie aangeven in hoeverre het voorstel voorkomt dan wel stimuleert dat er een race naar de bodem ontstaat op het vlak van milieu en sociale rechten (zowel van individuele werknemers als van collectieve bescherming)? Immers, als het doel is om nationale rechtsregimes (meer) gelijk te trekken, hoe wil men dit doen in een Europese Unie waarin de sociale rechten en milieuafspraken lokaal zeer kunnen verschillen, en ook moeten verschillen om aan de lokale situatie het hoofd te kunnen bieden? Welke waarborgen zijn door de Commissie hiervoor gesteld? Hoe verhoudt zich dit tot de competentieverdeling tussen de lidstaten en de EU?
Is de Commissie bekend met het recente rapport van de Raad van Europa over social dumping2. Kan de Commissie ingaan op de aanbevelingen die daarin staan en hoe het voorstel voor de EU Inc. hieraan bijdragen dan wel een extra risico voor vormen?
Welke risico’s ziet de Commissie ten aanzien van het 28ste regime als het gaat om het duurzaam en toekomstbestendig waarborgen van een gezond leefmilieu en een leefbaar inkomen als basis van een sterke militaire defensie van Europa? De beschermingsregimes uit de Kaderichtlijn Water en andere milieubeschermingsrichtlijnen moeten, aldus deze leden, dan ook niet gezien worden als administratieve belemmering voor het bedrijfsleven maar juist als van het allergrootste belang voor de duurzame autonomie en veiligheid van Europa. Deelt de Commissie deze mening? Zo ja, is de commissie bereid om alle uithollingen van de bescherming van het leefmilieu en een gezonde leefomgeving buiten het voorstel voor EU Inc. te houden?
Waarom is er gekozen voor een rechtsvorm waarbij aandeelhouders niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van hun besluiten? Waarvoor is dat nodig in een wereld waarin kapitaal al een veel betere onderhandelingspositie heeft dan arbeid? Kan de Commissie aangeven hoe bij de EU Inc. accountability door bedrijven voor wanbeheer richting milieu en sociale rechten wordt verzekerd in algemene zin en voor kapitaalverschaffers in het bijzonder? Immers, in de tijd van flexibel over de grenzen bewegende beleggers, zien we keer op keer dat bedrijven onder druk van aandeelhouders steeds vaker niet handelen in het primaire (toekomstige) belang van het bedrijf, laat staan oog hebben voor het algemeen belang of de belangen van toekomstige generaties. Op welke wijze wordt de naleving gemonitord, accountability geregeld en gehandhaafd?
Social dumping
De Commissie beschrijft hoe de statutaire vestigingslocatie de regels voor medezeggenschap bepalen.3 Hoe voorkomt de Commissie dat alle EU Inc. bedrijven zich in het land met de slechtste regels voor arbeidsrechtelijke verplichtingen en voor medezeggenschap gaan vestigen, waarna zij vanuit dat vertrekpunt in heel de EU gaan werken, wat zal leiden tot social dumping in andere landen dan de vestigingslocatie?
Verschillende partijen, waaronder de vakbonden, betwisten dat de Europese Commissie, via de juridische grondslag van het voorstel, het recht heeft om in te breken op: Loonvorming (door de ondermijning van het wettelijk minimumloon en van collectief onderhandelde lonen); Inning van sociale zekerheidspremies; Collectieve werknemersrechten en -bescherming en; Belastinginning, wat voor werknemers en de samenleving nadelige gevolgen kan hebben.
Volgens deze leden is dit een juiste analyse. Het voorstel lijkt niet compatibel met de gekozen rechtsgrondslag van artikel 114 VWEU. Er valt immers niks te harmoniseren: er wordt een nieuw regime naast de bestaande stelsels van de 27 lidstaten gecreëerd. Een parallel regime dat tegelijkertijd wel zeer wezenlijke impact heeft op die bestaande stelsels; Er is dus geen sprake van harmoniseren maar van overrulen.
Kan de Commissie hierop reflecteren en aangeven waarom zij van mening is dat dit wel de juiste juridische route is en de rechtsgrondslag van artikel 114 VWEU zich hiervoor zou lenen?
Wat zijn de rechtsgevolgen volgens de Commissie, indien er later blijkt dat de gekozen rechtsgrondslag onjuist is. In hoeverre is door de Commissie zorgvuldig beargumenteerd en afgewogen in hoeverre een parallel regime schadelijk kan zijn voor een eenduidig en transparant juridisch kader en daarmee samenhangende verplichtingen voor bedrijven die binnen de reikwijdte van het EU-recht vallen?
De Nederlandse regering acht de waarborgen in het EU Inc. voorstel onvoldoende op het vlak van misbruik en fraude onvoldoende.4 In hoeverre geldt dit ook voor het omzeilen van arbeidsrechtelijke verplichtingen, collectieve werknemersrechten, rechtsonzekerheid onder werkenden en een effectief recht op verhaal voor werkenden?
Daarbij draagt het voorstel bij aan oneerlijke concurrentie tussen bestaande bedrijven en de nieuwe EU-Inc bedrijven. Die laatste kunnen immers shoppen in verschillende juridische regimes wanneer zij zichzelf oprichten of omvormen. Het uitgangspunt dat ieder bedrijf als EU-Inc bedrijf het (formele) land van vestiging vrijelijk kan kiezen, maakt dat een EU-Inc bedrijf de facto kiest wélk nationale rechtstelsel (naast de bepalingen in de EU-Inc verordening) van toepassing is. Zo ontstaat er oneerlijke concurrentie tussen normale Nederlandse bedrijven en EU-Inc bedrijven, omdat die laatsten een lichter bedrijfsrechtelijk regime kennen.
De fractieleden van GroenLinks-PvdA en SP stellen dat bovendien oneerlijke concurrentie op loonkosten en arbeidsvoorwaarden tussen normale bedrijven en EU Inc. bedrijven ontstaat. EU Inc. bedrijven hebben kunstmatig lagere loonkosten, dus normale bedrijven leggen het af. De druk wordt groter op normale bedrijven om zich ook tot EU Inc. om te katten en mee te gaan in de concurrentie op loon en arbeidsvoorwaarden.
Waarom wil de Commissie, die immers streeft naar gelijke rechten en plichten voor het bedrijfsleven binnen de EU, bijdragen aan deze ongelijke marktvoorwaarden onder bepaalde bedrijven in Europa? Ondermijnt de Commissie hiermee niet juist één van de fundamenten van de Europese markt? Graag een reactie op deze constatering en reflectie op de effecten die op de lange termijn te verwachten zijn: dwingt de Commissie bedrijven zo niet allemaal een EU Inc. bedrijfsvorm op te richten en zo bij te gaan dragen aan de uitholling van de leefomgeving en de sociale rechten?
Voor mkb-bedrijven die een nationale markt bedienen, is het onlogisch om een EU Inc. bedrijfsvorm op te richten. Zeker wanneer dat in een ander land moet om financiële en administratieve voordelen te kunnen benutten. Kan de Commissie onderbouwen dat dit niet op korte en lange termijn nadelig uitpakt voor het Nederlandse mkb?
De rechtsgrondslag van artikel 114, lid 2, VWEU maakt het onmogelijk om de verordening aan te vullen met de noodzakelijke voorwaarden ter bescherming van de belangen en rechten van werknemers, aldus de fractieleden van GroenLinks-PvdA en SP.5
Kan de Commissie onderbouwen hoe zij voor zich ziet dat arbeid zijn belangen in relatie tot EU Inc. bedrijven gelijkwaardig (zowel met betrekking tot individuele als met betrekking tot collectieve werknemersrechten) kan verdedigen zoals richting gewone bedrijven? Welke juridische waarborgen zijn hiervoor in het voorstel opgenomen?
Kan de Commissie bevestigen dat niet de statutaire vestigingslocatie van het EU Inc. bedrijf bepalend is voor het regime van arbeidsrecht, maar de regels van het land waarin de economische activiteiten van een EU Inc. plaatsvindt? Kan de Commissie bevestigen dat dit geldt voor zowel de collectieve als de individuele arbeidsrechten? Op welke wijze is het transparant en traceerbaar welk rechtsregime van toepassing is wanneer een EU Inc. bedrijf in meerdere landen opereert? Hoe wordt monitoring, toezicht en handhaving vormgegeven en door wie wordt dit uitgevoerd bij een dergelijk gefragmenteerd rechtsregime?
