36 915 IIA Wijziging van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

blz.

       

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

1

       

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

2

       
 

1

Leeswijzer

2

       
 

2

Beleidsartikelen

3

 

2.1

Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

3

 

2.2

Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

4

 

2.3

Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

5

 

2.4

Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

7

       
 

3

Niet-Beleidsartikel

8

 

3.1

Artikel 10. Nog onverdeeld

8

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de Staten-Generaal.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Voor u ligt de eerste suppletoire begroting 2026 van de Staten-Generaal. De eerste suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 IIA, nr. 1). De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2026 opgebouwd.

In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.

Uitgangspunt bij de toelichting op de tabel is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

Verplichtingen/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

2. Uitgaven t.b.v. leden en oud-leden Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven 4 mln. Ontvangsten 2 mln.

4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven 1 mln. Ontvangsten 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven 2 mln. Ontvangsten 2 mln.

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting

t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

28.286

0

28.286

3.422

31.708

260

260

2.060

2.360

27.092

Uitgaven

28.286

0

28.286

3.422

31.708

260

260

2.060

2.360

27.092

1.0

Wetgeving en controle Eerste Kamer

28.286

0

28.286

3.422

31.708

260

260

2.060

2.360

27.092

 

Institutionele inrichting

22.192

0

22.192

3.362

25.554

200

200

2.000

2.000

20.923

 

Apparaat Eerste Kamer

22.192

0

22.192

3.362

25.554

200

200

2.000

2.000

20.923

 

Personele uitgaven

5.602

0

5.602

0

5.602

0

0

0

0

5.602

 

Vergoedingen voorzitter/leden Eerste Kamer

5.602

0

5.602

0

5.602

0

0

0

0

5.602

 

Materiële uitgaven

492

0

492

60

552

60

60

60

360

567

 

Verenigde vergadering

492

0

492

60

552

60

60

60

360

567

 

Ontvangsten

140

0

140

0

140

0

0

0

0

140

Toelichting

Institutionele inrichting

Apparaat Eerste Kamer

Als gevolg van de verlenging van de renovatie van het Binnenhof tot medio 2031 is aanvullend budget vereist voor de gebruikerskosten in de jaren 2029 tot en met 2031. Dit is al eerder toegepast voor de jaren 2026 tot en met 2028, maar is ook nodig voor 2029 tot en met 2031. Daarnaast zijn de gebouw-gebonden systemen, zoals de beveiligings- en audiovisuele systemen deels aan vervanging toe.

2.2 Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting

t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

45.055

0

45.055

8.684

53.739

5.459

– 2.933

531

4.884

40.170

Uitgaven

45.055

0

45.055

8.684

53.739

5.459

– 2.933

531

4.884

40.170

2.0

Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

45.055

0

45.055

8.684

53.739

5.459

– 2.933

531

4.884

40.170

 

Institutionele inrichting

30.805

0

30.805

0

30.805

0

0

0

0

30.805

 

Schadeloosstelling

30.805

0

30.805

0

30.805

0

0

0

0

30.805

 

Personele uitgaven

14.250

0

14.250

8.684

22.934

5.459

– 2.933

531

4.884

9.365

 

Pensioenen en wachtgelden

14.250

0

14.250

8.684

22.934

5.459

– 2.933

531

4.884

9.365

 

Ontvangsten

86

0

86

0

86

0

0

0

0

86

Toelichting

Personele uitgaven

Pensioenen en wachtgelden

Het budget voor de wachtgeldregeling dient verhoogd te worden met € 8,7 mln. in 2026 en in 2027 met € 5,5 mln. als gevolg van een groter beroep op de wachtgeldregeling door vertrekkende en niet-herkozen Kamerleden. Daarnaast is in deze reeks de verkiezingscyclus aangepast aan de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezing op 15 mei 2030.

2.3 Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting

t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

210.197

0

210.197

11.692

221.889

3.381

– 3.227

7.400

21.947

206.318

Uitgaven

210.197

0

210.197

11.692

221.889

3.381

– 3.227

7.400

21.947

206.318

3.0

Wetgeving en controle Tweede Kamer

210.197

0

210.197

11.692

221.889

3.381

– 3.227

7.400

21.947

206.318

 

Institutionele inrichting

152.797

0

152.797

5.750

158.547

5.465

7.270

9.675

20.271

150.032

 

Apparaat Tweede Kamer

151.376

0

151.376

5.750

157.126

5.465

7.270

9.675

20.271

148.611

 

Onderzoeks-

budget

1.421

0

1.421

0

1.421

0

0

0

0

1.421

 

Materiële uitgaven

57.400

0

57.400

5.942

63.342

– 2.084

– 10.497

– 2.275

1.676

56.286

 

Drukwerk

2.273

0

2.273

0

2.273

0

0

0

0

2.273

 

Fractie-

kosten

49.151

0

49.151

5.649

54.800

– 2.084

– 10.497

– 2.275

1.676

50.900

 

Uitzending leden

547

0

547

0

547

0

0

0

0

547

 

Parlementaire enquêtes

2.863

0

2.863

293

3.156

0

0

0

0

0

 

Bijdrage ProDemos

2.566

0

2.566

0

2.566

0

0

0

0

2.566

 

Ontvangsten

3.639

0

3.639

300

3.939

300

300

300

300

3.939

Toelichting

Institutionele inrichting

Apparaat Tweede Kamer

Dit betreft een overboeking vanuit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) naar de begroting van de Staten Generaal (IIA). Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer is vanuit de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat structureel € 10 mln. beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2024/25, 33 047, nr. 41). Met deze middelen zet de Kamerorganisatie een meerjarig ingroeimodel neer waarmee structureel wordt geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid en digitale ondersteuning van Kamerleden.

Voor 2026 is € 10 mln. geraamd voor audiovisuele voorzieningen (AV) (terugverhuizing Binnenhof). De terugverhuizing staat nu op medio 2031 waarvoor in 2030 de voorbereiding op AV getroffen moeten worden. Daarom worden € 8 mln. uit 2026 en € 3 mln. uit 2027 via een kasschuif geschoven naar 2030.

Vanaf 2026 is aanvullend budget benodigd voor de integrale veiligheid van de Tweede Kamer. De veiligheidssituatie van het pand, de systemen en de leden van de Tweede Kamer vragen om investeringen in personeel en materieel. Voor 2026 betreft dit € 5 mln. tot en met 2031 betreft het € 1 mln. per jaar.

Als gevolg van de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 zijn incidentele kosten gemaakt. Hiervoor is € 1,5 mln. nodig ten behoeve van de interne verhuizing (€ 0,7 mln.) en begeleiding bij het formatieproces vanuit Algemene Zaken (ca. € 0,9 mln.). Bij de raming 2025 was dit bedrag geraamd voor het jaar 2028, maar door de eerdere verkiezingen is het bedrag van 2028 naar 2026 geschoven. Deze kosten komen voort uit de vertraging van de interne verhuizing. Na verkiezingen worden partijen namelijk bij de interne verhuizing opnieuw ingedeeld. Een deel van deze kosten viel in 2025, een deel nog in 2026.

Daarnaast is budget toegevoegd voor de bedrijfsvoering en een toekomstbestendige Kamerorganisatie (in lijn met de aangenomen motie Wijen Nass). Daaronder valt uitbreiding van het technisch beheerteam van Parlis, extra Woo-ondersteuning, uitbreiding van de afdeling Juridische Zaken en de Griffie Commissies. Verder zijn er extra middelen nodig voor de reorganisatie van de Griffie Commissies.

Naar aanleiding van een onderzoek uit januari 2025, werd besloten te reorganiseren. Dit omdat het onderzoek aantoonde dat de aansturing efficiënter kon. De reorganisatie heeft de drie verschillende Griffie Commissies samengevoegd tot één dienst. Met deze samenvoeging worden de fte's structureel verhoogd van 3 fte naar 5 fte. Als gevolg is hiervoor structureel € 0,3 mln. nodig. Met deze nieuwe structuur wordt de managementcapaciteit versterkt, de strategische sturing verbeterd en de samenwerking en mobiliteit tussen de verschillende onderdelen vergroot.

De Tweede Kamer maakt gebruik van de eindejaarsmarge voor het rond krijgen van hun begroting en het zelf zo goed mogelijk op kunnen lossen van problematiek.

Materiële uitgaven

Fractiekosten

Het budget voor de fractiekosten is bijgesteld op basis van het meest actuele zetelbedrag en de uitslag van de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025. In 2026 ontvangen fracties die bij deze verkiezingen zetels hebben verloren nog gedurende circa één jaar fractiegeld op basis van hun eerdere zetelaantal (schokdemping). Daarnaast is in deze reeks de verkiezingscyclus aangepast aan de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei 2030.

2.4 Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting

t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

4.703

0

4.703

0

4.703

0

0

0

0

1.683

Uitgaven

4.703

0

4.703

0

4.703

0

0

0

0

1.683

4.0

Wetgeving en controle Tweede Kamer

4.703

0

4.703

0

4.703

0

0

0

0

1.683

 

Materiële uitgaven

4.703

0

4.703

0

4.703

0

0

0

0

1.683

 

Drukwerk

4.703

0

4.703

0

4.703

0

0

0

0

1.683

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bij artikel 4 worden geen mutaties toegelicht, omdat de mutaties in de eerste suppletoire begroting niet groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften is opgenomen in de staffel.

3 Niet-Beleidsartikel

3.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 6 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting

t (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

0

0

0

3.462

3.462

3.286

3.351

3.169

3.157

3.147

Uitgaven

0

0

0

3.462

3.462

3.286

3.351

3.169

3.157

3.147

4.0

Nog onverdeeld

0

0

0

3.462

3.462

3.286

3.351

3.169

3.157

3.147

 

Nog te verdelen

0

0

0

3.462

3.462

3.286

3.351

3.169

3.157

3.147

 

Loonbijstelling

0

0

0

1.220

1.220

1.176

1.260

1.155

1.151

1.142

 

Prijsbijstelling

0

0

0

2.242

2.242

2.110

2.091

2.014

2.006

2.005

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Loonbijstelling

Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor de Staten-Generaal.

Prijsbijstelling

Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor de Staten-Generaal. De doorverdeling vindt later in 2026 plaats.

Naar boven