Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk d.d. 4 februari 2026 en het nader rapport d.d. 30 maart 2026, aangeboden
aan de Koning door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 4 februari 2026, nr. 2025002885,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van rijkswet rechtstreeks aan mij te
doen toekomen. Dit advies, gedateerd 4 februari 2026, nr. W16.25.00363/II/K, bied
ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 17 december 2025, no.2025002885, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad
van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet
houdende regels met betrekking tot de uitlevering van Aruba, Curaçao en Sint Maarten
(Rijkswet uitlevering Aruba, Curaçao en Sint Maarten), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen
over het voorstel van rijkswet en adviseert het voorstel in te dienen bij de Tweede
Kamer der Staten-Generaal en over te leggen aan de Staten van Aruba, die van Curaçao
en die van Sint Maarten.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,
Th.C. de Graaf
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 2.10 een verduidelijking aan te
brengen inzake het specialiteitsbeginsel. Ook de memorie van toelichting is op dit
punt aangevuld. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de adviezen van
de Raad van Advies van Aruba en van de Raad van Advies van Curaçao te verwerken door
enkele verduidelijkingen in de memorie van toelichting door te voeren.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde
memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba,
de Staten van Curaçao, en de Staten van Sint Maarten te zenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel