Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36907 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36907 nr. B |
Vastgesteld 10 april 2026
De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de gezamenlijke commissiemededeling inzake de versterking van de economische veiligheid van de EU. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 3 maart 2026.
• De antwoordbrief van 8 april 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus
Aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat
Den Haag, 3 maart 2026
In haar vergadering van 10 februari heeft de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei besloten om met u in schriftelijk overleg te treden over de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de raad over de Versterking van de economische veiligheid van de EU.2 In dit kader wensen de leden van de fracties van de BBB en Volt u de volgende vragen en opmerkingen voor te leggen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB
De leden van de BBB-fractie hebben enkele vragen over de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de raad over Versterking van de economische veiligheid van de EU.3 Volgens het BNC-fiche wordt er gestreefd naar het versterken van de «open strategische autonomie» en de industriële basis van de EU.4 Bent u het met voornoemde leden eens dat de meest logische manier om autonomie te bereiken, het faciliteren van de eigen maak- en voedselsectoren is? De leden van de BBB-fractie ontvangen graag een toelichting op het antwoord.
De Europese Commissie noemt de agrovoedingssector expliciet en wijst op de risicovolle afhankelijkheid van derde landen voor de invoer van veevoeder, voedingsmiddelen en kunstmest.5 Erkent u hiermee dat boeren van levensbelang zijn voor onze voedselsoevereiniteit en nationale veiligheid? Wat betekent dit voor de huidige klimaatplannen met als doel stikstof te reduceren door de landbouw te extensiveren? Gaat u zich net als uw voorganger inzetten om innovatieve alternatieve oplossingen zoals hoogwaardige dierlijke mest (renure) zo spoedig mogelijk te kunnen inzetten?
In de gezamenlijke mededeling wordt een kader geschetst waarin via structurele monitoring en gegevensdeling economische risico’s binnen de EU beter in beeld moeten worden gebracht.6 Wat zijn de gevolgen van de genoemde nieuwe monitoringsverplichtingen voor de regeldruk? Is hier onderzoek naar gedaan? Zo nee, gaat u dat alsnog doen?
In de mededeling wordt aangegeven dat «de EU, haar lidstaten en het bedrijfsleven in bepaalde gevallen steeds meer bereid moeten zijn economische kosten te aanvaarden met het oog op minder kwetsbaarheden en een betere algemene veiligheid.»7 Kunt u een (globale) inschatting geven van deze kosten?
Ook wordt aangegeven dat er een groep van vertrouwde adviseurs opgericht wordt «samengesteld uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de EU, om onder meer advies te geven over specifieke risico’s en mogelijke reacties, en om strategieën voor risicovermindering te bespreken.»8 Worden het MKB en de agrarische sector ook vertegenwoordigd in de groep van vertrouwde adviseurs?
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van Volt
De Volt-fractie heeft kennisgenomen van de mededeling van de Europese Commissie Versterking van de economische veiligheid van de EU9 en de kabinetsreactie hierop.10 Het brengt de leden van de voornoemde fractie tot een aantal vragen.
Allereerst hebben de leden van de fractie van Volt vragen over de gekozen vorm van de mededeling en over de organisatorische aspecten. De mededeling is opgesteld door de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger. De laatste is als actor echter slechts eenmaal genoemd in de tekst als samenwerkingspartner van de Commissie.11 Hoe kijkt u aan tegen erosie van communautaire competentie door deze gezamenlijke mededeling? Welk deel is volgens u echt buitenlands beleid? Heeft u de vraag gesteld van het doel van gezamenlijke indiening? Ziet u het gevaar van een verschuiving, of zelfs erosie, van economische besluitvorming van communautaire procedures (QMV) naar intergouvernementele procedures die voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid worden gebruikt?
De mededeling is volgens de voornoemde leden doorspekt van samenwerking en coördinatie. Er wordt echter niet gesproken over een sterkere toepassing van communautaire positiebepaling.12 Ziet u mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de EU vaker werkt op basis van een formeel EU-mandaat, dat vervolgens wordt uitgevoerd door de Europese Commissie? Hoe denkt u bij te dragen aan versnelling van coördinatieprocedures? Hoe kan de snelheid van reactie door de EU anders worden bevorderd? Ook met betrekking tot de export van dual-use goederen en diensten zegt de regering voorstander te zijn van versterkte coördinatie.13 Wat denkt u hier concreet aan te doen? Bent u bereid de dual-use verordening volledig als handelspolitiek instrument te zien en dus ook de lijsten via gekwalificeerde meerderheid te laten samenstellen? Hoe denkt de regering druk van China en de Verenigde Staten te weerstaan als de exportvergunningen nationaal blijven worden afgegeven?
