De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In het met artikel I, onderdeel O, voorgestelde artikel 2.87h, eerste lid, vervalt
«ten hoogste tachtig».
Toelichting
Dit amendement beoogt het in de wet opgenomen maximum van tachtig verzorgingsgebieden
te schrappen.
Het wetsvoorstel voorziet in een ingrijpende herstructurering van het lokale omroepbestel,
waarbij Nederland wordt opgedeeld in maximaal tachtig verzorgingsgebieden, met per
gebied één lokale publieke media-instelling. Daarmee wordt feitelijk een plafond gesteld
aan het aantal omroepen en wordt schaalvergroting wettelijk afgedwongen.
De indieners zijn van mening dat het wettelijk vastleggen van een dergelijk maximum
onnodig rigide is en onvoldoende recht doet aan de diversiteit van lokale gemeenschappen.
Lokale journalistiek is geen abstract systeemvraagstuk, maar een gemeenschapsfunctie
die sterk afhankelijk is van lokale verankering, betrokkenheid en identiteit. Schaal
bepaalt daarbij niet automatisch kwaliteit.
Schaalvergroting leidt tot het reële risico dat omroepen verder af komen te staan
van hun gemeenschap, met verlies van lokale binding en herkenbaarheid tot gevolg.
Dit kan juist de kernfunctie van lokale media, het volgen van de lokale democratie,
het verbinden van inwoners en het zichtbaar maken van wat speelt in wijken en dorpen,
onder druk zetten.
Daarnaast beperkt het vastleggen van een maximum van tachtig omroepgebieden de noodzakelijke
flexibiliteit in het bestel. Verschillen tussen regio’s zijn groot: bevolkingsdichtheid,
geografische omvang, historische verbanden en lokale identiteit laten zich niet vangen
in één uniform model.
De indieners achten samenwerking en schaalvergroting waar nodig nuttig, maar zijn
van oordeel dat deze niet dwingend en centraal via wetgeving moeten worden opgelegd.
Het huidige voorstel combineert schaalvergroting met centralisatie van financiering
en bestuurlijke aansturing, waardoor de afstand tussen omroepen en hun lokale gemeenschap
toeneemt.
Het doel van het wetsvoorstel, versterking van de lokale journalistiek, wordt door
de indieners onderschreven. Zij achten het echter niet noodzakelijk om daarvoor een
hard maximum in de wet op te nemen. Versterking kan ook worden bereikt via betere
financiering, professionalisering en samenwerking, zonder de lokale autonomie en diversiteit
te beperken.
Met het schrappen van het maximum wordt ruimte gelaten voor maatwerk, initiatieven
van onderop en een organische ontwikkeling van het omroepbestel. Gemeenten en lokale
partijen behouden daarmee de mogelijkheid om het bestel zo in te richten dat het aansluit
bij de eigen gemeenschap. Kortom: dit amendement zorgt ervoor dat versterking van
lokale journalistiek niet gepaard gaat met onnodige centralisatie en starre structuurkeuzes,
maar ruimte blijft bestaan voor lokale verankering, pluriformiteit en flexibiliteit.
Keijzer M. Bosma