36 915 I Wijziging van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 1 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van een wijziging van de van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026;

Zo is het, dat Wij, met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026 wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaten geschiedt in duizenden euro’s.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2026.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Wijziging begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

60.792

60.792

345

679

679

0

               
 

Beleidsartikelen

           

1

Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis

12.571

12.571

345

0

0

0

2

Functionele uitgaven van de Koning

39.806

39.806

0

565

565

0

3

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

8.415

8.415

0

114

114

0

Naar boven