De rol van ontwikkelingssamenwerking bij het nastreven van economische veiligheid kan volgens de leden van de Volt-fractie niet worden overschat. Hoe denkt u de ontwikkelingssamenwerking nadrukkelijker als instrument in te zetten?
Als u de doelstellingen van de mededeling onderschrijft en inzet op meer coördinatie en samenwerking, dan moet u ook nationaal actie ondernemen. Het is goed dat de EU-aanbestedingsrichtlijn wordt herzien ten gunste van economische veiligheid.14 Aangezien aanbestedingen een lang traject doormaken, hoe denkt u op deze herzieningen te anticiperen zodat ze direct na adoptie kunnen worden toegepast? Hoe denkt u bedrijven te compenseren wanneer zij vanwege de strategische agenda duurdere keuzes moeten maken?
Naar de mening van de leden van de Volt-fractie wordt in het BNC-fiche terecht opgeroepen dat een toename van de regeldruk moet worden voorkomen met de maatregelen die uit deze mededeling voortvloeien.15 Nu wordt in de ogen van de voornoemde de regeldruk binnen de EU met name verhoogd door ongecoördineerde en niet geharmoniseerde nationale wetgeving. Daarmee vragen voornoemde leden zich dus af welke nationale regels kunnen worden afgeschaft of versoepeld naar aanleiding van deze mededeling. Welke initiatieven denkt de Nederlandse regering te kunnen nemen binnen Benelux-verband om regels te harmoniseren? Hoe zit dat met wederzijdse erkenning van Duitse regels?
De mededeling spreekt ook over de onterechte extraterritoriale toepassing van wetgeving van derde landen. De EU stelt voor deze pro-actiever aan te pakken.16 Nederland kan daar zelf ook een rol bij spelen. Welke initiatieven denkt u te kunnen ondernemen tegen de belasting die vanuit de Verenigde Staten wordt geheven op «Accidental Americans»?17 Als deze extraterritoriale belasting niet kan worden vermeden, wil u dan stappen ondernemen via het bilaterale belastingverdrag met de Verenigde Staten om er in ieder geval voor te zorgen dat de Amerikaanse autoriteiten tenminste de EU-privacywetgeving respecteren?
De commissie ziet uit naar de beantwoording van bovenstaande vragen en verzoekt u deze uiterlijk binnen vier weken aan de Eerste Kamer aan te bieden.
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2026
Hierbij bied ik u de antwoorden aan van het verzoek: Vragen inzake het BNC-fiche over de Mededeling «Versterking van de EU Economische Veiligheid». Deze vragen werden ingezonden op 3 maart 2026 met kenmerk 180038. De antwoorden doe ik u toekomen mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma
Vraag 1
De leden van de BBB-fractie hebben enkele vragen over de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de raad over Versterking van de economische veiligheid van de EU. Volgens het BNC-fiche wordt er gestreefd naar het versterken van de «open strategische autonomie» en de industriële basis van de EU. Bent u het met voornoemde leden eens dat de meest logische manier om autonomie te bereiken, het faciliteren van de eigen maak- en voedselsectoren is? De leden van de BBB-fractie ontvangen graag een toelichting op het antwoord.
Antwoord
Het kabinet onderschrijft dat sterke maak- en voedselsectoren kunnen bijdragen aan de open strategische autonomie van de EU. Dit is echter niet de enige route. Het versterken van open strategische autonomie vraagt ook om het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden, het beperken van kwetsbaarheden door diversificatie van handelsstromen en het samenwerken met internationale partners.
Zoals ook in het BNC-fiche opgenomen zet de EU in op een samenhangende aanpak gericht op het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het versterken van de economische veiligheid en weerbaarheid. Het versterken van binnenlandse sectoren is daarbij een belangrijk middel en geen doel op zich.
Vraag 2
De Europese Commissie noemt de agrovoedingssector expliciet en wijst op de risicovolle afhankelijkheid van derde landen voor de invoer van veevoeder, voedingsmiddelen en kunstmest. Erkent u hiermee dat boeren van levensbelang zijn voor onze voedselsoevereiniteit en nationale veiligheid? Wat betekent dit voor de huidige klimaatplannen met als doel stikstof te reduceren door de landbouw te extensiveren?
Antwoord
Boeren en tuinders zijn belangrijk voor onze voedselvoorziening en onze voedselzekerheid en daarmee voor de Europese weerbaarheid. Terecht wijzen de leden van de BBB-fractie erop dat de voedselproductie in onze land- en tuinbouw deels ook gebaseerd is op invoer van essentiële grondstoffen en productiemiddelen zoals bijvoorbeeld energie, kunstmeststoffen en veevoergrondstoffen. Het kabinet zet zich daarom in voor het waarborgen van de beschikbaarheid van deze essentiële voedsel- en productiemiddelen.
Klimaatverandering en extremere weersomstandigheden kunnen negatieve gevolgen hebben voor de voedselproductie en voedselzekerheid hier en in de rest van de wereld. Het kabinet werkt zowel aan het stimuleren van het aanpassingsvermogen van onder andere de land- en tuinbouw aan klimaatverandering, als aan het terugbrengen van broeikasgasemissies om klimaatverandering af te remmen. Het stikstofbeleid is vooral gericht op het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de natuur en biodiversiteit in Nederland. Dat is ook gunstig voor het in stand houden van ecosysteemdiensten die de natuur ons levert en een prettige leefomgeving voor de Nederlanders. In de besluitvorming over de benodigde maatregelen voor het verminderen van broeikasgasemissies en stikstofemissies wordt het belang van het garanderen van de voedselzekerheid meegewogen. Gelet op de omvang van de landbouwproductie in Nederland in relatie tot de nationale consumptie, is het onwaarschijnlijk dat de voedselzekerheid in gevaar komt door deze maatregelen.
Vraag 3
Gaat u zich net als uw voorganger inzetten om innovatieve alternatieve oplossingen zoals hoogwaardige dierlijke mest (renure) zo spoedig mogelijk te kunnen inzetten?
Antwoord
Ja, de Minister van LVVN zet zich hier voor in. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding van de regeling ten behoeve van Renure voor de zomer. Naast de implementatie in de Nederlandse regelgeving wordt bezien hoe de productie van Renure-meststoffen verder kan worden opgeschaald. Ook wordt de vergroting van de mestverwerkingscapaciteit gestimuleerd ten behoeve van de export van meststoffen als aangegeven in de brief van 19 december jl.18
Vraag 4
In de gezamenlijke mededeling wordt een kader geschetst waarin via structurele monitoring en gegevensdeling economische risico’s binnen de EU beter in beeld moeten worden gebracht. Wat zijn de gevolgen van de genoemde nieuwe monitoringsverplichtingen voor de regeldruk? Is hier onderzoek naar gedaan? Zo nee, gaat u dat alsnog doen?
Antwoord
De gezamenlijke mededeling gaat niet in op de gevolgen voor regeldruk noch wordt er een beoordeling gepresenteerd van de impact op administratieve lasten voor lidstaten en bedrijven. Dit zal afhangen van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verschillende beleidsvoorstellen. Het kabinet zal de voorstellen die voortvloeien uit deze mededeling op inhoud beoordelen. Zoals benadrukt in het BNC-fiche is het daarbij voor het kabinet van belang dat er coherentie is met bestaande monitoringsinstrumenten van de Commissie en dat de regeldruk niet onnodig toeneemt. Het kabinet zal er bij de Commissie op aandringen dat de aangekondigde voorstellen voor maatregelen worden voorzien van een impact assessment, zodat de gevolgen voor de regeldruk kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van de maatregelen. Als de Commissie geen impact assessment presenteert of als deze onvoldoende informatie oplevert om de voorstellen goed te kunnen beoordelen, zal het kabinet zelf het nodige doen om (aanvullend) effecten in kaart te brengen zodat ze kunnen worden beoordeeld en meegewogen bij de standpuntbepaling van het kabinet.
Vraag 5
In de mededeling wordt aangegeven dat «de EU, haar lidstaten en het bedrijfsleven in bepaalde gevallen steeds meer bereid moeten zijn economische kosten te aanvaarden met het oog op minder kwetsbaarheden en een betere algemene veiligheid.» Kunt u een (globale) inschatting geven van deze kosten?
