Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de opmerkingen en vragen in het verslag.
Het verheugt mij dat de leden van de fracties van de VVD, GroenLinks-PvdA, het CDA
en de ChristenUnie met belangstelling kennis hebben genomen van het voorstel. Deze
nota naar aanleiding van het verslag wordt uitgebracht mede namens de Minister van
Justitie en Veiligheid, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister
van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre Curaçao, Aruba en Sint Maarten betrokken
zijn geweest bij het onderhavige voorstel van rijkswet en wat hun reactie was. Ook
de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe deze landen aankijken tegen het
voorstel. Ook vragen zij of er overeenstemming is tussen de landen ten aanzien van
in het voorstel genoemde consensus-algemene maatregelen van rijksbestuur.
Het onderhavige voorstel van rijkswet is in nauw overleg met de regeringen van Curaçao,
Aruba en Sint Maarten tot stand gekomen. De in artikel 38, tweede lid, van het Statuut
vereiste consensus over het in procedure brengen van het voorstel is uiteindelijk
– zoals te doen gebruikelijk – vastgesteld in de rijksministerraad. Bij de totstandkoming
van het voorstel van rijkswet is ten aanzien van alle in het voorstel genoemde consensus-algemene
maatregelen van rijksbestuur overwogen dat het onwenselijk zou zijn als zij hun gelding
verliezen. Overigens zijn de artikelen 1 en 2 van het voorstel van rijkswet geformuleerd
als kan-bepaling. Dit betekent dat het voorstel er niet aan in de weg staat om één
of meer van de genoemde consensus-algemene maatregelen van rijksbestuur te laten vervallen,
als de landen daartoe gezamenlijk zouden besluiten.
2. Hoofdlijnen van het voorstel
Wijziging en beëindiging
De leden van de VVD-fractie vragen om een nadere verduidelijking van de passage onder
het kopje «Wijziging en beëindiging». Meer in het bijzonder vragen zij of die los
moet worden gezien van de daaraan voorafgaande passage over het Schepenbesluit 2004.
Beide passages moeten inderdaad los van elkaar worden gezien. De passage over de «Wijziging
en beëindiging» strekt er toe te verduidelijken waarom in het voorstel van rijkswet
niet is voorzien in een bepaling over de wijziging en beëindiging van deze consensusrijkswet
als zodanig.
Beëindiging van deze consensusrijkswet zou namelijk tot gevolg hebben dat alle consensus-algemene
maatregelen van rijksbestuur waarvoor dit wetsvoorstel een grondslag creëert automatisch
vervallen.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg