36 945 Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025

Nr. 18 MOTIE VAN DE LEDEN HOOGEVEEN EN VAN DEN BERG

Voorgesteld 3 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland zich heeft gebonden aan internationale en Europese klimaatverplichtingen;

constaterende dat de Nederlandse Klimaatwet nationale doelstellingen bevat voor 2030 en 2050 en dat de Europese klimaatwet inmiddels tevens een bindend tussendoel voor 2040 bevat;

constaterende dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat doelen voor het terugdringen van CO2-uitstoot hoogstwaarschijnlijk niet worden gehaald;

overwegende dat klimaatbeleid alleen houdbaar is wanneer het betaalbaar en uitvoerbaar blijft en verenigbaar blijft met energiezekerheid, leveringszekerheid en het concurrentievermogen van Nederland;

overwegende dat Nederland geen nationale koppen boven op Europese verplichtingen dient te hanteren;

verzoekt de regering bij de uitwerking van klimaatbeleid af te zien van aanvullende nationale normen, verplichtingen en sectorale doelstellingen die verder gaan dan noodzakelijk is voor het voldoen aan Europese en internationale verplichtingen;

verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen, met nadruk op kosteneffectiviteit, technologische neutraliteit en bescherming van het Nederlandse concurrentievermogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hoogeveen

Van den Berg

Naar boven