Antwoord
De mededeling bevat geen concrete kwantitatieve inschatting van de specifieke gevallen en de bijbehorende kosten. Nader onderzoek en verdere uitwerking door de Commissie zijn nodig om de precieze impact van eventuele maatregelen beter in beeld te brengen. Wel is in algemene zin duidelijk dat het verminderen van kwetsbaarheden en strategische afhankelijkheden economische kosten met zich mee kan brengen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan hogere kosten door diversificatie van leveranciers, het aanhouden van extra voorraden of buffers, of investeringen in meer weerbare productie- en waardeketens. Daar staat tegenover dat dergelijke maatregelen juist bedoeld zijn om grotere economische en maatschappelijke schade bij verstoringen of geopolitieke schokken te voorkomen.
Vraag 6
Ook wordt aangegeven dat er een groep van vertrouwde adviseurs opgericht wordt «samengesteld uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de EU, om onder meer advies te geven over specifieke risico’s en mogelijke reacties, en om strategieën voor risicovermindering te bespreken.» Worden het MKB en de agrarische sector ook vertegenwoordigd in de groep van vertrouwde adviseurs?
Antwoord
De mededeling geeft geen nadere uitwerking over de voorziene samenstelling van de groep vertrouwde adviseurs. Het kabinet kijkt uit naar verdere concretisering door de Commissie.
Vragen van de leden van de fractie van Volt
De Volt-fractie heeft kennisgenomen van de mededeling van de Europese Commissie Versterking van de economische veiligheid van de EU en de kabinetsreactie hierop. Het brengt de leden van de voornoemde fractie tot een aantal vragen.
Vraag 1
Allereerst hebben de leden van de fractie van Volt vragen over de gekozen vorm van de mededeling en over de organisatorische aspecten. De mededeling is opgesteld door de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger. De laatste is als actor echter slechts eenmaal genoemd in de tekst als samenwerkingspartner van de Commissie. Hoe kijkt u aan tegen erosie van communautaire competentie door deze gezamenlijke mededeling? Welk deel is volgens u echt buitenlands beleid? Heeft u de vraag gesteld van het doel van gezamenlijke indiening? Ziet u het gevaar van een verschuiving, of zelfs erosie, van economische besluitvorming van communautaire procedures (QMV) naar intergouvernementele procedures die voor het gemeenschappelijk buitenlands beleid worden gebruikt?
Antwoord
De mededeling stelt dat de internationale economische verwevenheid in het huidige geopolitieke landschap steeds vaker strategisch wordt ingezet of zelfs misbruikt, waardoor de Europese Unie te maken krijgt met toenemende dreigingen zoals verstoringen van de wereldhandel en instrumentalisering van (risicovolle) strategische afhankelijkheden. Deze verwevenheid maakt dat de scheidslijn tussen het interne- en externe EU beleid op dit terrein vervaagt. Dat vereist een coherente en gecoördineerde inzet van het EU-instrumentarium. De gezamenlijke mededeling door de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger reflecteert deze inzet. De mededeling bouwt voort op de Europese Economische Veiligheidsstrategie van 2023 waarvan de drie overkoepelende sporen, promote, protect & partner, ongewijzigd blijven. Met name deze laatste, partner pilaar voorziet in voorstellen en acties op het terrein van externe betrekkingen. Het kabinet zal de concrete voorstellen die voortvloeien uit deze mededeling op inhoud beoordelen, en dan ook bezien welke besluitvorming daarbij passend is.
Vraag 2
De mededeling is volgens de voornoemde leden doorspekt van samenwerking en coördinatie. Er wordt echter niet gesproken over een sterkere toepassing van communautaire positiebepaling. Ziet u mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de EU vaker werkt op basis van een formeel EU-mandaat, dat vervolgens wordt uitgevoerd door de Europese Commissie? Hoe denkt u bij te dragen aan versnelling van coördinatieprocedures? Hoe kan de snelheid van reactie door de EU anders worden bevorderd?
Antwoord
Het kabinet zet zich in lijn met de motie-Klos – en binnen de kaders van het EU-verdrag – in voor het afschaffen van het vetorecht en voor de invoering van meerderheidsbesluitvorming (QMV) binnen het GBVB en GBVD. Binnen het domein van economische veiligheid steunt het kabinet de door de Commissie voorgestelde paradigmaverschuiving van een reactieve naar een meer proactieve, versterkte en gecoördineerde EU inzet op EV-gebied, met oog voor de nationale competenties van de lidstaten. Daarnaast onderschrijft het kabinet het belang van versterkte coördinatie, informatie-uitwisseling en gezamenlijke analyses van EV-risico’s, wat ook kan bijdragen aan een versnelling van een gecoördineerde EV-inzet. De oprichting van het Economic Security Network en Economic Security Information Hub zijn hier belangrijk een onderdeel van.
Vraag 3
Ook met betrekking tot de export van dual-use goederen en diensten zegt de regering voorstander te zijn van versterkte coördinatie. Wat denkt u hier concreet aan te doen? Bent u bereid de dual-use verordening volledig als handelspolitiek instrument te zien en dus ook de lijsten via gekwalificeerde meerderheid te laten samenstellen?
Antwoord
Exportcontrole is een non-proliferatie instrument. In lijn met de eerdere kabinetsappreciatie op het witboek exportcontrole van de Commissie is het kabinet positief over de inzet van de Commissie om te komen tot betere EU-coördinatie van exportcontrole van dual-use goederen en technologie, met inachtneming van de nationale bevoegdheid op exportcontrole en de huidige vertegenwoordiging van de EU-lidstaten en de Commissie in de multilaterale exportcontroleregimes19. Het bewerkstelligen van een gelijk speelveld is van cruciaal belang. Een ongelijke toepassing van exportcontrolemaatregelen kan voor bedrijven die actief zijn op de interne markt namelijk leiden tot oneerlijke concurrentie ten opzichte van bedrijven in andere lidstaten. Nederland zet zich er al lange tijd voor in dat nationale exportcontrolemaatregelen beter EU-breed kunnen worden overgenomen, o.a. via een non-paper dat Nederland in maart 2024 verspreidde.20
De EU-controlelijst wordt gewijzigd op voorstel van de Commissie nadat consensus is bereikt binnen multilaterale exportcontroleregimes. Het bereiken van consensus binnen de multilaterale exportcontroleregimes is echter moeilijk als gevolg van de huidige geopolitieke situatie in de wereld. Een belangrijke mijlpaal voor het kabinet is daarom het mogelijk maken van uniforme en autonome EU-controles, die kunnen worden ingevoerd wanneer de situatie op het gebied van exportcontroles daartoe aanleiding geeft en daarover binnen de EU consensus bestaat. De nieuwe EU-controlelijst, waaraan deze uniforme en autonome EU-controles zijn toegevoegd, is in november 2025 in werking getreden.
Vraag 4
Hoe denkt de regering druk van China en de Verenigde Staten te weerstaan als de exportvergunningen nationaal blijven worden afgegeven?
Antwoord
De basis van het exportcontrolebeleid is het juridisch bindende kader van de Europese Unie, via de Dual-Use Verordening (Verordening (EU) 2021/821). Deze verordening versterkt binnen de hele EU de controles op de uitvoer van sensitieve technologieën. Lidstaten informeren elkaar daarnaast over afgegeven en geweigerde vergunningen, wat bijdraagt aan een gelijk speelveld en gezamenlijke risicobeoordeling. De vergunningsafgifte is primair een nationale verantwoordelijkheid, maar er is sprake van nauwe Europese coördinatie, met inachtneming van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten binnen dit domein.
Dit Europese kader wordt aangevuld door intensieve samenwerking in multilaterale exportcontroleregimes, zoals het Wassenaar Arrangement, waarin wordt gesproken over nieuwe controles en beleidslijnen met technologie-houdende landen. Dit draagt bij aan een brede internationale basis: zowel landen binnen als buiten de EU zijn onderdeel van deze regimes.
Tot slot voert Nederland ook bilaterale gesprekken over exportcontrole met andere landen, waaronder de VS, Europese en Aziatische landen waaronder China. Tegelijkertijd acht de regering het van belang dat lidstaten de ruimte behouden om nationale veiligheidsbelangen mee te kunnen wegen bij vergunningverlening.
Vraag 5
De rol van ontwikkelingssamenwerking bij het nastreven van economische veiligheid kan volgens de leden van de Volt-fractie niet worden overschat. Hoe denkt u de ontwikkelingssamenwerking nadrukkelijker als instrument in te zetten?
Antwoord
Het vraagstuk economische veiligheid is zeer breed en zal nadrukkelijk ook in EU verband geadresseerd moeten worden. Daarbij kijkt de EU met de Global Gateway strategie in toenemende mate naar het versterken en diversifiëren van waardeketens, zoals bijvoorbeeld van kritieke grondstoffen. Onder de Global Gateway strategie zet de EU naast handelsinstrumenten, investeringen en diplomatie ook ontwikkelingssamenwerking in, waarbij het belangrijk is dat partnerlanden en de lokale economie daar op een duurzame manier baat bij hebben. Zo vormt de EU een aantrekkelijk aanbod voor partnerlanden in het Mondiale Zuiden. Waar opportuun zet het kabinet complementair eigen ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen in om bij te dragen aan de Europese Global Gateway strategie. Zo kunnen onze posten bijvoorbeeld bijdragen aan brede EU partnerschappen met derde landen rondom kritieke grondstoffen. Een voorbeeld daarvan is Zuid-Afrika, waar een project wordt gestart waarin ontwikkelingssamenwerking en handel gecombineerd worden in de mangaan- en platinagroep metaalketens.
Vraag 6
Als u de doelstellingen van de mededeling onderschrijft en inzet op meer coördinatie en samenwerking, dan moet u ook nationaal actie ondernemen. Het is goed dat de EU-aanbestedingsrichtlijn wordt herzien ten gunste van economische veiligheid. Aangezien aanbestedingen een lang traject doormaken, hoe denkt u op deze herzieningen te anticiperen zodat ze direct na adoptie kunnen worden toegepast?
Antwoord
Momenteel worden in Europa de aanbestedingsrichtlijnen herzien, voor nu is de verwachting dat de Europese Commissie in Q2 van 2026 een voorstel zal doen. De Commissie onderzoekt momenteel nog of het voorstel een richtlijn of een verordening betreft. Dit heeft impact op hoe de uiteindelijke regelgeving in nationale wetgeving zal worden geïmplementeerd. Te zijner tijd zal de Kamer hierover ook geïnformeerd worden.
Vraag 7
Hoe denkt u bedrijven te compenseren wanneer zij vanwege de strategische agenda duurdere keuzes moeten maken?
Antwoord
De mededeling stelt dat bedrijven en lidstaten bereid moeten zijn om (extra) economische kosten te aanvaarden om kwetsbaarheden te verminderen en de veiligheid te versterken. Eventuele gevolgen voor bedrijven maken onderdeel uit van de bredere beleidsafweging. Te zijner tijd zal worden bezien of, en zo ja op welke wijze, ondersteuning via gerichte maatregelen passend is.
Vraag 8
Naar de mening van de leden van de Volt-fractie wordt in het BNC-fiche terecht opgeroepen dat een toename van de regeldruk moet worden voorkomen met de maatregelen die uit deze mededeling voortvloeien. Nu wordt in de ogen van de voornoemde de regeldruk binnen de EU met name verhoogd door ongecoördineerde en niet geharmoniseerde nationale wetgeving. Daarmee vragen voornoemde leden zich af welke nationale regels kunnen worden afgeschaft of versoepeld naar aanleiding van deze mededeling.
Antwoord
Het kabinet onderschrijft het belang van een gecoördineerde aanpak en is ook van mening dat het belangrijk is om te voorkomen dat niet-geharmoniseerde nationale regelgeving het halen van de EU beleidsdoelen die in de mededeling worden beschreven, belemmert en zorgt voor extra regeldruk. Op basis van de concrete door de Commissie aangekondigde voorstellen voor maatregelen, zal het kabinet bezien welke Nederlandse regelgeving eventueel overbodig wordt door de EU-regelgeving en welke nationale regelgeving eventueel wordt aangepast in het kader van een gecoördineerde EU aanpak en harmonisatie van nationale regelgeving.
Vraag 9
Welke initiatieven denkt de Nederlandse regering te kunnen nemen binnen Benelux-verband om regels te harmoniseren? Hoe zit dat met wederzijdse erkenning van Duitse regels?
Antwoord
Binnen Benelux-verband wordt ingezet op praktische samenwerking en afstemming, gericht op het verminderen van belemmeringen voor bedrijven. Wederzijdse erkenning met omringende lidstaten, zoals Duitsland, vindt plaats binnen het EU-kader. Nederland zet zich in voor een goede toepassing hiervan en het adresseren van knelpunten, waar nodig ook bilateraal.
Vraag 10
De mededeling spreekt ook over de onterechte extraterritoriale toepassing van wetgeving van derde landen. De EU stelt voor deze pro-actiever aan te pakken. Nederland kan daar zelf ook een rol bij spelen. Welke initiatieven denkt u te kunnen ondernemen tegen de belasting die vanuit de Verenigde Staten wordt geheven op «Accidental Americans»? Als deze extraterritoriale belasting niet kan worden vermeden, wil u dan stappen ondernemen via het bilaterale belastingverdrag met de Verenigde Staten om er in ieder geval voor te zorgen dat de Amerikaanse autoriteiten tenminste de EU-privacywetgeving respecteren?
Antwoord
De mededeling spreekt over instrumenten die kunnen worden ingezet als antidwang- en beperkende maatregelen om EU-bedrijven te beschermen tegen door derde landen opgelegde extraterritoriale maatregelen en over extraterritoriale uitvoerregelingen van derde landen. De mededeling heeft het daarmee niet over de fiscale behandeling van natuurlijk personen. De meeste landen belasten inwoners op basis van hun wereldinkomen, de Verenigde Staten hebben echter een afwijkend belastingsysteem en belasten alle personen die Amerikaans staatsburger zijn op basis van hun wereldinkomen. Het staat de Verenigde Staten vrij om Amerikaanse staatsburgers op basis van hun wereldinkomen te belasten. Landen mogen zelf hun belastingsysteem bepalen. De Amerikaanse belastingplicht geldt ook voor Amerikaanse staatsburgers die in het buitenland wonen en beperkte banden hebben met de VS («Accidental Americans»). Het kabinet heeft aandacht voor deze problematiek voor Nederlanders met (ook) de Amerikaanse nationaliteit. De laatste ontwikkelingen zijn opgenomen in de Kamerbrief met Zesde Voortgangsbrief FATCA.21 Amerikaanse staatsburgers dienen belastingaangifte te doen in de Verenigde Staten en leveren daarmee eigen gegevens aan bij de Amerikaanse Belastingdienst (IRS). Daar gaat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet over. Voor zover persoonsgegevens door de Nederlandse Belastingdienst worden verwerkt en worden verstrekt aan de Verenigde Staten in het kader van wederzijdse bijstand in belastingzaken en het tegengaan van belastingontduiking en -ontwijking, is de AVG daar uiteraard op van toepassing.
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 15.
Bijvoorbeeld Op grond van artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), die bepaalt dat de Raad het standpunt van de Unie vaststelt voor besluiten van internationale organen wanneer deze rechtsgevolgen hebben.
Zie: non-paper for improved EU coordination on export controls, bijlage bij Kamerbrief over WTO MC13 en de Raad Buitenlandse Zaken Handel
O.a. BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 5
O.a. BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 4
Accidental Americans zijn personen die volgens de Amerikaanse nationaliteits- en belastingwetgeving als Amerikaans staatsburger worden beschouwd, bijvoorbeeld doordat ze in de VS zijn geboren of een Amerikaanse ouder hebben, maar verder geen echte band met de Verenigde Staten hebben, zie: Brief aan Eerste of Tweede Kamer – Reactie op brief Nederlandse Accidental Americans groep m.b.t. zesde voortgangsbrief FATCA
Non-paper for improved EU coordination on export controls, bijlage bij Kamerstuk 25 074, nr. 199
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 15.
Bijvoorbeeld Op grond van artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), die bepaalt dat de Raad het standpunt van de Unie vaststelt voor besluiten van internationale organen wanneer deze rechtsgevolgen hebben.
Zie: non-paper for improved EU coordination on export controls, bijlage bij Kamerbrief over WTO MC13 en de Raad Buitenlandse Zaken Handel
O.a. BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 5
O.a. BNC-fiche bij JOIN(2025)977 – Versterking van de economische veiligheid van de EU, pag. 4
Accidental Americans zijn personen die volgens de Amerikaanse nationaliteits- en belastingwetgeving als Amerikaans staatsburger worden beschouwd, bijvoorbeeld doordat ze in de VS zijn geboren of een Amerikaanse ouder hebben, maar verder geen echte band met de Verenigde Staten hebben, zie: Brief aan Eerste of Tweede Kamer – Reactie op brief Nederlandse Accidental Americans groep m.b.t. zesde voortgangsbrief FATCA
Non-paper for improved EU coordination on export controls, bijlage bij Kamerstuk 25 074, nr. 199
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36907-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.