De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag
verhoogd met € 43.000 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement regelt dat de bezuiniging van € 43 miljoen, die gekoppeld is aan het
scheiden van wonen en zorg, wordt teruggedraaid voor 2026.
De afgelopen jaren is steeds meer ingezet op het langer thuis laten wonen van ouderen,
ook wanneer zij erg afhankelijk worden van zorg. Dat heeft ook concrete volgen. Zo
daalde het aantal ouderen dat in een verpleeghuis verbleef vorig jaar, terwijl het
aantal ouderen dat vanuit de Wlz-zorg buiten het verpleeghuis kreeg steeg.1 Die verschuiving naar zorg thuis is ook niet nieuw. Tussen 2012 en 2022 was er ook
al een duidelijke daling in het aantal dagen dat mensen gemiddeld in een verpleeghuis
verbleven.2 Ouderen krijgen dus steeds vaker thuis Wlz-zorg en komen minder vaak in het verpleeghuis
en als zij daar wel komen vaak in een later stadium.
Hoewel veel ouderen bewust ervoor kiezen om op een verantwoorde manier zo lang mogelijk
thuis te blijven wonen zien we echter ook dat de grenzen van wat verantwoordelijk
mogelijk is in zicht komen. Zo kwamen er eerder dit jaar signalen naar buiten vanuit
ziekenhuizen over ouderen die thuis verwaarlozen en zo in het ziekenhuis belanden.3 Ziekenhuizen zien mensen die vervuilen, niet meer zelf voor hun eten kunnen zorgen
en heel lange nagels krijgen. Daarbij werd ook aangegeven dat de drempel voor het
verpleeghuis te hoog is geworden.
De indiener is daarom van mening dat er niet meer moet worden ingezet op langer thuis
blijven wonen vanuit een financieel oogpunt. Het is daarom volgens de indiener onverstandig
om van tevoren alvast bezuinigingen in te boeken, die voort moeten komen uit het stimuleren
van ouderen om langer thuis te blijven wonen. Anders bestaat het risico dat meer ouderen
in een verwaarloosde positie terecht komen, vanwege deze financiële druk. Toch staat
er nog steeds een bezuiniging ingeboekt op dit gebied, onder de noemer «Scheiden wonen
en zorg», die jaarlijks oploopt. In 2026 loopt dit bedrag op met € 43 miljoen ten
opzichte van vorig jaar.4 Dit amendement regelt daarom dat dit deze bezuiniging in 2026 wordt teruggedraaid.
De dekking wordt gevonden in het inzetten van het Wlz-budget dat momenteel niet wordt
ingezet voor de langdurige zorg. In deze suppletoire begroting worden de uitgaven
aan de Wlz namelijk naar beneden bijgesteld met € 602 miljoen, waarvan € 212 miljoen
als buffer wordt aangehouden voor de zorgkantoren. De indiener vindt het onlogisch
om nu geld achter de hand te houden, terwijl er ondertussen flink wordt bezuinigd.
Daarom wordt voorgesteld een deel van die € 602 miljoen te gebruiken om de bezuiniging
van € 43 miljoen terug te draaien.
Dobbe