Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 10 december 2025 en het nader rapport d.d. 9 februari 2026, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Staatssecretaris
van Justitie en Veiligheid. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van
State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 4 oktober 2025, nr. 2025002237,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 10 december 2025, nr. W05.25.00289/I, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 4 oktober 2025, no.2025002237, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van
de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging
van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen in verband onder andere met de
toevoeging van een verplichting voor gemeenten om ten minste één volwaardige bibliotheekvoorziening
in stand te houden, alsmede tot wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige
rechten in verband met onder andere de toevoeging van een regeling voor een leenrechtvergoeding
bij uitleningen door schoolbibliotheken, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van inhoudelijke opmerkingen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele
wijzigingen van redactionele en technische aard door te voeren in het wetsvoorstel
en de memorie van toelichting.
Ik verzoek U, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het hierbij
gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan
de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
G. Moes