Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36933 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36933 nr. B |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
Het kabinet heeft op maandag 20 april jl. een aantal concrete maatregelen aangekondigd in reactie op het conflict in het Midden-Oosten.1 De fiscale steunmaatregelen van bovenstaand pakket treden – zoals ook is aangegeven in het debat met de Tweede Kamer op 22 april jl. – op de kortst mogelijke termijn in werking, door deze maatregelen te implementeren via een goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving.
Het gaat om de volgende maatregelen: 1) Structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding, 2) structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de aftrekbare reiskosten van IB-ondernemers en resultaatgenieters, 3) structureel en met terugwerkende kracht verhogen onbelaste kilometervergoeding en aanverwante regelingen BES eilanden, 4) tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voor btw-ondernemers en 5) tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.
Indachtig het afwegingskader voor beleidsbesluiten vooruitlopend op wetgeving informeer ik met deze brief uw Kamer over het genomen beleidsbesluit, dat op 21 mei gepubliceerd is in de Staatscourant 2026, 18302. Hierbij stuur ik u tevens een afschrift van de brief waarin de Tweede Kamer uitgebreider wordt geïnformeerd over het aangepaste maatregelenpakket in reactie op de energieschok en over een motie en toezegging moet betrekking tot de reiskostenvergoeding in CAO’s en de uitvoerbaarheid van een verlaagd btw-tarief voor het openbaar vervoer.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
Het kabinet heeft op maandag 20 april jl. een aantal concrete maatregelen aangekondigd in reactie op het conflict in het Midden-Oosten. Deze maatregelen zijn gericht op de koopkracht van huishoudens en de veerkracht van bedrijven, de leveringszekerheid van olie en gas en de weerbaarheid met betrekking tot de vraag naar energie.2 Naar aanleiding van het debat met uw Kamer op woensdag 22 april jl. heeft het kabinet het pakket op een aantal punten aangepast, in lijn met de wensen van uw Kamer. In deze brief wordt u geïnformeerd over het aangepaste pakket. De verwerking van de uitgavenmaatregelen volgt via Nota’s van wijziging op verschillende begrotingen. Deze worden vrijdag 22 mei met uw Kamer gedeeld. De fiscale maatregelen die nog dit jaar in werking treden zijn uitgewerkt in een beleidsbesluit, waar uw Kamer in deze brief nader over wordt geïnformeerd. Tot slot wordt uw Kamer in deze brief geïnformeerd over een nadere analyse van afspraken over de reiskostenvergoeding in CAO’s en over de uitvoerbaarheid van een verlaagd btw-tarief voor het openbaar vervoer per 1 juli. Uitvoering van de uitgavenmaatregelen loopt via de beleidsverantwoordelijke departementen. Over de stand van zaken van moties en toezeggingen op die beleidsterreinen wordt u op daarvoor gepaste momenten geïnformeerd door de beleidsverantwoordelijke bewindspersoon.
Aangepast pakket
In tabel 1 is de laatste stand van de lastenkant van het maatregelenpakket opgenomen en in tabel 2 de laatste stand van de uitgavenkant. Dit pakket is naar aanleiding van het debat op 22 april jl. op een aantal punten gewijzigd t.o.v. het oorspronkelijk voorgestelde pakket op 20 april.
Ten eerste heeft uw Kamer op 23 april jl. twee moties aangenomen die betrekking hebben op de vrachtwagenheffing, die per 1 juli a.s. van start gaat. Het betreft de motie-Flach c.s3 en de motie-Eerdmans/Wilders4. De motie-Flach c.s. verzoekt de tarieven van de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk te verlagen. De motie-Eerdmans/Wilders verzoekt de start van de vrachtwagenheffing uit te stellen tot 1 januari 2027. Bij de appreciatie van deze laatste motie heeft het kabinet aangegeven dat deze motie wordt geïnterpreteerd als de motie-Flach c.s., namelijk als een verzoek tot een zo snel mogelijke verlaging van de tarieven van de vrachtwagenheffing tot aan 2027. Het kabinet geeft uitvoering aan beide moties en bereidt een tijdelijke tariefverlaging van de vrachtwagenheffing voor. Mijn collega van Infrastructuur en Waterstaat informeert u op korte termijn over de concrete uitwerking hiervan.
De incidentele budgettaire derving bedraagt € 80 mln. en wordt gedekt vanuit de lastenkant. Het tijdelijk verlagen van het tarief heeft daardoor geen gevolgen voor de hoogte van de terugsluis en de bijbehorende subsidies voor de aanschaf van elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur. Dit vanwege het breed gedeelde belang van de elektrificatie van het wagenpark om de uitstoot van het wegvervoer te verminderen en de weerbaarheid van de vervoerssector te vergroten.
Ten tweede is de dekking van het maatregelenpakket aangepast naar aanleiding van de hiervoor genoemde motie-Flach c.s. In de motie wordt verzocht de versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) niet door te laten gaan en daarvoor in de plaats in de werkkostenregeling de gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten per 2027 af te schaffen. Hier wordt gevolg aan gegeven, waardoor er € 126 mln. in plaats van € 100 mln. wordt opgehaald. Deze extra middelen worden gebruikt om de tijdelijke tariefsverlaging van de vrachtwagenheffing binnen de huidige kabinetsperiode te dekken.
Ten derde heeft uw Kamer met de aangenomen motie Bontenbal c.s.5 verzocht om alle eventuele resterende structurele middelen uit het maatregelenpakket te reserveren om meer investeringen los te trekken, door in lijn met het coalitieakkoord te werken aan verbetering van de fiscale investeringsaftrekken, een win-winlening en een EU-beleggingsrekening. Conform deze motie reserveert het kabinet de structurele opbrengst van het pakket (€ 152 mln.) voor een dergelijke envelop.
Naast deze wijzigingen is de budgettaire reeks van startersaftrek voor 2027 bijgesteld van € 119 mln. naar € 116 mln. Structureel neemt de opbrengst toe van € 100 naar € 103 mln. Volledige afschaffen van de startersaftrek is uitvoerbaar per 2028, vooruitlopend hierop zal deze in 2027 worden verlaagd. In het pakket Belastingplan 2027 wordt deze verlaging nader uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire opbrengst en de uitlegbaarheid voor startende ondernemers van de resterende aftrek.
Onderstaande budgettaire plaat verwerkt het kabinet in het inkomstenkader. Uw Kamer zal hier bij Prinsjesdag via de Miljoenennota opnieuw over worden geïnformeerd.
|
In miljoen euro (– is lastenverlichting) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Struc |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Lastenverlichtingen |
|||||||
|
Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding met € 0,02 naar € 0,25 per kilometer1 |
– 155 |
– 191 |
– 223 |
– 218 |
– 212 |
– 207 |
– 207 |
|
Tijdelijk verlagen motorrijtuigenbelasting tarief voor bestelauto’s van ondernemers met 50% t/m december (half jaar) |
– 150 |
||||||
|
Tijdelijk verlagen motorrijtuigenbelasting tarief vrachtauto’s naar nihil – van 1 juli t/m december |
– 35 |
||||||
|
Verhogen aftrekpercentage EIA naar 45,5% |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Envelop nader uit te werken verbeteringen fiscale investeringsaftrekken, win-winlening en/of EU beleggingsrekening |
– 152 |
||||||
|
Tijdelijke verlaging tarieven vrachtwagenheffing |
– 80 |
||||||
|
Dekking |
|
|
|
|
|
||
|
Indexeren alcoholaccijns |
26 |
47 |
70 |
90 |
110 |
130 |
|
|
Afschaffen startersaftrek |
116 |
116 |
113 |
110 |
108 |
103 |
|
|
Afschaffen gerichte vrijstelling korting branche-eigen producten (WKR) |
126 |
126 |
126 |
126 |
126 |
126 |
|
|
Totaal energiepakket lastenkant |
– 420 |
77 |
66 |
91 |
114 |
137 |
0 |
Voor Caribisch Nederland wordt de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd met $ 0,02 naar $ 0,22 per kilometer.