Zo niet, kan de Commissie dan aangeven waarom zij van mening is dat zij hiermee niet onrechtmatig treedt in de bevoegdheden van nationale staten? Immers, de fractieleden van GroenLinks-PvdA en SP stellen dat zij hiermee evident de nationale bevoegdheden uitholt ten aanzien van sociale rechten als leefbaar minimumloon etc.
Zo niet, kan de Commissie haar visie geven over de verhouding arbeid en kapitaal in de toekomstige economie binnen de EU en richting de huidige militaire verdediging van Europa? Kan zij aangeven waarom burgers van de Europese Unie bereid zouden willen zijn om hun leven te wagen en hun besteedbare inkomen te zien dalen om de Europese Unie militair te verdedigen, terwijl diezelfde Europese Unie haar sociale rechten uitholt door het instellen van een 28ste regime waarbij de sociale en economische burgerrechten van burgers sterk onder druk gezet worden? Deze leden wijzen er voor de volledigheid op dat er geen enkel economisch bewijs is dat toegenomen economische groei zonder stevige regulering vanuit de overheid eerlijk verdeeld wordt tussen arbeid en kapitaal.
De Commissie maakt bij de bedrijven mogelijk dat werknemers uitbetaald worden in aandelen, in beginsel zonder ondergrens. Hoe verhoudt zich dat met het minimumloon en hoe wil zij daarbinnen handhaving van het minimumloon mogelijk maken aangezien deze verordening straks voorrang krijgt op onze nationale minimumloonwetgeving? Wat betekent de in deze EU-verordening gecreëerde mogelijkheid om te belonen door middel van aandelenopties vis-a-vis de toepasselijke cao-verplichtingen? Immers, aandelenpakketten kunnen in waarde fluctueren en in dit wetsvoorstel hoeven de aandelenpakketten in het EU-Inc bedrijf niet gestoeld te zijn op enige werkelijke waarde. Daarnaast kan een werknemer bij een EU-Inc bedrijf niet op een eigen gewenst moment die aandelenpakketten incasseren voor normale euro’s. Hoe voorkomen we dat werknemers bij EU-Inc bedrijven geen boodschappen kunnen doen of zonder beloning blijven zitten?
Kan de Commissie al met al beter onderbouwen waarom er met het voorstel geen sprake is van ongeoorloofde uitholling van de nationale bevoegdheden ten aanzien van bepalen van leefbaar minimumloon, collectieve onderhandeling van arbeidsrechten en het recht op vereniging? Kortom, waarom valt de voorgestelde route voor toepassing sociale rechten bij de EU-Inc niet te zien als ongeoorloofde intreding op het subsidiariteitsbeginsel? Of anders verwoord: Kan de Commissie onderbouwen waarom de facto uitholling van de rechtspositie van nationale overheden en burgers, geen ongeoorloofde intreding in de nationale bevoegdheden zou zijn?
Vragen en opmerkingen van de fractie van de BBB
De fractieleden van de BBB stellen dat het voorstel een vennootschapsrechtelijk instrument lijkt te creëren zonder alle publiekrechtelijke en privaatrechtelijke consequenties integraal te regelen. Daardoor kunnen hiaten ontstaan tussen het nieuwe regime en bestaande Europese en nationale regelgeving. Het voorstel lijkt primair gericht op snelle oprichting en mobiliteit van ondernemingen, terwijl onderwerpen als fraudebestrijding, terrorismefinanciering, bestuurdersaansprakelijkheid, insolventie en rechtsmacht grotendeels afhangen van bestaande nationale en Europese kaders. Daardoor kan de regeling juist nieuwe juridische onzekerheid (en daarmee transactiekosten) creëren in plaats van harmonisatie. De leden van de BBB-fractie hebben de volgende inleidende vragen.
Is het voorstel een zelfstandig vennootschapsrechtelijk stelsel of slechts een raamwerk dat afhankelijk blijft van nationaal recht?
Heeft de Commissie een systematische analyse gemaakt van alle onderwerpen waarvoor aanvullend nationaal recht noodzakelijk blijft?
Bestaat het risico dat juist de verschillen tussen nationale rechtsstelsels blijven bestaan, waardoor de beoogde vereenvoudiging niet wordt bereikt?
Kan de Commissie aantonen dat de voordelen van de EU Inc. opwegen tegen de extra juridische complexiteit die ontstaat door een 28ste regime naast de bestaande 27 nationale systemen? De besparingen lijken op unie niveau beperkt en de implementatiekosten lijken onderschat.
Heeft de Commissie voldoende onderzocht of een Europese vennootschapsvorm zonder een bijpassend fiscaal kader juist nieuwe mogelijkheden voor belastingarbitrage binnen de Unie creëert?
Waarom wordt gekozen voor harmonisatie van het vennootschapsrecht, terwijl de fiscale behandeling van diezelfde rechtsvorm grotendeels aan de lidstaten wordt overgelaten?
Kan de Commissie aantonen dat de administratieve lasten daadwerkelijk afnemen, indien ondernemingen naast één Europees vennootschapsrecht nog steeds met 27 verschillende belastingstelsels moeten werken?
Is het risico onderkend dat de EU Inc. vooral aantrekkelijk wordt voor fiscale structurering, terwijl de beoogde voordelen voor het mkb beperkt blijven?
Daarnaast hebben de leden van de BBB-fractie inhoudelijke vragen op een aantal domeinen:
Bevoegdheidsgrondslag (artikel 114 VWEU)
De vraag rijst of de EU bevoegd is een geheel nieuwe vennootschapsvorm in het leven te roepen, dan wel daarmee feitelijk ingrijpt in nationale privaatrechtelijke rechtsordes.
Op welke verdragsrechtelijke bevoegdheidsgrondslag baseert de Commissie de invoering van de EU Inc.?
Waarom kan het beoogde doel niet worden bereikt door verdere harmonisatie van bestaande nationale vennootschapsvormen?
Heeft de Commissie onderzocht of de regeling feitelijk leidt tot een parallel vennootschapsrecht naast de nationale systemen? En daarmee tot nog meer complexiteit.
Samenhang met bestaande Europese regelgeving
Het voorstel lijkt sterk te leunen op bestaande richtlijnen zonder steeds duidelijk te maken welke regels rechtstreeks gelden en welke niet.
Welke bestaande vennootschapsrechtelijke richtlijnen zijn integraal van toepassing op de EU Inc.?
Nationale wetgeving blijft van toepassing waar de EU Inc. geen regel biedt: Waar ontstaat overlap of juist een lacune tussen de EU Inc. en bestaande nationale wetgeving?
Is daarmee een integraal Europees juridisch kader eigenlijk wel geborgd? Dient deze regeling wel het doel?
Fraude en misbruik
Een digitale en eenvoudig op te richten rechtsvorm kan aantrekkelijk zijn voor legitiem ondernemerschap, maar ook voor fraudeconstructies, aldus de fractieleden van de BBB.
Welke mechanismen voorkomen dat de EU Inc. een instrument wordt voor btw-fraude of faillissementsfraude?
Hoe wordt de poortwachtersfunctie van de Notaris vervangen en hoe wordt bijvoorbeeld gecontroleerd wie de uiteindelijk belanghebbenden (UBO's) zijn?
Welke antimisbruikbepalingen zijn opgenomen tegen brievenbusvennootschappen?
Welke autoriteit is bevoegd om een frauduleuze EU Inc. te ontbinden of te schorsen? En onder welk recht?
Kan een EU Inc. worden opgericht zonder (fysieke) economische activiteiten? Indien de EU Inc. deelnemingen heeft die geen EU Inc. zijn, hoe werkt dan de juridische betekenis door in moeder-dochter-relaties van EU Inc. met niet EU Inc. vennootschappen?
Terrorismefinanciering en witwassen
Indien oprichting grotendeels digitaal plaatsvindt, moet de koppeling met het Europese AML/CFT-stelsel helder zijn, zo stellen de fractieleden van de BBB.
Hoe sluit de EU Inc. aan op de Europese anti-witwasregelgeving?
Welke rol krijgen nationale FIU's en toezichthouders?
Is beoordeeld of deze rechtsvorm nieuwe kwetsbaarheden creëert voor terrorismefinanciering?
Hebben EU Inc. bedrijven onder aankomende wetgeving dan ook recht op een bankrekening en is dat recht uitoefenbaar in de hele EU?
Liquidatie en insolventie
Zoals de regeling beoogt is de oprichting is relatief eenvoudig, maar beëindiging raakt insolventieregels.
Welk recht is van toepassing op de vrijwillige ontbinding van een EU Inc. bedrijf?
