Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 12 november 2025 en het nader rapport d.d. 10 maart 2026, aangeboden aan de Koning
door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens
de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van
Defensie en van Infrastructuur en Waterstaat. Het advies van de Afdeling advisering
van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 5 september 2025, nr. 2025001954,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van rijkswet rechtstreeks aan mij te
doen toekomen. Dit advies, gedateerd 12 november 2025, nr. W04.25.00260/I/K, bied
ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 5 september 2025, no. 2025001954, heeft Uwe Majesteit, op
voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid, de Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en
Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter
overweging aanhangig gemaakt de voorstel van rijkswet houdende regeling van grondslagen
voor zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur die hun gelding dienen te
behouden (Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk),
met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen
over het voorstel van rijkswet en adviseert het voorstel in te dienen bij de Tweede
Kamer der Staten-Generaal en over te leggen aan de Staten van Aruba, die van Curaçao
en die van Sint Maarten.
De waarnemend vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,
E. Helder
Het ontwerp geeft de Afdeling geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de memorie van toelichting te verduidelijken
dat alle thans nog geldende algemene maatregelen van rijksbestuur die niet op een
wettelijke grondslag berusten hun gelding dienen te behouden. Ook wordt verduidelijkt
dat indien een algemene maatregel van rijksbestuur geen voorschriften bevat die met
het oog op het primaat van de rijkswetgever in een rijkswet opgenomen dienen te worden,
kan worden volstaan met de voorgestelde regeling, waarbij reeds bestaande algemene
maatregelen van rijksbestuur ongewijzigd worden gelaten, maar daarvoor in een rijkswet
een wettelijke grondslag wordt gecreëerd.
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat, het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten
van Curaçao, en de Staten van Sint Maarten te zenden.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg