36 953 Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen voor de versnelling van de industriële capaciteit en de decarbonisatie in strategische sectoren COM(2026)100

C BRIEF VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei

Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Brussel, 17 juli 2026

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar advies over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen voor de versnelling van de industriële capaciteit en de decarbonisatie in strategische sectoren en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1724, (EU) 2024/1735 en (EU) 2024/3110 {COM(2026) 100 final}.

De Commissie verwelkomt de aandacht die de Eerste Kamer besteedt aan de toekomstige veerkracht en duurzaamheid van de Europese industrie. Het voorstel, ook bekend als de «Industrial Accelerator Act», maakt deel uit van de Clean Industrial Deal en van de bredere agenda van de EU om het concurrentievermogen, de economische veiligheid en de decarbonisatie te versterken. Het is een reactie op een situatie waarin de Europese productiebasis essentieel blijft voor welvaart en de klimaattransitie, maar onder druk staat door hoge energiekosten, wereldwijde overcapaciteit, afhankelijkheid van toeleveringsketens, lagere investeringen en langdurige vergunningsprocedures.

De Commissie deelt de onderliggende zorg dat de veerkracht en duurzaamheid van de Europese industrie niet alleen aan de hand van één economische indicator kunnen worden beoordeeld. De doelstelling dat de industrie tegen 2035 20% van het bruto binnenlands product van de EU moet uitmaken, is daarom een kerndoelstelling van het beleid. Ze weerspiegelt dat het van strategisch belang is dat Europa een voldoende sterke productiebasis behoudt, aangezien veerkracht, voorzieningszekerheid, hoogwaardige banen en het vermogen om industriële waardeketens koolstofvrij te maken afhankelijk zijn van de aanwezigheid van industriële capaciteit in de EU.

Tegelijkertijd gaat de doelstelling van 20% gepaard met concrete instrumenten die gericht zijn op duurzaamheid en veerkracht. Het voorstel creëert leidende markten voor koolstofarme industriële producten en nettonultechnologieën, vereenvoudigt de vergunningverlening voor industriële-productie- en decarbonisatieprojecten, vergemakkelijkt de ontwikkeling van gebieden voor versnelde industriële productie en helpt ervoor te zorgen dat buitenlandse investeringen in strategische sectoren bijdragen tot waardecreatie, vaardigheden, innovatie en integratie van de waardeketen in de EU. Deze maatregelen zijn bedoeld om investeringen in een schone industrie in Europa te ondersteunen. De Commissie ziet de 20%-doelstelling dus niet als een vervanging voor duurzaamheids- en veerkrachtoverwegingen, maar als aanvulling daarop.

Wat harde doelstellingen voor toekomstige veerkracht en duurzaamheid betreft, is de Commissie van mening dat het voorstel reeds harde eisen bevat op de gebieden waarop dergelijke vereisten het meest doeltreffend en evenredig zijn. Duurzaamheid is ook verankerd in het bestaande juridisch bindende klimaatkader van de EU, met inbegrip van de Europese klimaatwet1, het emissiehandelssysteem van de Unie2, het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie3, de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten4 en de bouwproductenverordening5.

Veerkracht hangt af van productiecapaciteit, diversificatie van toeleveringsketens, technologische capaciteiten, toegang tot inputs, investeringen, vaardigheden, infrastructuur en de werking van de eengemaakte markt. Om die reden heeft de Commissie de voorkeur gegeven aan een gerichte aanpak. Het voorstel is gericht op sectoren en waardeketens waar Europese actie het duidelijkste verschil kan maken: energie-intensieve industrieën, nettonultechnologieën en de toeleveringsketen van de automobielsector.

De onderhandelingen tussen de medewetgevers – het Europees Parlement en de Raad – over het voorstel zijn nu aan de gang, en ook de Commissie neemt daaraan deel. De bovenstaande punten zijn gebaseerd op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. Het advies van de Eerste Kamer is ter beschikking gesteld van de vertegenwoordigers van de Commissie die betrokken zijn bij de lopende wetgevingsonderhandelingen en zal als input dienen voor deze besprekingen. Hierbij verwijst de Commissie ook naar de conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026, waarin de medewetgevers worden opgeroepen om uiterlijk eind 2026 overeenstemming te bereiken over de handeling.

De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar de verdere voortzetting van de politieke dialoog.

Uitvoerend vicevoorzitter, S. Séjourné

Lid van de Commissie, M. Šefčovič

Naar boven