36 890 Digitaal pakket van de Europese Commissie COM(2025)835, COM(2025)836, COM(2025)837, COM(2025)838

V BRIEF VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Aan de voorzitters van de vaste commissies voor Digitalisering en voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei

Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Brussel, 2 juni 2026

De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar advies over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689 en (EU) 2018/1139 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels inzake artificiële intelligentie (digitale omnibus inzake AI) (COM(2025) 836 final), het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2018/1724, (EU) 2018/1725 en (EU) 2023/2854 en de Richtlijnen 2002/58/EG, (EU) 2022/2555 en (EU) 2022/2557 wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2018/1807, (EU) 2019/1150 en (EU) 2022/868 en Richtlijn (EU) 2019/1024 (digitale omnibus) (COM(2025) 837 final), en de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad – Strategie voor de data-unie: openstelling van data voor AI (COM(2025) 835 final).

De Commissie zet zich ten volle in voor de agenda voor vereenvoudiging van de regelgeving en voor een doeltreffende handhaving van de Europese regels. Die agenda is opgesteld naar aanleiding van de doelstellingen op het gebied van concurrentievermogen van het Draghi-verslag van 2024, die recentelijk herhaald zijn in de conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026. De agenda wordt op geen enkele wijze door externe actoren beïnvloed.

De twee omnibusvoorstellen bevatten een reeks technische wijzigingen van een groot corpus van digitale wetgeving om de toepassing ervan te vereenvoudigen. De maatregelen vormen een evenwichtig pakket en zijn bedoeld om bedrijven onmiddellijk verlichting te bieden, een hoog niveau van bescherming van de grondrechten te handhaven en de handhaving van de regels van de Unie te verbeteren. De Europese bedrijven – in het bijzonder die van het type midden- en kleinbedrijf – zijn uitvoerig geraadpleegd, en de Commissie heeft er vertrouwen in dat de maatregelen een reëel effect voor hen zullen hebben en de digitale soevereiniteit van Europa zullen vergroten. Op basis van haar analyse raamt de Commissie dat uiterlijk in 2029 minstens 5 miljard EUR aan kostenbesparingen voor bedrijven kan worden gerealiseerd, en ze rekent erop dat de medewetgevers ondersteunende analyses delen als ze aanvullende wijzigingen voorstellen die van invloed kunnen zijn op deze eerste beoordeling.

De strategie voor de data-unie, die op dezelfde dag is gepubliceerd, bevat ambitieuze maatregelen om de toegang tot hoogwaardige data voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie (AI) in de hele EU open te stellen en een open maar assertieve aanpak van internationale datastromen in gang te zetten.

De Commissie neemt nota van de verschillende punten die in het advies aan de orde worden gesteld. Een algemeen punt van zorg betreft het ontbreken van een effectbeoordeling voor de verschillende voorstellen. Er is geen volledige effectbeoordeling uitgevoerd aangezien de voorgestelde wijzigingen technisch of gericht van aard zijn, waarvoor volgens de werkmethoden van de Commissie in zeer uitzonderlijke en gerechtvaardigde gevallen een afwijking kan worden toegestaan. De diensten van de Commissie hebben een erg uitgebreid werkdocument opgesteld en bij het voorstel gevoegd. Het omvat uitgebreide kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingen van de maatregelen op basis van uitgebreid overleg, vooral met Europese bedrijven. Dat materiaal biedt de medewetgevers bewijsmateriaal en informatie om het belang van de verschillende wijzigingen te wegen en te beoordelen.

De Commissie wil ook graag ingaan op de vragen over de algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Ze benadrukt dat de wijzigingen van de digitale omnibus dienen om een toekomstgerichter en geharmoniseerder kader voor gegevensbescherming in de hele eengemaakte markt tot stand te brengen, waarbij doeltreffende bescherming wordt gewaarborgd met meer rechtszekerheid. De wijzigingen weerspiegelen hoe de technologie zich heeft ontwikkeld en houden verband met recente gerechtelijke uitspraken. Belangrijk is dat de voorgestelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de risicogebaseerde aanpak van de AVG. Als zodanig zouden ze met name ten goede komen aan kleine marktdeelnemers, die doorgaans verwerkingsactiviteiten met een laag risico uitvoeren.

Wat in het bijzonder de aan de orde gestelde punten over de definitie van persoonsgegevens betreft, benadrukt de Commissie dat met het voorstel verschillende verduidelijkingen met betrekking tot dat begrip in de AVG verankerd worden. Die vloeien voort uit meerdere arresten van het Europees Hof van Justitie (met name de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad/Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming) en veranderen volgens de Commissie het begrip op zich niet. De Commissie is van plan een geharmoniseerde interpretatie van het gebruik van gepseudonimiseerde gegevens in de hele eengemaakte markt te formuleren. Met betrekking tot de daarmee samenhangende kwestie van de voorgestelde bevoegdheid van de Commissie om uitvoeringshandelingen voor pseudonimiseringstechnieken vast te stellen, is de Commissie van plan technische richtsnoeren te verstrekken om ondernemingen te ondersteunen met doeltreffende pseudonimisering. Dat zou de naleving vergemakkelijken voor kleinere marktdeelnemers in de hele eengemaakte markt.

Ten aanzien van de voorgestelde wijzigingen van geautomatiseerde individuele besluitvorming (artikel 22 van de AVG) herinnert de Commissie de Eerste Kamer eraan dat het doel is de administratieve lasten te verlichten en juridische duidelijkheid te verschaffen voor verwerkingen. Dit doet geen afbreuk aan het niveau van gegevensbescherming, en de Commissie merkt op dat het Europees Comité voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming de doelstellingen van deze wijziging in hun gezamenlijk advies 2/2026 hebben verwelkomd.

Wat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de ontwikkeling en exploitatie van AI betreft, wordt in de voorgestelde wijzigingen rekening gehouden met de kenmerken van AI met het oog op de ondersteuning van het concurrentievermogen van de EU, zonder daarbij het niveau van bescherming van persoonsgegevens te verminderen. De wijzigingen introduceren een beperkte afwijking voor de incidentele verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens, waarbij verwerkingsverantwoordelijken verplicht worden dergelijke gegevens waar mogelijk te vermijden en te verwijderen of gelijkwaardige waarborgen toe te passen als verwijdering onevenredig zou zijn. De wijzigingen zouden ook verduidelijken dat de verwerking van persoonsgegevens voor AI kan berusten op het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke, mits er voldaan wordt aan alle voorwaarden voor de toepassing van die rechtsgrondslag uit hoofde van de AVG, aan de eisen voor meer transparantie en aan het onvoorwaardelijke recht van de betrokkene om bezwaar te maken tegen een dergelijke verwerking.

De Commissie neemt verder ook nota van de bezorgdheid over de gevolgen van gecentraliseerde consentinstellingen voor het medialandschap en is ingenomen met het feit dat de commissies van de Eerste Kamer het belang van de uitzondering voor de media in het voorstel erkennen. Ze benadrukt dat de waarborging van de onafhankelijkheid en pluriformiteit van de media in ons medialandschap een belangrijke prioriteit blijft. De voorwaarde van één klik is een belangrijke maatregel om moeheid bij het toestaan van cookies aan te pakken: gebruikers kunnen met één klik weigeren cookies toe te staan, zodat een dergelijke optie niet achter meerdere lagen verborgen zit. De Commissie benadrukt dat deze regel geen invloed heeft op de inkomstenmodellen die aanbieders van mediadiensten kiezen als ze mediadiensten aanbieden.

De Commissie erkent de bezorgdheid van de Eerste Kamer over het overstappen van de ene naar de andere clouddienst. De gerichte wijzigingen in het voorstel voor een digitale omnibus hebben een beperkt toepassingsgebied en doen geen afbreuk aan de doelstelling van de dataverordening om een open en concurrerende cloudmarkt te bevorderen. Bovendien valt de bepaling tot de volledige afschaffing van de overstapkosten buiten het toepassingsgebied van die wijzigingen en blijft ze van toepassing op alle aanbieders.

Wat betreft de vragen over de oprichting van een centraal meldpunt voor cyberincidenten op Europees niveau, wil de Commissie benadrukken dat het principe «eenmalig melden, veelvoudig delen» breed wordt gesteund door belanghebbenden omdat dit de lasten beduidend vermindert. Een centraal meldpunt voor incidenten is niet alleen bedoeld als instrument om de lasten voor bedrijven te verminderen, maar ook als een dwingende stimulans om ontoereikende rapportage van cyberincidenten aan te pakken en om de autoriteiten te helpen op tijd uitgebreide informatie over incidenten te ontvangen. Er wordt technisch werk verricht voor een veilige oplossing, waarbij de lidstaten nauw worden betrokken.

Voorts neemt de Commissie nota van de bezorgdheid van de Eerste Kamer over de voorgestelde intrekking van de platform-to-businessverordening (P2B-verordening). De Commissie herinnert eraan dat het regelgevingskader voor platforms sinds 2019 is verbeterd, met name dankzij de digitalediensten- en de digitalemarktenverordening. De intrekking van de P2B-verordening heeft als doel een laag regelgeving te schrappen, zodat de naleving gemakkelijker en de regelgeving en de kosten voor zowel onlineplatforms als zakelijke gebruikers eenvoudiger wordt.

De leden van de Eerste Kamer brengen ook verschillende punten in verband met de AI-omnibus ter sprake. De Commissie herinnert eraan dat de AI-omnibus is ontworpen als een gerichte vereenvoudiging en niet om de kerndoelstellingen van de AI-verordening terug te draaien. Het voorstel biedt een antwoord op praktische uitdagingen bij de uitvoering, waaronder vertragingen bij normen en bij de opstelling van de toezichtcapaciteit.

Die punten worden met de voorgestelde wijzigingen aangepakt. De voorgestelde aanpassingen, die over de hele AI-omnibus gespreid zijn, zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat verplichtingen praktisch afdwingbaar zijn in plaats van dat ze het algemene niveau van bescherming verlagen. De voorgestelde wijzigingen over AI-geletterdheid zouden de lidstaten en de Commissie bijvoorbeeld een algemene verplichting opleggen om de AI-geletterdheid te bevorderen, terwijl voor exploitanten specifieke eisen zouden blijven gelden voor de opleiding van personeel en de beschikbaarheid van competenties voor bepaalde verplichtingen. Voor andere vereenvoudigingsvoorstellen blijven alle desbetreffende verantwoordingsmechanismen bestaan. Zo worden bij de schrapping van een van de registratieverplichtingen niettemin de relevante documentatie-eisen voor de betrokken exploitanten behouden, zodat de traceerbaarheid en de mogelijkheid voor de autoriteiten om de beoordeling van de exploitant te verifiëren, gewaarborgd blijven. Dankzij die wijzigingen wordt de uitvoering werkbaarder en evenrediger en blijft er een hoog niveau van bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de grondrechten behouden. De Commissie staat steeds open voor een constructief gesprek over de beste manier om de resterende punten van zorg tijdens het wetgevingsproces aan te pakken.

Wat ten slotte de strategie voor de data-unie betreft, benadrukt de Commissie dat dataruimten een belangrijke beleidsprioriteit zijn. Binnenkort zullen nieuwe initiatieven gelanceerd worden op gebieden die cruciaal zijn voor de soevereiniteit en strategische autonomie van Europa, waaronder de defensiesector. De Commissie benadrukt ook dat de in de strategie geschetste maatregelen ter ondersteuning van het delen van data er niet toe leiden dat de Europese burgers minder beschermd worden, maar veeleer het algemene data- en privacykader verbeteren. Tot slot merkt de Commissie op dat de samenwerking op het gebied van data veilig en betrouwbaar en in overeenstemming met de waarden en belangen van de EU moet zijn, onder meer door middel van waarborgen tegen datalekken en maatregelen ter bescherming van gevoelige data. Het begrip «gelijkgestemde partners», zoals opgemerkt door de Eerste Kamer, wordt zodoende begrepen op een contextuele en beleidsspecifieke manier, waarbij wordt verwezen naar partners waarmee samenwerking kan worden nagestreefd op basis van deze gedeelde principes en doelstellingen.

De Commissie is verheugd over het politieke akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad over de AI-omnibus van 7 mei 2026, dat moet leiden tot eenvoudigere regels en meer veiligheid voor zowel burgers als bedrijven. De Commissie is vastbesloten de medewetgevers verder te helpen bij de vaststelling van een evenwichtige en ambitieuze reeks vereenvoudigingsmaatregelen voor de digitale omnibus. Ze werkt ook aan de uitvoering van de eerste acties die in de strategie voor de data-unie zijn aangekondigd, waaronder de lancering van de eerste datalabs en de vaststelling van nieuwe steunmaatregelen om bedrijven te helpen de dataverordening na te leven. Tot slot zullen in het kader van de komende digitale geschiktheidscontrole en de wetgeving inzake digitale rechtvaardigheid van de Commissie de bredere inspanningen worden voortgezet om de Europese digitale wetgeving op alle regelgevingsgebieden te moderniseren.

De Europese Commissie hoopt dat zij met dit antwoord voldoende is ingegaan op de door de Eerste Kamer aan de orde gestelde punten en kijkt uit naar de verdere voortzetting van de politieke dialoog.

Uitvoerend vicevoorzitter, H. Virkkunen

Lid van de Commissie, M. Šefčovič

Naar boven