Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk d.d. 2 april 2025 en het nader rapport d.d. 16 april 2025, aangeboden
aan de Koning door de Minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 20 maart 2025, no. 2025000596,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake de bovenvermelde overeenkomst rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 2 april 2025, nr. W02.25.00062/II/K, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 20 maart 2025, no.2025000596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Asiel en Migratie,
bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging
aanhangig gemaakt de overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België,
het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en Suriname betreffende
de terug- en overname van onregelmatig verblijvende personen (met Uitvoeringsprotocol
met Bijlagen); Brussel, 14 februari 2025 (
Trb. 2025, 16
), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen
over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten
van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten over te leggen.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,
Th.C. de Graaf
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, mij te machtigen gevolg
te geven aan mijn voornemen de overeenkomst vergezeld van de toelichtende nota ter
stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao
en de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel