De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 6.096 (x € 1.000).
II
In artikel 10 Tegemoetkoming ouders worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 4.170 (x € 1.000).
Toelichting
Met dit amendement worden middelen geregeld om ervoor te zorgen dat de algemene bijstand,
de studietoeslag en de bijzondere bijstand weer onderdeel worden van de Wet proactieve
dienstverlening.
Vanwege de verwachte toename van het aantal WIA-instroomgevallen en de extra kosten
die daarmee gepaard gaan, heeft het kabinet er bij de Voorjaarsnota voor gekozen om
het gereserveerde budget voor proactieve dienstverlening bij de algemene bijstand
te laten vervallen. Na druk vanuit de Tweede Kamer heeft het kabinet weliswaar aangekondigd
deze bezuiniging terug te zullen draaien, maar de indieners zijn van mening dat de
voorgestelde dekking eerlijker kan. Daarnaast constateren de indieners dat de kosten
voor het proactief aanbieden van de studietoeslag en de bijzondere bijstand nog niet
gedekt zijn. De indieners vinden dit onwenselijk. Proactieve dienstverlening is juist
bedoeld om niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen tegen te gaan. Wanneer
gemeenten inwoners wel actief kunnen benaderen voor de algemene bijstand, maar niet
voor de studietoeslag en de bijzondere bijstand, ontstaat een onvolledige uitvoering
van de wet, waardoor mensen noodzakelijke ondersteuning kunnen mislopen.
Veel rechthebbende burgers maken echter geen gebruik van de bijzondere bijstand. Naar
schatting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat het om minstens
35% van de rechthebbenden. Daardoor verkeren mensen nodeloos in armoede en schulden.
Proactieve dienstverlening is een effectief middel om niet-gebruik van de bijzondere
bijstand tegen te gaan en kwetsbare burgers eerder te helpen.
De studietoeslag is bedoeld voor studenten met een medische beperking die door hun
beperking niet of nauwelijks kunnen bijverdienen naast hun studie. Voor deze groep
kan de studietoeslag het verschil maken tussen kunnen studeren met enige financiële
rust, of onnodig financieel onder druk komen te staan. Niet-gebruik van deze regeling
kan ertoe leiden dat jongeren met een beperking minder goed kunnen deelnemen aan onderwijs,
studievertraging oplopen of onnodig afhankelijk worden van andere vormen van ondersteuning.
Juist voor deze groep is proactieve dienstverlening van belang. Het gaat om mensen
die vaak al te maken hebben met extra drempels in onderwijs, werk en inkomen.
Met dit amendement worden middelen vrijgemaakt om de proactieve dienstverlening volledig
uit te kunnen voeren. Het gaat voor de algemene bijstand om € 4,9 miljoen in 2026,
oplopend tot € 30,1 miljoen structureel vanaf 2030 (prijspeil 2025). Voor de bijzondere
bijstand gaat het om € 1,0 miljoen in 2026, oplopend tot structureel € 15,5 miljoen
vanaf 2030, en voor de studietoeslag gaat het om € 0,2 in 2026, oplopend tot structureel
€ 1,7 miljoen vanaf 2030.
De indieners stellen voor deze kosten te dekken door het afbouwpercentage van het
kindgebonden budget vanaf het tweede knikpunt (€ 60.000 in prijspeil 2024), dat het
kabinet voornemens is per 2027 te introduceren, te verhogen van 12,8% naar 13,8%.
Deze maatregel leidt in 2026 tot een budgettaire opbrengst van € 4,2 miljoen vanwege
de voorschotsystematiek. Om de volledige kosten van dit amendement ad. € 6,1 miljoen
in 2026 te dekken zal € 1,9 mln. van de hogere opbrengst uit 2027 gebruikt worden.
Deze maatregel is rechtvaardiger dan het verlagen van het tweede knikpunt, omdat daarmee
een groot deel van de kosten bij middeninkomens terechtkomt. De indieners stellen
voor in plaats daarvan hogere inkomens iets meer te laten bijdragen.
Lahlah