36 946 Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Japan betreffende de wederzijdse levering van goederen en diensten tussen de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden en de zelfverdedigingsmacht van Japan; ‘s-Gravenhage, 18 december 2025

B/ Nr. 2 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 25 maart 2026 en het nader rapport d.d. 23 april 2026, aangeboden aan de Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 februari 2026, no. 2026000501, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 25 maart 2026, nr. W02.26.00055/II, bied ik U hierbij aan.

De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2026, no.2026000501, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de goedkeuring van het Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Japan betreffende wederzijdse levering van goederen en diensten tussen de Krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden en de Japanse Zelfverdedigingskrachten; 's-Gravenhage, 18 december 2025, met toelichtende nota.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het verdrag en adviseert het verdrag te overleggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

De Vice-President van de Raad van State,

Th.C. de Graaf

Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Ik verzoek U, mede namens de Minister van Defensie, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

Naar boven