Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36897 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36897 nr. 2 |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Mijnbouwwet, de Energiewet, de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, de Wet op de economische delicten en de Algemene wet bestuursrecht te wijzigen in verband met de implementatie van verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De Mijnbouwwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1, onderdeel ar, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942.
B
Na artikel 44d worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
1. De artikelen 44, tweede tot en met vijfde lid, en 44a tot en met 44c zijn niet van toepassing op inactieve putten en tijdelijk gedichte putten als bedoeld in artikel 2, onder 38 en 39, van de methaanverordening.
2. Een exploitant van een inactieve put of tijdelijk gedichte put als bedoeld in artikel 2, onder 38 en 39, van de methaanverordening, dient een beperkingsplan als bedoeld in artikel 18, negende lid, van de methaanverordening in bij Onze Minister.
3. Indien een opsporingsvergunning of winningsvergunning voor koolwaterstoffen haar geldigheid heeft verloren, rusten de verplichtingen van het tweede lid op de laatste houder van die vergunning. Indien een vergunning werd gehouden door meer dan één natuurlijke persoon of rechtspersoon, rusten de verplichtingen van het tweede lid op de laatstelijk op grond van artikel 22 aangewezen persoon.
C
Artikel 127 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt onder vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel a, subonderdeel 2°, door een puntkomma en onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel a, subonderdeel 3°, door «, en», een subonderdeel toegevoegd, luidende:
4°. het toezicht op de naleving van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel k, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. Onze Minister tijdig te voorzien van informatie over het soort en de hoogte van de sancties die zijn opgelegd wegens overtreding van de methaanverordening, de overtredingen waarvoor deze zijn opgelegd en aan wie deze zijn opgelegd.
3. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De inspecteur-generaal der mijnen is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4 van de methaanverordening voor de bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens die verordening.
D
In artikel 129, eerste lid, wordt na «met uitzondering van het bij of krachtens artikel 52 bepaalde,» ingevoegd «en bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening».
E
In paragraaf 8.3 worden na artikel 132 vier artikelen toegevoegd, luidende:
De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening.
1. De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete op te leggen in geval van overtreding van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening.
2. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse inkomsten in het voorafgaande kalenderjaar.
3. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste het bedrag voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse omzet in het voorafgaande boekjaar.
1. De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd de sanctie op te leggen, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b, van de methaanverordening in geval van overtreding van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening.
2. De artikelen 5:8, 5:9 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op deze sanctie.
3. De artikelen 5:10a, 5:41, 5:43, 5:44, 5:45, tweede en derde lid, en 5:47 tot en met 5:52 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd een maatregel te nemen als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van de methaanverordening in geval van overtreding van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens de methaanverordening.
2. De inspecteur-generaal der mijnen maakt het besluit om hiertoe over te gaan bekend aan de belanghebbende onder vermelding van de wijze en het tijdstip van mededeling ervan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Als voorafgaande aan het tijdstip van die mededeling wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de mededeling opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
F
Aan artikel 133, eerste lid, onderdeel b, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van subonderdeel 2° door een puntkomma, een subonderdeel toegevoegd, luidende:
3°. het toezicht op de naleving van de op grond van artikel 127, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° aangewezen voorschriften.
De Energiewet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942;
B
Aan artikel 5.18, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, gesteld bij of krachtens verordening 2024/1787, voor zover deze handelen over een systeem voor gas, niet zijnde een gasopslag- of LNG-systeem.
C
Artikel 5.21 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel g, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften, van de voorschriften bedoeld in artikel 5.18, eerste lid, onderdeel d.
2. Na het vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:
5. De op grond van het eerste lid, onderdeel h, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse inkomsten in het voorafgaande kalenderjaar.
6. De op grond van het eerste lid, onderdeel h, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste het bedrag voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse omzet in het voorafgaande boekjaar.
D
In paragraaf 5.4 worden na artikel 5.21 twee artikelen ingevoegd, luidende:
1. Onze Minister kan de sanctie opleggen, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b, van verordening 2024/1787 in geval van overtreding van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens die verordening.
2. De artikelen 5:8, 5:9 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op deze sanctie.
3. De artikelen 5:10a, 5:41, 5:43, 5:44, 5:45, tweede en derde lid, en 5:47 tot en met 5:52 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister kan een maatregel nemen als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van verordening 2024/1787 in geval van overtreding van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens die verordening.
2. Onze Minister maakt het besluit om hiertoe over te gaan bekend aan de belanghebbende onder vermelding van de wijze en het tijdstip van mededeling ervan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Als voorafgaande aan het tijdstip van die mededeling wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de mededeling opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
De Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 18.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Het bevoegd gezag kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder b, gestelde regels ter uitvoering van de methaanverordening.
2. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse inkomsten in het voorafgaande kalenderjaar.
3. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste het bedrag voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse omzet in het voorafgaande boekjaar.
