Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 17 december 2025 en het nader rapport d.d. 16 februari 2026, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het advies
van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 juni 2025, nr. 2025001418,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling)
haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen
toekomen. Dit advies, gedateerd 17 december 2025, nr. W11.25.00161/IV, bied ik U hierbij
aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 27 juni 2025, no.2025001418, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, bij de Afdeling
advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van
wet houdende wijziging van de Landbouwkwaliteitswet, de Wet dieren en de Algemene
wet bestuursrecht in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over
kwaliteitsaanduidingen, met memorie van toelichting.
Het wetvoorstel wijzigt onder andere de Landbouwkwaliteitswet ter uitvoering van de
Europese verordening over kwaliteitsaanduidingen (hierna: de verordening). Onderdeel
van het wetsvoorstel is de bevoegdheid tot het opleggen van een zelfstandige last
om onrechtmatige kwaliteitsaanduidingen van producten te voorkomen of te beëindigen.
Deze last kan worden opgelegd aan een ander dan de overtreder, zoals een aanbieder
van een hostingdienst, een beheerder van een domeinregister of een registrerende instantie.
De Afdeling merkt op dat in de toelichting niet nader wordt gemotiveerd waarom bij
een besluit tot het opleggen van een zelfstandige last het snel willen verkrijgen
van een onherroepelijk rechtelijk oordeel het overslaan van de bezwaarfase aangewezen
is.
In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting en zo nodig het wetsvoorstel.
1. Motivering overslaan bezwaarfase
Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel is snel ingrijpen in het digitale domein
vereist om het doel van de verordening te dienen, namelijk de bescherming van consumenten
en eerlijke handelspraktijken van marktdeelnemers. Gelet daarop wordt voorgesteld
bezwaar uit te sluiten, en zo de procedure aanmerkelijk te verkorten.
De Afdeling merkt op dat de hoofdregel in het bestuursrecht is dat tegen een besluit
eerst bezwaar dient te worden gemaakt, voordat beroep bij de rechter kan worden ingesteld.
De bezwaarschriftprocedure is het reguliere voorportaal van de rechtsbescherming bij
de bestuursrechter. Het overslaan van de bezwaarfase beperkt een laagdrempelige bestuurlijke
heroverweging en is een afwijking van het stelsel van rechtsbescherming van de Algemene
wet bestuursrecht. In dat geval dient te worden gemotiveerd dat het snel verkrijgen
van een onherroepelijk rechtelijk oordeel het overslaan van de bezwaarfase aangewezen
is.
De Afdeling merkt op dat de huidige toelichting niet voorziet in een nadere motivering
waaruit blijkt dat de bescherming van de consumenten en eerlijke handelspraktijken
van marktdeelnemers aanleiding is voor het overslaan van de bezwaarfase bij een besluit
tot het opleggen van de voorgestelde zelfstandige last.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichting aan te vullen met een
nadere motivering van het overslaan van de bezwaarfase en het voorstel zo nodig aan
te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het
voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede
Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
De bedenkingen van de Afdeling hebben aanleiding gegeven om de bezwaarprocedure bij
een besluit tot het opleggen van de voorgestelde zelfstandige last te handhaven. Artikel
III van het ontwerp-wetsvoorstel is geschrapt en de memorie van toelichting is hier
in paragraaf 3.2.2 op aangepast.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma