36 945 XXIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Klimaat en Groene Groei 2025

Nr. 7 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 11 juni 2026

De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Klimaat en Groene Groei. Bij brief van 9 juni 2026 zijn ze door de Minister van Klimaat en Groene Groei beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Zwinkels

De griffier van de commissie, Nava

Vragen en antwoorden

1

Hoe gaat u om met de 287,9 mln. euro voor het opschalingsinstrument waterstof dat niet in 2025 is besteed? Wordt dit naar volgende jaren doorgeschoven?

Antwoord

De middelen die in de twee ronde van de Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse (OWE) niet tot besteding zijn gekomen ter hoogte van 287,9 miljoen euro zijn toegevoegd aan het budget voor de derde ronde van de OWE. Deze zal naar verwachting eind 2026 worden opengesteld.

2

Hoe verklaart u de meevaller in uitgaven voor de SDE-regelingen?

Antwoord

Het grootste deel van de meevaller in de SDE-regelingen wordt verklaard door het niet uitbetalen van de nadeelcompensatie kolenmaatregelen in 2025. Dit bedraagt 497,1 miljoen euro en valt onder de SDE++ en dit wordt jaarlijks onttrokken uit de SDE-reserve om ervoor te zorgen dat wanneer uitbetaling moet plaatsvinden, de middelen beschikbaar zijn. Aan het einde van jaar wordt deze meevaller gestort in de SDE-reserve. Hiernaast is er ook vertraging opgetreden bij enkele projecten waardoor de kasuitgaven lager zijn uitgevallen.

Naar boven