B
Na artikel 18.16b. wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
1. In geval van overtreding van de op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder b, gestelde regels ter uitvoering van de methaanverordening kan het bevoegd gezag de sanctie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onder b, van de methaanverordening opleggen.
2. De artikelen 5:8, 5:9 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op deze sanctie.
3. De artikelen 5:10a, 5:41, 5:43, 5:44, 5:45, tweede en derde lid, en 5:47 tot en met 5:52 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1. In geval van overtreding van de op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder b, gestelde regels ter uitvoering van de methaanverordening kan het bevoegd gezag een maatregel nemen als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onder c, van de methaanverordening.
2. Het bevoegd gezag maakt het besluit om hiertoe over te gaan bekend aan de belanghebbende onder vermelding van de wijze en het tijdstip van mededeling ervan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Als voorafgaande aan het tijdstip van die mededeling wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de mededeling opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
C
In onderdeel B van de bijlage bij artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:
Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942;
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942;
B
In artikel 2.2, eerste lid, tweede volzin, wordt na «van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens» ingevoegd «, alsmede de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4 van de Verordening vermindering methaanemissies voor de in de hoofdstukken 2, 5 en 6 van die verordening opgedragen taken voor zover deze zien op emissies van methaan van ruwe olie, aardgas en kolen die in de Europese Unie in de handel worden gebracht».
C
Na hoofdstuk 16c wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
Een importeur als bedoeld in artikel 2, onderdeel 59, of een producent als bedoeld in artikel 2, onderdeel 58, van de Verordening vermindering methaanemissies, voldoet tijdig en volledig aan de bij ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften gesteld bij of krachtens die verordening.
D
In artikel 18.2f, eerste lid, wordt «en 16c.2» vervangen door «, 16c.2, en 16d».
E
In artikel 18.4, eerste lid, wordt «en 16c.2» vervangen door «, 16c.2, en 16d».
F
Na artikel 18.6d wordt een artikel ingevoegd, luidende:
G
Na artikel 18.16c worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16d.1 en 16d.2 kan het bestuur van de emissieautoriteit een bestuurlijke boete opleggen.
2. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een natuurlijke persoon is, ten hoogste het bedrag voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse inkomsten in het voorafgaande kalenderjaar.
3. De bestuurlijke boete bedraagt, in het geval de overtreder een rechtspersoon is, ten hoogste het bedrag voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 20% van de jaarlijkse omzet in het voorafgaande boekjaar.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16d.1 kan het bestuur van de emissieautoriteit de sanctie opleggen, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening vermindering methaanemissies.
2. De artikelen 5:8, 5:9 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op deze sanctie.
3. De artikelen 5:10a, 5:41, 5:43, 5:44, 5:45, tweede en derde lid, en 5:47 tot en met 5:52 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16d.1 kan het bestuur van de emissieautoriteit een maatregel nemen als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening vermindering methaanemissies.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt het besluit hiertoe over te gaan bekend aan de belanghebbende onder vermelding van de wijze en het tijdstip van mededeling ervan op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Als voorafgaande aan het tijdstip van die mededeling wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de mededeling opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
H
In artikel 18.16l wordt «en 18.16c, eerste lid» vervangen door «, 18.16c, eerste lid, en 18.16ca».
In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:
de verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942, artikel 33, vijfde lid, onderdeel p, en voor zover de inspecteur-generaal der mijnen op grond van het bepaalde krachtens artikel 127, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4°, van de Mijnbouwwet toezicht houdt op de onderdelen d voor zover het gaat om het nalaten lekdetectie en -reparatie uit te voeren overeenkomstig artikel 14, tweede, vijfde en zesde lid, e voor zover het gaat om het nalaten componenten te repareren of te vervangen overeenkomstig artikel 14, achtste tot en met dertiende lid, g en l.
In artikel 6 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt «en 18.16s, eerste lid» vervangen door «, 18.16s, eerste lid, 18.16ca en 18.16cb».
Indien het bij koninklijke boodschap van 9 oktober 2025 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (Kamerstukken 36 836) tot wet is of wordt verheven en
1. artikel II, onderdeel A, van die wet
a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel A, van deze wet wordt in artikel I, onderdeel A, van deze wet «onderdeel ar» vervangen door «onderdeel as» en wordt het voorgestelde onderdeel as verletterd tot onderdeel at;
b. later in werking treedt dan artikel I, onderdeel A, van deze wet, wordt in artikel II, onderdeel A, van die wet «onderdeel ar» vervangen door «onderdeel as» en wordt het voorgestelde onderdeel as verletterd tot onderdeel at.
2. artikel II, onderdeel F, van die wet
a. eerder in werking is getreden of treedt dan artikel I, onderdelen C, onder 3, en E, van deze wet, wordt in artikel I, onderdelen C, onder 3, en E «De inspecteur-generaal der mijnen» vervangen door «Het bestuur»;
b. later in werking treedt dan artikel I, onderdeel E, van deze wet, wordt in artikel II, onder F, van die wet «en 132» vervangen door «132 en 132a tot en met 132d».
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet methaanverordening
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36897-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.