De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 1 Arbeidsmarkt worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.200 (x € 1.000).
II
In artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.200 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement worden middelen geregeld om ervoor te zorgen dat de studietoeslag
en de bijzondere bijstand weer onderdeel worden van de Wet proactieve dienstverlening.
Vanwege de verwachte toename van het aantal WIA-instroomgevallen en de extra kosten
die daarmee gepaard gaan, heeft het kabinet er bij de Voorjaarsnota voor gekozen om
het gereserveerde budget voor proactieve dienstverlening bij de algemene bijstand
te laten vervallen. Na druk vanuit de Tweede Kamer heeft het kabinet aangekondigd
deze bezuiniging terug te zullen draaien, maar de indiener constateert dat de kosten
voor het proactief aanbieden van de studietoeslag en de bijzondere bijstand nog niet
gedekt zijn. De indiener vindt dit onwenselijk. Proactieve dienstverlening is juist
bedoeld om niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen tegen te gaan. Wanneer
gemeenten inwoners wel actief kunnen benaderen voor de algemene bijstand, maar niet
voor de studietoeslag en de bijzondere bijstand, ontstaat een onvolledige uitvoering
van de wet, waardoor mensen noodzakelijke ondersteuning kunnen mislopen.
Veel rechthebbende burgers maken geen gebruik van de bijzondere bijstand. Naar schatting
van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat het om minstens 35% van
de rechthebbenden. Daardoor verkeren mensen nodeloos in armoede en schulden. Proactieve
dienstverlening is een effectief middel om niet-gebruik van de bijzondere bijstand
tegen te gaan en kwetsbare burgers eerder te helpen.
De studietoeslag is bedoeld voor studenten met een medische beperking die door hun
beperking niet of nauwelijks kunnen bijverdienen naast hun studie. Voor deze groep
kan de studietoeslag het verschil maken tussen kunnen studeren met enige financiële
rust, of onnodig financieel onder druk komen te staan. Niet-gebruik van deze regeling
kan ertoe leiden dat jongeren met een beperking minder goed kunnen deelnemen aan onderwijs,
studievertraging oplopen of onnodig afhankelijk worden van andere vormen van ondersteuning.
Juist voor deze groep is proactieve dienstverlening van belang. Het gaat om mensen
die vaak al te maken hebben met extra drempels in onderwijs, werk en inkomen.
Met dit amendement worden middelen vrijgemaakt om de proactieve dienstverlening volledig
uit te kunnen voeren. Het gaat voor de bijzondere bijstand om € 1,0 miljoen in 2026,
oplopend tot structureel € 15,5 miljoen vanaf 2030, en voor de studietoeslag gaat
het om € 0,2 in 2026, oplopend tot structureel € 1,7 miljoen vanaf 2030.
De indiener stelt voor deze kosten te dekken door middelen uit het SLIM-budget te
gebruiken. De afgelopen vijf jaar was er sprake van onderuitputting, in 2025 was dat
meer dan € 63 miljoen. Uit een rapportage over het SLIM-budget uit juli 2025 blijkt
het bereik van de middelen is niet optimaal: juist bij de kleinste MKB’s komt het
niet goed terecht. Daarnaast geven veel bedrijven aan dat ze zonder deze middelen
activiteiten ook (eventueel in afgeslankte vorm) zouden uitvoeren.
Patijn