Tot slot is in tabel 2 de motie Klaver6 over een ticket voor onbeperkt reizen met de trein in de daluren verwerkt. Het kabinet reserveert hier € 118 mln. euro voor. Met een ticket van € 49 euro per maand kunnen reizigers voor een periode van drie maanden onbeperkt met de trein reizen tijdens daluren. Net als de rest van het pakket is ook deze maatregel gedekt.
|
In mln. € (– = saldoverbeterend) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Uitgaven |
|||||||
|
Reservering Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) |
40 |
155 |
|||||
|
Warmtefonds |
180 |
||||||
|
Energiefixers |
40 |
40 |
|||||
|
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) |
5 |
5 |
5 |
||||
|
Subsidieregeling Verenigingen van Eigenaren – SVVE |
25 |
||||||
|
Inruilregeling brandstofauto’s |
2 |
30 |
20 |
||||
|
Energiebesparende maatregelen MKB |
23 |
8 |
|||||
|
Energie-efficiëntieregelingen visserij |
25 |
||||||
|
Subsidies vermindering gebruik energie en kunstmest |
25 |
||||||
|
Ticket 3 maanden onbeperkt reizen trein in daluren |
118 |
||||||
|
Dekking |
|||||||
|
Bestaande middelen energiearmoede |
– 40 |
– 50 |
|||||
|
Reservering envelop armoede en schulden uit CA |
– 105 |
||||||
|
Middelen klimaatakkoord op Aanvullende Post |
– 19 |
– 13 |
– 6 |
– 11 |
– 11 |
||
|
Niet verplichte middelen Grondfaciliteit |
– 90 |
||||||
|
Reservering nog onverdeelde Loon- en Prijsontwikkeling op begroting VRO |
– 8 |
||||||
|
Klimaat- en energiefonds |
– 70 |
– 32 |
– 65 |
– 92 |
– 3 |
– 48 |
|
|
Mobiliteitsfonds |
– 32 |
||||||
|
Reservering Loon- en Prijsontwikkeling op begroting LVVN |
– 50 |
||||||
|
Totaal |
|
|
|
|
|
Cumulatief |
|
|
Uitgaven |
435 |
278 |
33 |
745 |
|||
|
Dekking |
– 301 |
– 208 |
– 71 |
– 103 |
– 14 |
– 48 |
– 745 |
|
Optelling extra uitgaven en dekking |
134 |
70 |
– 39 |
– 103 |
– 14 |
– 48 |
0 |
Uitwerking fiscale steunmaatregelen 2026 in beleidsbesluit
De fiscale steunmaatregelen van bovenstaand pakket treden – zoals ook is aangegeven in het debat – op de kortst mogelijke termijn in werking, door deze maatregelen te implementeren via een goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving.
Het gaat om de volgende maatregelen:
1. Structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding;
2. Structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de aftrekbare reiskosten van IB-ondernemers en resultaatgenieters;
3. Structureel en met terugwerkende kracht verhogen onbelaste kilometervergoeding en aanverwante regelingen BES eilanden;
4. Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voor btw-ondernemers;
5. Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.
Indachtig het afwegingskader voor beleidsbesluiten vooruitlopend op wetgeving informeer ik met deze brief uw Kamer over het genomen beleidsbesluit, dat op 21 mei 2026 gepubliceerd is in de Staatscourant 2026, 18302.
De Belastingdienst heeft de maatregelen uit het beleidsbesluit beoordeeld met de uitvoeringstoets. Deze uitvoeringstoetsen zijn te vinden in bijlage 1.
De tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voor btw-ondernemers evenals de tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s zijn uitvoerbaar, met de kanttekening dat kritische onderhoudstrajecten vertraging oplopen en er een kans is dat de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon verslechterd. Het kabinet heeft dit gewogen en geaccepteerd, gegeven de wens om op korte termijn lastenverlichting aan deze groep te kunnen geven. De mrb maatregelen zullen door de Belastingdienst worden doorgevoerd in het voor betreffende voertuig geldende tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of erna. Dat betekent dat voor voertuigen waarvan het tijdvak start op 1 juli de korting direct wordt doorgevoerd en zal eindigen op 31 december 2026, maar voor voertuigen waarvan het tijdvak is gestart op 30 juni deze korting pas op 30 september zal worden geeffectueerd, maar zal doorlopen tot 30 maart 2027. Het is op deze termijn niet meer mogelijk voor de Belastingdienst om de houders van bestelauto’s en vrachtauto’s per brief over de regeling te informeren (zie ook de uitvoeringstoetsen in bijlage 1).
De verhoging van 23 naar 25 cent in de inkomensbelasting en de loonbelasting zijn eveneens uitvoerbaar voor de Belastingdienst, met de kanttekening dat de verhoging pas bij de definitieve aangifte inkomstenbelasting kan worden toegepast. De verhoging van de reiskostenvergoeding en -aftrek in de BES-eilanden is tot slot uitvoerbaar.
De verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding heeft ook gevolgen voor UWV. In de dienstverlening van UWV zijn enkele uitvoeringstaken gekoppeld aan de maximale onbelaste kilometervergoeding. Deze taken zijn echter niet ingericht op wijzigingen met terugwerkende kracht. Het alsnog met terugwerkende kracht doorvoeren van deze wijziging zou gepaard gaan met aanzienlijke uitvoeringslasten, die niet in verhouding staan tot het beoogde effect. Vanwege de snelheid waarmee tot deze verhoging is besloten en de voorziene impact ervan, maakt het kabinet voor UWV een uitzondering op de terugwerkende kracht. UWV zal de verhoogde maximale kilometervergoeding wel doorvoeren, maar op toekomende datum en in ieder geval per 1 januari 2027.
De benodigde wetgeving voor de fiscale maatregelen en aanpassing van de vrachtwagenheffing zal worden opgenomen in het pakket Belastingplan 2027, dat uw Kamer met Prinsjesdag ontvangt.
Stand van zaken van een tweetal toezeggingen/moties van het debat van 22 april jl.
Uitvoerbaarheid btw-verlaging openbaar vervoer per 1 juli
De aangenomen motie van de leden Bikker en Flach7 verzoekt de regering duidelijkheid te geven over de omstandigheid dat het kabinet tijdens het debat inzake de hoge energie- en brandstofprijzen aangeeft de btw op openbaar vervoer niet per 1 juli a.s. te kunnen verlagen, terwijl in bijlage 2 bij de kabinetsbrief8 staat dat het btw-tarief wel per 1 juli a.s. omlaag kan. Kort samengevat is het mogelijk om het btw-tarief per 1 juli a.s. te verlagen, maar dit kent substantiële nadelen voor vervoerders. Deze nadelen doen zich niet, of in veel mindere mate voor bij het tijdelijk goedkoper aanbieden van bestaande proposities, zoals het tijdelijke € 49-ticket voor de trein waar met de motie-Klaver c.s.9 om wordt gevraagd. Deze optie is in de uitvoering significant sneller en eenvoudiger te realiseren is.
Post b.9 van Tabel I Wet op de omzetbelasting 1968 omschrijft het verlaagde tarief voor personenvervoer. Daaronder valt onder meer besloten busvervoer, openbaar vervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000. De post ziet dus op meer categorieën personenvervoer dan enkel openbaar vervoer. Aangenomen wordt dat het btw-nultarief enkel van toepassing zou moeten zijn op het openbaar vervoer.
Voor de uitvoerbaarheid van een btw-verlaging voor openbaar vervoer per 1 juli zijn drie zaken van belang. Ten eerste moet het mogelijk zijn om de wet- en regelgeving binnen deze termijn aan te passen. Ten tweede moet het uitvoerbaar zijn voor de Belastingdienst en ten derde moet het uitvoerbaar zijn voor de vervoerders, die de wijziging van het btw-tarief moeten verwerken in hun administratie.
Bij invoering per 1 juli alleen goedkeurend beleidsbesluit mogelijk
De btw-tarieven zijn wettelijk vastgelegd. Vanwege het zeer krappe tijdpad, is het niet mogelijk om per 1 juli a.s. een btw-nultarief voor openbaar vervoer wettelijk vast te leggen. Ook een spoedprocedure biedt hiervoor geen oplossing omdat het niet realistisch is dat de versnelde behandeling van een wetsvoorstel tot btw-verlaging voor openbaar vervoer tijdig kan worden afgerond. Een btw-verlaging kan daarom per 1 juli juridisch alleen mogelijk worden gemaakt via een goedkeurend beleidsbesluit. Hierbij past wel de kanttekening dat het kabinet vervoerders niet kan dwingen het nultarief daadwerkelijk toe te passen.
