Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 28 januari 2026 en het nader rapport d.d. 30 maart 2026, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Werk en Participatie. Het advies van de Afdeling advisering van
de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 23 december 2025, nr. 2025002951,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 28 januari 2026, nr. W12.25.00377/III, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 23 december 2025, no.2025002951, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering
van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging
van de Wet op het kindgebonden budget in verband met het verhogen van het afbouwpercentage
voor ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 60.000, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van inhoudelijke opmerkingen. Zij adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer
der Staten-Generaal in te dienen.
In het wetsvoorstel dat aan de Raad van State voorgelegd is, zijn de opmerkingen van
het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) verwerkt. Het ATR heeft daarop een aanvullende
zienswijze uitgebracht en geconstateerd dat de onderbouwing van het voorstel op alle
punten sterk verbeterd is. Het heeft geen aanvullende opmerkingen meer. Dit oordeel
is toegevoegd aan de memorie van toelichting. Verder zijn er redactionele wijzigingen
aangebracht in het voorgestelde artikel 2a en is in artikel II toegevoegd dat het
artikel vervalt met ingang van de dag na de datum van inwerkingtreding.
Als gevolg van het voorgestelde extra afbouwpercentage op het kindgebonden budget
zouden ouders met schulden een te laag beslagvrije voet ontvangen als de rekenformule
voor deze huishoudens niet zou worden aangepast. Bij gelegenheid van dit nader rapport
is het wetsontwerp daarom aangevuld met een wijziging van de formule voor het berekenen
van de beslagvrije voet in artikel 475da, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering. Daarmee wordt geregeld dat de beslagvrije voet wordt opgehoogd met
het extra afbouwpercentage in het kindgebonden budget. De formule wordt alleen aangepast
voor zover het toetsingsinkomen leidt tot een extra afname van het recht op het kindgebonden
budget. Voor huishoudens onder dit toetsingsinkomen wordt de formule niet aangepast.
Deze aanvullingen zijn opgenomen in een nieuw artikel III in het wetsvoorstel en in
een nieuwe paragraaf 3 in het algemeen deel van de memorie van toelichting, alsmede
in de artikelsgewijze toelichting op artikel III.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan
de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen