36 915 M Wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

     
 

1

Leeswijzer

3

       
 

2

Beleid

4

 

2.1

Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

4

       
 

3

Beleidsartikelen

6

 

3.1

Beleidsartikel 1 Kernenergie

6

 

3.2

Beleidsartikel 2 CO2-vrije gascentrales

9

 

3.3

Beleidsartikel 3 Energie-infrastructuur

11

 

3.4

Beleidsartikel 4 Vroege fase opschaling

14

 

3.5

Beleidsartikel 5 Verduurzaming industrie en innovatie mkb

17

 

3.6

Beleidsartikel 6 Verduurzaming gebouwde omgeving

20

 

3.7

Beleidsartikel 7 Onverdeeld

22

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten, die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het Klimaatfonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Opbouw 1e suppletoire begroting 2026

Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2026. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:

  • 1. Leeswijzer.

  • 2. Het overzicht van de belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen. Voor een gedetailleerde uitwerking van alle maatregelen op het Klimaat- en energiefonds zie het ontwerp Meerjarenprogramma 2027.

  • 3. De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.

In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» van de 1e suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

Ondergrenzen toelichtingen

Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

Naamswijziging Klimaat- en energiefonds

Op 1 januari 2026 is de naam van het Klimaatfonds gewijzigd naar het Klimaat- en energiefonds (KEF). De naam van het begrotingsstuk kan echter alleen bij de ontwerpbegroting 2027 formeel worden aangepast, omdat de naamswijziging bij de Begroting 2026 nog niet was doorgevoerd. In de memorie van toelichting wordt wel gesproken van het Klimaat- en energiefonds.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026

Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Stand vastgestelde begroting 20261

 

478.163

1.683.243

2.187.456

2.579.700

2.080.959

2.006.940

Belangrijkste suppletoire mutaties

             

Kasschuiven

1,3,4,5,6&7

– 93.358

– 431.865

– 372.619

– 103.256

206.315

503.493

NEO

1

– 43.500

– 50.300

0

0

0

0

Nationale deelneming Warmte

3

– 26.000

– 47.000

– 5.000

– 5.000

– 4.000

0

Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels)

4

0

– 22.550

– 74.700

– 30.000

– 7.650

– 15.100

Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb

5

– 35.000

         

Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma

5

– 10.000

         

Maatwerk AER

5

– 5.000

– 15.000

– 20.000

– 10.000

0

0

SAH

6

– 15.000

– 23.500

0

0

– 38.500

0

Loon en prijsbijstelling

7

11.062

45.910

42.437

49.347

39.831

36.091

Overige mutaties

1–7

126.321

– 49.099

– 34.830

– 41.529

– 39.303

– 51.250

               

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

387.688

1.089.839

1.722.744

2.439.262

2.237.652

2.480.174

X Noot
1

Incl. ISB's, NvW en amendementen

Toelichting

Projectorganisatie NEO NL (KGG)

Voor de bouw van de gewenste vier kernreactoren is een uitbreiding van de projectorganisatie NEO NL nodig. Deze projectorganisatie is nodig om de rol van opdrachtgever (KGG) en opdrachtnemer (de projectorganisatie NEO NL) te scheiden. De rol van opdrachtnemer dient los te staan van de politieke besluitvorming zodat de opdrachtnemer slagvaardig besluiten kan nemen en zich inhoudelijk kan richten op de voorbereiding van de aanbesteding van de nieuwe kerncentrales.

Nationale deelneming warmte (KGG)

In het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmte (Wcw) is opgenomen dat een meerderheid van de aandelen van een warmtebedrijf in publieke handen moet zijn. De regie voor de warmtetransitie ligt bij de gemeenten, maar naar verwachting ontbreekt het veel gemeenten aan kapitaal, capaciteit en kennis om zelfstandig warmtebedrijven op te richten. Met de inzet van een nationale deelneming kunnen medeoverheden worden ondersteund. Het eerste deel van de middelen wordt toegekend. De Wcw waarin de mogelijkheid staat om een deelneming op te richten is inmiddels door beide Kamers aangenomen. Hiermee wordt aan de voorwaarde voor de eerste tranche voldaan. Het toegekende bedrag dient te worden uitgegeven aan projecten en aan de opbouw van de organisatie.

Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels) (IenW)

De maatregel betreft een investeringssubsidie voor (pre-)commerciële fabrieken voor de productie van e-fuels voor de luchtvaart. Dit is een uitwerking van een voorstel uit het Meerjarenprogramma 2024. Deze maatregel ziet op de opschaling van duurzame industrie op nationaal niveau, terwijl een eerder overgehevelde maatregel op Europees niveau opschaling stimuleert.

Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb (KGG)

Deze maatregel betreft het inrichten van een kredietfonds waar midden- en kleinbedrijf (mkb) leningen kunnen krijgen voor maatregelen die onder de Energiebesparingsplicht vallen. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, een deel van de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het verstrekken van leningen voor maatregelen om aan de huidige plicht te voldoen en voor maatregelen om aan de aangescherpte plicht te voldoen. Mkb'ers moeten volgens de planning medio 2027 aan de aangescherpte plicht voldoen.

Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma (KGG)

Dit voorstel is bedoeld om het mkb te ondersteunen bij het maken van een verduurzamingsplan, inclusief advies om dit plan uit te voeren. In 2024 is dit ontzorgingsprogramma al gestart voor micro- en kleinbedrijf, in het voorstel zoals nu ingediend wordt dit uitgebreid naar bedrijven met 50 tot 250 fte. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het ondersteunen van mkb'ers om te verduurzamen en aan de energiebesparingsplicht te voldoen.

SAH (VRO)

Deze subsidie wordt ingezet voor inpandige aansluitkosten voor warmtenetten via de SAH. De SAH is een belangrijke schakel bij het realiseren van warmtenetten in startmotorwijken (corporatiewoningen). Hiermee worden de inpandige kosten voor aansluiten aan een warmtenet gesubsidieerd.

Kasschuiven

Op het Klimaat- en energiefonds worden kasschuiven gedaan om de middelen in het juiste kasritme te zetten. Hierbij worden ook middelen uit de periode t/m 2031 verschoven naar 2032 t/m 2035. In totaal wordt er € 291 mln aan middelen verschoven van de periode tussen 2026 t/m 2031 naar 2032 t/m 2035. Op deze manier worden de middelen in kasritmes gezet die zo goed mogelijk aansluiten bij de maatregelen waarvoor middelen vooralsnog in het fonds zijn gereserveerd.

Loon- en prijsbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op het Klimaat- en energiefonds (KEF) gecorrigeerd voor de loon- en prijsstijgingen. Voor de periode 2026 t/m 2031 wordt er in totaal € 224,7 mln aan loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan het KEF. Daarnaast is er voor 2032 t/m 2035 € 181,2 mln toegevoegd aan het KEF.

3 Beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1 Kernenergie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Kernenergie (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

0

0

0

0

0

– 113.809

– 1.477

– 1.477

– 2.113

0

                     

Uitgaven

0

0

0

0

0

– 113.809

– 1.477

– 1.477

– 2.113

0

                     

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

                   

Kernenergie onverdeeld

0

0

0

0

0

– 113.809

– 1.477

– 1.477

– 2.113

0

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Kernenergie zijn er in 2026 er geen middelen toegekend onder voorwaarde, gereserveerd en in de vrije ruimte.

Tabel 4 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

0%

Reservering

0%

Vrije ruimte

0%

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Kernenergie onverdeeld

Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteren er geen middelen meer in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel kernenergie naar de ontvangende departementale begroting.

Voorzetting inzet 2031–2035 (IenW)

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vraagt middelen voor ambtelijke inzet die benodigd is voor de continuering en opschaling van kernenergie in Nederland.

Nieuwbouw kerncentrales (KGG)

Directie Kernenergie (KGG) heeft langjarig een partner en adviesdiensten nodig voor een viertal vraagstukken rondom de bouw van nieuwe kerncentrales. Zonder dergelijke adviesdiensten ontstaan er risico's voor het selectieproces, de staatssteunprocedure en de governance van NEO.

Projectorganisatie NEO NL (KGG)

Voor de bouw van de gewenste vier kernreactoren is een uitbreiding van de projectorganisatie NEO NL nodig. Deze projectorganisatie is nodig om de rol van opdrachtgever (KGG) en opdrachtnemer (de projectorganisatie NEO NL) te scheiden. De rol van opdrachtnemer dient los te staan van de politieke besluitvorming zodat de opdrachtnemer slagvaardig besluiten kan nemen en zich inhoudelijk kan richten op de voorbereiding van de aanbesteding van de nieuwe kerncentrales.

Bedrijfsduurverlenging (KGG)

Met deze maatregel worden middelen gevraagd voor een benodigd onderzoek dat moet plaatsvindt rondom de bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele. In 2023 is hiervoor een overheveling gedaan, maar de kosten van de onderzoeken liggen hoger dan geraamd waardoor een ophoging van het subsidiebedrag nodig is.

Ondersteuning gemeenten (KGG)

Gemeentes en provincies worden financieel ondersteund tot aan de ontwerp voorkeursbeslissing in 2026 over de bouw van de nieuwe kerncentrales. Voor deze maatregel zijn eerder middelen toegekend uit het Klimaat- en energiefonds. Deze maatregel richt zich op burgerparticipatie als sociale randvoorwaarde voor de bouw van nieuwe kerncentrales.

Technische mutaties

De technische mutaties bestaat uit een kasschuif van 2027 naar 2026. Daarnaast is er eindejaarsmarge opgeboekt (€ 5,4 mln).

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

3.2 Beleidsartikel 2 CO2-vrije gascentrales

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 CO2-vrije gascentrales (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbeg

roting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB’s (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutaties 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

                   

CO2- vrije gascentrales onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Tijdens de Augustusbesluitvorming 2025 is dit perceel volledig leeggeboekt. Er resteren daarom geen middelen.

Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

0%

Reservering

0%

Vrije ruimte

0%

3.3 Beleidsartikel 3 Energie-infrastructuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Energie-infrastructuur (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

37.900

– 1.900

36.000

– 35.300

700

– 102.850

– 31.560

– 166.830

– 106.910

320.210

                     

Uitgaven

37.900

– 1.900

36.000

– 35.300

700

– 102.850

– 31.560

– 166.830

– 106.910

320.210

                     

Bijdrage aan

(andere) begrotingshoofdstukken

                   

Energie- infrastructuur onverdeeld

37.900

– 1.900

36.000

– 35.300

700

– 102.850

– 31.560

– 166.830

– 106.910

320.210

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Energie-infrastructuur zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 700.000). Er zijn geen middelen voor 2026 gereserveerd en ook niet vrij beschikbaar binnen het perceel.

Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

100%

Reservering

0%

Vrije ruimte

0%

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Energie-infrastructuur onverdeeld

Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 700.000 aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Energie-infrastructuur naar de ontvangende departementale begroting.

Nationale deelneming warmte (KGG)

In het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmte (Wcw) is opgenomen dat een meerderheid van de aandelen van een warmtebedrijf in publieke handen moet zijn. De regie voor de warmtetransitie ligt bij de gemeenten, maar naar verwachting ontbreekt het veel gemeenten aan kapitaal, capaciteit en kennis om zelfstandig warmtebedrijven op te richten. Met de inzet van een nationale deelneming kunnen medeoverheden worden ondersteund. Het eerste deel van de middelen wordt toegekend. De Wcw waarin de mogelijkheid staat om een deelneming op te richten is inmiddels door beide Kamers aangenomen. Hiermee wordt aan de voorwaarde voor de eerste tranche voldaan. Het toegekende bedrag dient te worden uitgegeven aan projecten en aan de opbouw van de organisatie.

Aanvullende stimulering walstroom (IenW)

Eerder toegekend budget is niet toereikend om aan de AFIR-verplichtingen voor 2030 te voldoen. Met dit aanvullende budget worden een aantal terminals voorzien van walstroom om aan de AFIR te voldoen.

Gebiedsinvesteringen hoogspanning op land (voorheen: projectaanpak netcongestie) (KGG)

Om netcongestie aan te pakken zet het kabinet in op sneller bouwen, naast beter benutten en slimmer inzicht. Op basis hiervan zet het Ministerie van KGG in op een generieke aanpak én een projectaanpak. Het kabinet wil voor in totaal 25 projecten met landelijke dekking meer regie én aanvullende gebiedscompensatie om tot een aanvullende versnelling (bovenop de generieke aanpak) te komen. De ambtelijke inschatting van het beoogde effect van deze projectaanpak is een aanvullende tijdswinst van tot 18 maanden voor de 25 meest prangende netcongestieprojecten.

Taskforce projectaanpak middenspanning (KGG)

Het voorstel betreft de oprichting van een Taskforce voor de projectenaanpak van middenspanningsprojecten om netcongestie aan te pakken. De Taskforce is bedoeld om de doorlooptijd van MS-projecten met 12 tot 18 maanden te verkorten en daarmee de uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur te bevorderen.

Coördinatie MIEK-projecten Delta Rhine Corridor (KGG)

Via het Meerjarenprogramme Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) werken Rijk, medeoverheden, netwerkbedrijven, industrie en energieproducenten samen aan tijdige realisatie van de benodigde infrastructuur voor de verschillende sectoren om te kunnen verduurzamen. De maatregel betreft het verlengen van de projectdirectie voor de Delta Rhine Corridor (DRC). Gezien het nationale belang van de DRC (bijdrage aan opschaling transport van waterstof en CO2als randvoorwaarde voor verduurzaming) wordt nu een aanvullende toekenning gedaan.

Inzet ETS-2 SCF (VRO)

Met deze mutatie doet Nederland de benodigde bijdrage voor het Europese Social Climate Fund.

Technische mutaties

De technische mutaties bestaan uit een herschikking met perceel Vroege fase opschaling en een kasschuif. Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 24,9 mln). Daarnaast is de eindejaarsmarge voor dit perceel opgeboekt (€ 22,7 mln).

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

3.4 Beleidsartikel 4 Vroege fase opschaling

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Vroege fase opschaling (eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

54.598

0

54.598

60.579

115.177

– 347.983

– 512.201

– 106.416

213.932

224.868

                     

Uitgaven

54.598

0

54.598

60.579

115.177

– 347.983

– 512.201

– 106.416

213.932

224.868

                     

Bijdrage aan

(andere) begrotingshoofdstukken

                   

Vroege fase opschaling onverdeeld

54.598

0

54.598

60.579

115.177

– 347.983

– 512.201

– 106.416

213.932

224.868

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Vroege fase opschaling zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 5,7 mln) en gereserveerd (€ 109,5 mln). Er zijn voor 2026 geen middelen vrij beschikbaar.

Tabel 10 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

4,9%

Reservering

95,1%

Vrije ruimte

0,0%

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Vroege fase opschaling onverdeeld

Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 115,2 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Vroege fase opschaling naar de ontvangende departementale begroting.

Normering en stimulering biobased bouwen (IenW)

Deze maatregel is gericht op het stimuleren van het gebruik van biobased materialen in de bouwsector en grond-, weg- en waterbouwsector door middel van een ketenbenadering. Er wordt tegelijkertijd ingezet op het stimuleren van de vraag naar biobased bouwmaterialen door middel van een subsidie voor het gebruik van deze materialen, het opzetten van een verwerkende industrie door middel van een investeringssubsidie, het stimuleren van het aanbod door het opzetten van een stelsel van koolstofcertificaten en het bijeenbrengen van vraag en aanbod.

Subsidie voor waterstof in binnenvaart (IenW)

Met deze subsidie worden binnenvaartschepen omgebouwd zodat ze op waterstof kunnen varen, zodat een begin wordt gemaakt met de opschaling naar emissieloos varen op langere afstanden in de binnenvaart. Volgens het fiche sluit de subsidie voor de CAPEX (50% van de ombouwkosten) voor varen op waterstof aan bij aangekondigde maatregelen, zoals de implementatie van de Renewable Energy Directive III en de door de staatsecretaris van I&W aangekondigde opt-in voor ETS2 voor de binnenvaart.

Duurzame luchtvaartbrandstoffen (E-fuels) (IenW)

De maatregel betreft een investeringssubsidie voor (pre-)commerciële fabrieken voor de productie van e-fuels voor de luchtvaart. Dit is een uitwerking van een voorstel uit het MJP 2024. Deze maatregel ziet meer op de opschaling van duurzame industrie op nationaal niveau, terwijl een eerder overgehevelde maatregel op Europees niveau opschaling stimuleert.

IPCEI golf 4 (KGG)

Middelen voor deze maatregel zijn eerder overgeheveld naar de KGG-begroting en deels teruggeboekt naar het KEF. Vanwege jaaroverschrijdende verplichtingen zijn de teruggeboekte middelen overgeheveld naar de afkomstige maatregel.

Elektrolyse onshore 500–1.000 (KGG)

Middelen voor deze maatregel zijn eerder overgeheveld naar de KGG-begroting en deels teruggeboekt naar het KEF. Vanwege jaaroverschrijdende verplichtingen zijn de teruggeboekte middelen overgeheveld naar de afkomstige maatregel.

Vroege fase opschaling onverdeeld

De technische mutaties bestaan uit een herschikking met Energie-infrastructuur en een kasschuif om de middelen in het juiste ritme te zetten.

Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 291,3 mln). Daarnaast is de eindejaarsmarge voor dit perceel opgeboekt (€ 135,5 mln).

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

3.5 Beleidsartikel 5 Verduurzaming industrie en innovatie mkb

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 5 Verduurzaming industrie en innovatie mkb (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

311.549

0

311.549

– 50.800

260.749

892

11.073

43.938

19.703

– 71.844

                     

Uitgaven

311.549

0

311.549

– 50.800

260.749

892

11.073

43.938

19.703

– 71.844

                     

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

                   

Verduurzaming Industrie en innovatie mkb onverdeeld

311.549

0

311.549

– 50.800

260.749

892

11.073

43.938

19.703

– 71.844

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb zijn er voor 2026 middelen toegekend onder voorwaarde (€ 150,7 mln) en gereserveerd (€ 110,1 mln). Er zijn voor 2026 geen middelen in de vrije ruimte.

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

57,8%

Reservering

42,2%

Vrije ruimte

0%

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Verduurzaming industrie en innovatie mkb onverdeeld

Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteert er € 260,7 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb naar de ontvangende departementale begroting.

Maatwerk AER (KGG)

Op 11 maart 2026 heeft het kabinet een JLoI getekend met Alco Energy Rotterdam (AER) in het kader van de maatwerkaanpak. Op basis van deze JLoI wordt € 50 mln toegekend voor maatwerksubsidie ten behoeve van het sluiten van de bindende maatwerkafspraak (bMWA).

Energiebesparing mkb: energiebesparingsfonds mkb (KGG)

Deze maatregel betreft het inrichten van een kredietfonds waar mkb’ers leningen kunnen krijgen voor maatregelen die onder de Energiebesparingsplicht vallen. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, een deel van de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het verstrekken van leningen voor maatregelen om aan de huidige plicht te voldoen en voor maatregelen om aan de aangescherpte plicht te voldoen. Mkb'ers moeten volgens de planning medio 2027 aan de aangescherpte plicht voldoen.

Energiebesparing mkb: Uitbreiding ontzorgingsprogramma (KGG)

Dit voorstel is bedoeld om het mkb te ondersteunen bij het maken van een verduurzamingsplan, inclusief advies om dit plan uit te voeren. In 2024 is dit ontzorgingsprogramma al gestart voor micro- en kleinbedrijf, in het voorstel zoals nu ingediend wordt dit uitgebreid naar bedrijven met 50 tot 250 fte. In verband met de vervroeging van de Voorjaarsnota 2026 is er besloten, om vertraging te voorkomen, de middelen nu bij Voorjaarsnota over te boeken waarbij besteding van de middelen onder voorbehoud blijft van instemming van de ministerraad na verwerking van de internetconsultatie. Op deze wijze kan in 2026 met een deel van de middelen zo snel mogelijk worden begonnen met het ondersteunen van mkb'ers om te verduurzamen en aan de energiebesparingsplicht te voldoen.

Uitvoeringskosten maatwerk (KGG)

Er zitten onlosmakelijk uitvoeringskosten verbonden aan de maatwerkafspraken. Bij toekomstige maatwerksubsidies moet worden bekeken hoeveel middelen er nodig zijn voor uitvoering van de maatwerkafspraak, zodat deze per maatwerksubsidie kunnen worden gekwantificeerd.

Technische mutaties

Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten voor voorwaardelijke toekenningen en reserveringen. Er worden met deze kasschuif ook middelen buiten de meerjarenperiode geschoven (€ 24,8 mln). De eindejaarsmarge voor dit perceel is opgeboekt (€ 28,9 mln). Daarnaast is er een terugboeking van maatregel Georgetown (€ 226.000).

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

3.6 Beleidsartikel 6 Verduurzaming gebouwde omgeving

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 Verduurzaming gebouwde omgeving (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

76.016

0

76.016

– 76.016

0

– 69.000

27.016

41.000

0

0

                     

Uitgaven

76.016

0

76.016

– 76.016

0

– 69.000

27.016

41.000

0

0

                     

Bijdrage aan

(andere) begrotingshoofdstukken

                   

Verduurzaming gebouwde omgeving onverdeeld

76.016

0

76.016

– 76.016

0

– 69.000

27.016

41.000

0

0

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Middelen in het Klimaat- en energiefonds zijn niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden. In het perceel Verduurzaming gebouwde omgeving zijn er in 2026 geen middelen toegekend onder voorwaarde, gereserveerd of beschikbaar in de vrije ruimte.

Tabel 14 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2026

Toekenning onder voorwaarde

0%

Reservering

0%

Vrije ruimte

0%

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Verduurzaming gebouwde omgeving onverdeeld

Na de Klimaat- en energiefonds besluitvorming in het Voorjaar resteren er geen middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven worden dit voorjaar overgeheveld van perceel Verduurzaming gebouwde omgeving naar de ontvangende departementale begroting.

SAH (VRO)

Deze subsidie wordt ingezet voor inpandige aansluitkosten voor warmtenetten via de SAH. De SAH is een belangrijke schakel bij het realiseren van warmtenetten in startmotorwijken (corporatiewoningen). Hiermee worden de inpandige kosten voor aansluiten aan een warmtenet gesubsidieerd.

Technische mutaties

Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten.

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

3.7 Beleidsartikel 7 Onverdeeld

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 Onverdeeld (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2026 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Verplichtingen

0

0

0

11.062

11.062

39.346

42.437

49.347

32.281

0

                     

Uitgaven

0

0

0

11.062

11.062

39.346

42.437

49.347

32.281

0

                     

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Onverdeeld

0

0

0

11.062

11.062

39.346

42.437

49.347

32.281

0

                     

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De loon- en prijsbijstelling is uitgekeerd na afronding van het Klimaat- en energiefonds besluitvormingsproces, waardoor deze middelen bij de Voorjaarsnota niet bestemd kunnen worden voor maatregelen. Deze middelen worden op een later moment verdeeld over de percelen maar deze staat nu nog in de vrije ruimte van perceel Onverdeeld (€ 355,6 mln).

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Na de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling resteert er € 11,1 mln aan middelen in 2026. De hieronder genoemde uitgaven zijn dit voorjaar overgeheveld van perceel onverdeeld naar de ontvangende departementale begroting.

Mijnbouwschade Limburg en reservering regeling vloeibaar gas (KGG)

Naar aanleiding van politieke besluitvorming tijdens de Voorjaarsbesluitvorming is besloten om € 50,2 mln van de voorziene loon- en prijsbijstelling van het KEF in te zetten ter dekking van de KGG-dossiers mijnbouwschade Limburg en een op te zetten regeling om de leveringszekerheid van vloeibaar gas te waarborgen. Hierna resteerde er loon- en prijsbijstelling van cumulatief € 355,6 mln.

Technische mutaties

Er heeft een kasschuif plaatsgevonden om de middelen in het juiste ritme te zetten. De loon- en prijsbijstelling (€ 405,8 mln) is tijdelijk op dit perceel geboekt, waarvan een deel (€ 50,2 mln) reeds ter dekking is ingezet voor bovengenoemde KGG-dossiers.

Ontvangsten

Er vinden geen ontvangsten plaats op het fonds, daarom wordt hier een nulreeks gepresenteerd.

Naar boven