36 906 Wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad (Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid)

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 3 december 2025 en het nader rapport d.d. 13 februari 2026, aangeboden aan de Koning door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mede namens de minister van Economische Zaken. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2025, no. 2025002305, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad (Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid), met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

De Vice-President van de Raad van State,

Th.C. de Graaf

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 15 oktober 2025, nr. 2025002305, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 3 december 2025, nr. W16.25.00298/II, bied ik U, mede namens de Minister van Economische Zaken, hierbij aan.

Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele technische wijzigingen door te voeren in Artikel I, onderdelen C (volgorde definitiebepalingen) en H (redactioneel), van het wetsvoorstel. Verder is in paragraaf 3.2 van de memorie van toelichting verduidelijkt waarom geen gebruik wordt gemaakt van de door de Richtlijn geboden mogelijkheid om nationale sectorale compensatieregelingen vast te stellen. Daarnaast bevat paragraaf 5 van de memorie van toelichting een enkele actualisering. Tot slot is in paragraaf 6 van de memorie van toelichting verduidelijkt hoe de kanalisatiebepaling in artikel 7:24 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden toegepast in de situatie dat de verkoper dezelfde persoon is als de producent.

Ik verzoek U, mede namens de Minister van Economische Zaken, het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven