Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 3 december 2025 en het nader rapport d.d. 13 februari 2026, aangeboden aan de
Koning door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mede namens de minister
van Economische Zaken. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2025, no. 2025002305, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging
van de Boeken 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk
Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement
en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten
en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad (Implementatiewet richtlijn
herziening productaansprakelijkheid), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 15 oktober 2025, nr. 2025002305,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 3 december 2025, nr. W16.25.00298/II, bied ik U, mede namens de Minister
van Economische Zaken, hierbij aan.
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele technische wijzigingen door te voeren
in Artikel I, onderdelen C (volgorde definitiebepalingen) en H (redactioneel), van
het wetsvoorstel. Verder is in paragraaf 3.2 van de memorie van toelichting verduidelijkt
waarom geen gebruik wordt gemaakt van de door de Richtlijn geboden mogelijkheid om
nationale sectorale compensatieregelingen vast te stellen. Daarnaast bevat paragraaf
5 van de memorie van toelichting een enkele actualisering. Tot slot is in paragraaf
6 van de memorie van toelichting verduidelijkt hoe de kanalisatiebepaling in artikel
7:24 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden toegepast in de situatie dat
de verkoper dezelfde persoon is als de producent.
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Economische Zaken, het hierbij gevoegde
gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede
Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte