36 922 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de verstrekking van een aanvullende tegemoetkoming aan studenten die onder het studievoorschotstelsel hebben gestudeerd

Nr. 19 MOTIE VAN HET LID BOOMSMA

Voorgesteld 23 september 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij studieschulden onder het SF35-regime de oplossing afhankelijk is van de draagkracht, en een eventuele restschuld na afloop van de aflosperiode wordt kwijtgescholden;

constaterende dat hypotheekverstrekkers op grond van artikel 3a van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet rekening houden met het berekende reguliere termijnbedrag voor rente en aflossing, ook wanneer DUO wegens beperkte draagkracht daadwerkelijk een lager bedrag int;

overwegende dat dit verschil de hypotheekruimte van oud-studenten kan beperken, terwijl bij het opstellen van de hypotheeknormen ook moet worden voorkomen dat huishoudens een hypotheek aangaan waarvan de lasten later niet betaalbaar blijken;

overwegende dat bij de invoering van het studievoorschot in 2015 is gesuggereerd dat een studieschuld niet de toegang tot een hypotheek moet frustreren en dat de weging in de hypotheeknormen bij ministeriële regeling kan worden aangepast, zonder beslag op de rijksbegroting;

verzoekt de regering het Nibud in overleg met de AFM voor de hypotheeknormen van 2027 te laten onderzoeken of en onder welke waarborgen voor SF35-schulden meer rekening kan worden gehouden met het daadwerkelijk door DUO vastgestelde maandbedrag, en daarbij ten minste varianten te bekijken met een minimumbedrag voor mee te wegen lasten en een beperkte bruteringsopslag, ook rekening houdend met de mogelijkheid dat het DUO-maandbedrag later weer stijgt;

verzoekt de regering de Kamer vóór 1 maart 2027 te informeren over de uitkomsten, de gevolgen voor de leenruimte en het risico op overkreditering en aan te geven welke variant ze in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet wil opnemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Naar boven