De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
|
1.
|
Inleiding
|
1
|
|
2.
|
Hoofdlijnen van het voorstel
|
2
|
1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel
voor de Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk.
Dit wetsvoorstel creëert een wettelijke grondslag voor een aantal zelfstandige algemene
maatregelen van rijksbestuur (AMvRB). Graag willen deze leden daarover een paar vragen
stellen.
Voornoemde leden merken op dat het onderhavige wetsvoorstel een consensusrijkswet
is. In hoeverre zijn Curaçao, Aruba en Sint Maarten betrokken geweest bij onderhavig
wetsvoorstel? Wat was hun reactie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het voorliggende voorstel van rijkswet. Zij hebben geen inhoudelijke vragen over het
wetsvoorstel omdat er geen inhoudelijke wijzigingen worden voorgesteld in het wetsvoorstel.
Wel hebben deze leden een vraag over de betrokkenheid van de andere drie landen in
het Koninkrijk bij het voorliggende wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel vloeit voort uit
een Statuutwijziging waarbij het doel was om het democratisch tekort binnen het Koninkrijk
terug te dringen. In de stukken bij het voorliggende wetsvoorstel is echter niet opgenomen
hoe de andere drie landen aankijken tegen het wetsvoorstel. De essentie van het democratisch
tekort is dat de landen onvoldoende betrokken zijn dan wel onvoldoende invloed hebben
op rijkswetgeving. Nu de regering het voorliggende wetsvoorstel aan de Kamer voorlegt
is het voor voornoemde leden van essentieel belang om ook te weten hoe Aruba, Curaçao
en Sint-Maarten aankijken tegen het wetsvoorstel. Kan de regering daarnaast aangeven
of er overeenstemming is tussen de landen ten aanzien van in het wetsvoorstel genoemde
consensus-AMvRB?
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden vinden het goed dat de benodigde grondslagen voor Algemene maatregelen
van Rijksbestuur gecreëerd worden en hebben geen verdere vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de
Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk.
Deze leden hebben geen vragen over voorliggend wetsvoorstel.
2. Hoofdlijnen van het voorstel
Wijziging en beëindiging
De leden van de VVD-fractie krijgen graag een nadere verduidelijking van de passage
onder het kopje «Wijziging en beëindiging». Heeft deze passage een relatie met datgene
wat staat onder het kopje «Schepenbesluit 2004»? Of moet de passage daar los van worden
gezien? Kortom, wat wordt hier bedoeld?
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts