36 915 XII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 12 MOTIE VAN DE LEDEN WIERSMA EN DE HOOP

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 18 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de Staat van de Infrastructuur Rijkswaterstaat 2024 blijkt dat de Nederlandse infrastructuur verder veroudert, storingsgevoeliger wordt en niet overal meer aan de eisen voldoet;

constaterende dat Rijkswaterstaat schrijft dat publieke investeringen in het onderhoud van infrastructuur al decennialang een dalende trend laten zien;

constaterende dat de Algemene Rekenkamer het verschil tussen budgetbehoefte en begroting voor instandhouding over 2024–2038 raamt op circa 35 miljard euro;

overwegende dat tijdig onderhoud goedkoper is dan uitgesteld onderhoud en dat uitstel leidt tot meer beheersmaatregelen, storingen, stremmingen en hogere kosten;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk inzicht te geven in hoeverre het tekort op instandhouding in te lopen of op te lossen valt, en de Kamer hier bij de ontwerpbegroting 2027 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Wiersma

De Hoop

Naar boven