Uitvoering belastingdienst
Het is voor de Belastingdienst mogelijk om op korte termijn uitvoering te geven aan een verlaging van het btw-tarief op openbaar vervoer naar nul procent. Tariefaanpassingen vinden bij voorkeur per kwartaal plaats (gelet op duidelijkheid voor ondernemers en aangiftetijdvakken). De Belastingdienst heeft hiervoor in beginsel circa één maand voorbereidingstijd nodig, met name ten behoeve van communicatie. Voor de uitvoerbaarheid van de Belastingdienst is het daarnaast van belang dat het bedrijfsleven tijdig kan anticiperen op de wijziging. Indien dit niet het geval is, kan dit leiden tot onjuiste aangiften en correcties, met als gevolg extra uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.
Zoals aangegeven bevat post b.9 van Tabel I Wet op de omzetbelasting 1968 verschillende categorieën personenvervoer. Indien het tarief alleen voor openbaar vervoer wordt verlaagd, dan leidt dit mogelijk tot nieuwe afbakeningsproblematiek en procedures wat kan leiden tot extra druk op de uitvoering.
Uitvoering voor het bedrijfsleven
Aanbieders van openbaar vervoer maken gebruik van uiteenlopende IT-systemen voor onder meer facturering en belastingen (btw). Indien het btw-tarief op ov per 1 juli a.s. wordt gewijzigd, moeten deze systemen op zeer korte termijn worden aangepast. Dat is voor de vervoerders een complexe en tijdsintensieve exercitie, maar uiteindelijk alleen haalbaar als het btw-tarief voor de rest van het jaar zou worden verlaagd. Wisselende btw tarieven leggen grote administratieve druk op het bedrijfsleven. Het tijdelijk goedkoper aanbieden van bestaande proposities, in lijn met het tijdelijke € 49-ticket voor de trein waar met de motie-Klaver c.s.10 om wordt gevraagd, is in de uitvoering voor de trein echter sneller en eenvoudiger te realiseren.
Inzet kabinet zorgen dat reiskostenvergoeding daadwerkelijk bij werknemers terecht komt en quickscan cao’s (motie Bikker/Dijk)
Het kabinet heeft zich, in lijn met de motie-Bikker/Dijk11, ingezet om de verruimde fiscale ruimte voor reiskostenvergoedingen onder de aandacht te brengen bij sociale partners, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties in de Stichting van de Arbeid. Ook is bij publieke werkgevers geïnventariseerd welke mogelijkheden en knelpunten bestaan om de verhoging door te laten werken naar werknemers. Het kabinet heeft ruimte gemaakt voor een verhoging, maar de hoogte van de reiskostenvergoeding blijft een afspraak tussen werkgevers en werknemers. Het kabinet roept werkgevers daarom op om de verruimde fiscale ruimte waar mogelijk te benutten, zodat de verhoging zo veel mogelijk terechtkomt bij werknemers die hogere reiskosten maken. Het kabinet gaat hierover graag verder in gesprek met werkgevers en werknemers. Daarnaast is, conform de toezegging tijdens het debat van 22 april jl., een quickscan uitgevoerd naar de huidige afspraken over de verhoogde onbelaste reiskostenvergoeding in cao’s. Zie hiervoor bijlage 2 bij deze brief. Het is goed hierbij op te merken dat de quickscan geen volledig beeld geeft, aangezien veel afspraken ook op bedrijfsniveau worden gemaakt. Zo zijn er veel voorbeelden van fiscale uitruil, bijvoorbeeld via een individueel keuzebudget, die eveneens een bijdrage leveren aan de vergoeding van reiskosten.
Tot slot
Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over de nadere uitwerking van de maatregelen in reactie op de energieschok. Begin juni informeert het kabinet uw Kamer over de stand van zaken van een aantal andere toezeggingen, die tijdens het debat over de energieschok zijn gedaan. Het gaat onder andere over een analyse van de btw-inkomsten van brandstof en de toezeggingen rondom mogelijke overwinsten bij energiebedrijven. Het kabinet zal dan ook de gestelde vragen van de leden Teunissen (PvdD) en Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) over overwinsten van olie- en gasbedrijven beantwoorden (kenmerk: 2026Z07912). Deze vragen kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord vanwege samenhang met de uitwerking van de andere gedane toezeggingen op dit vlak.
De Minister van Financiën, E. Heinen
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36933-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.