36 915 XV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 11 MOTIE VAN HET LID PATIJN

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 18 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat werknemers niet gedwongen zouden moeten worden om een deel van hun loon in te leveren om op het werk te komen, maar dat hier wel sprake van is bij veel werknemers, waaronder schoonmakers, verpleegkundigen en badmeesters die door een te lage reiskostenvergoeding jaarlijks tot meer dan € 1.000 moeten toeleggen om op hun werk te komen;

constaterende dat het kabinet de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogt naar € 0,25 per kilometer, maar dat de vergoeding in sommige sectoren nog fors achterloopt en veel werkgevers al hebben aangegeven de reiskostenvergoeding niet te verhogen;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk met wetgeving te komen voor een wettelijke minimumreiskostenvergoeding van € 0,25 per kilometer voor alle werknemers;

verzoekt de regering om daarbij te regelen dat duurzaam vervoer wordt gestimuleerd en dat rekening wordt gehouden met werkgevers die vervoer al wel adequaat geregeld hebben, in ieder geval door uitzonderingen te maken voor de eerste vijf kilometer, voor het geval dat werkgevers het volledige openbare vervoer vergoeden en reizen met openbaar vervoer naar het werk mogelijk is en voor situaties dat werkgevers op een andere manier het vervoer naar huis regelen, zoals bij leaseauto's;

verzoekt de regering dekking te vinden door het verlagen van de aftoppingsgrens van pensioenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Patijn

Naar boven