Welke rechter is bevoegd bij grensoverschrijdende liquidatie?
Hoe worden schuldeisers beschermd?
Wat gebeurt er wanneer activa zich in meerdere lidstaten bevinden?
Is de Europese Insolventieverordening zonder meer toepasbaar op de EU Inc.?
Bestaat het risico dat ondernemingen strategisch de meest gunstige jurisdictie kiezen voor liquidatie?
Bestuurdersaansprakelijkheid
Deze leden stellen dat bestuurdersaansprakelijkheid zonder duidelijke regeling moeilijk uitvoerbaar is.
Welk recht bepaalt de aansprakelijkheid van bestuurders en wat bepaalt welk recht van toepassing is?
Hoe wordt aansprakelijkheid beoordeeld bij bestuurders uit verschillende lidstaten? Is arbitrage hierbij een mogelijkheid?
Welke regels gelden bij kennelijk onbehoorlijk bestuur en in geval van insolventie en faillissement?
Fiscale kwalificatie van de EU Inc.
Hoe wordt de EU Inc. fiscaal gekwalificeerd door de lidstaten?
Welke lidstaat is primair verantwoordelijk voor fiscale informatie-uitwisseling over een EU Inc.?
Kan worden uitgesloten dat lidstaten de EU Inc. verschillend kwalificeren, waardoor hybride mismatches ontstaan?
Is onderzocht of de EU Inc. onder bestaande anti-hybrideregels (ATAD II) valt?
Welke gevolgen heeft een afwijkende fiscale kwalificatie voor grensoverschrijdende investeringen?
Vestigingsplaats en fiscale woonplaats
Op basis van welke criteria wordt de fiscale woonplaats van een EU Inc. vastgesteld? Geldt de plaats van oprichting, de statutaire zetel of de plaats van feitelijke leiding?
Hoe worden conflicten opgelost wanneer meerdere lidstaten de EU Inc. als binnenlands belastingplichtig beschouwen?
Bestaat het risico van «stateless income» of dubbele belastingplicht?
Vennootschapsbelasting
Deze leden vragen of beoordeeld is of ondernemingen de EU Inc. kunnen gebruiken om nationale belastingstelsels tegen elkaar uit te spelen? Kan een EU Inc. bijvoorbeeld eenvoudig haar fiscale nexus verplaatsen zonder haar economische activiteiten te verplaatsen?
Is een impactanalyse gemaakt van mogelijke verschuivingen van belastinggrondslagen tussen lidstaten?
Misbruik en belastingontwijking
Hoe wordt voorkomen dat de EU Inc. wordt gebruikt als doorstroomvennootschap?
Kan de Commissie uitsluiten dat de regeling nieuwe mogelijkheden creëert voor treaty shopping?
BTW (omzetbelasting)
Heeft de rechtsvorm gevolgen voor de vaststelling van de plaats van vestiging voor btw-doeleinden?
Hoe wordt voorkomen dat ondernemingen verschillende vestigingsplaatsen claimen voor btw en directe belastingen?
Ontstaan nieuwe risico's voor grensoverschrijdende btw-carrouselfraude?
Exit-heffingen en reorganisaties
Welke fiscale gevolgen heeft het verplaatsen van de feitelijke leiding van een EU Inc. naar een andere lidstaat?
Zijn nationale exit-heffingen verenigbaar met de mobiliteit die de EU Inc. beoogt te bevorderen?
De leden van de vaste commissies voor Justitie en Veiligheid en Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien met belangstelling uit naar de reactie van de Commissie en ontvangen deze graag uiterlijk binnen 3 maanden.
Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit
PACE, «PACE calls for stronger action against social dumping and labour exploitation», te raadplegen op: https://pace.coe.int/en/news/10280/.
VCP, «VCP, FNV en CNV vragen Minister EZK advies in te winnen over legitimiteit rechtsbasis EU Inc.», te raadplegen op: VCP, FNV en CNV vragen Minister EZK advies in te winnen over legitimiteit rechtsbasis EU Inc. – VCP
De fractieleden van GroenLinks-PvdA en SP vragen u in het bijzonder op te letten op lid 2 van Artikel 114 VWEU: «Lid 1 is niet van toepassing op de fiscale bepalingen, op de bepalingen inzake het vrije verkeer van personen en op de bepalingen inzake de rechten en belangen van werknemers.»
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36954-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.