36 890 Digitaal pakket van de Europese Commissie COM(2025)835, COM(2025)836, COM(2025)837, COM(2025)838

R VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 12 mei 2026

De vaste commissies voor Digitalisering1 en Economische Zaken & Klimaat en Groene Groei2 hebben schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het voorstel voor een Verordening tot instelling van Europese portemonnees voor ondernemingen. Bijgaand brengen de commissies hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 4 maart 2026.

  • De antwoordbrief van 24 april 2026.

De griffier voor dit verslag, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR DIGITALISERING EN ECONOMISCHE ZAKEN & KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit

Den Haag, 4 maart 2026

De vaste commissies voor Digitalisering en Economische Zaken & Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening tot instelling van Europese portemonnees voor ondernemingen (hierna: EBW-verordening).3 Naar aanleiding van dit voorstel en het hierbij horende BNC-fiche wensen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB, D66 (mede namens de leden van de fractie van de PvdD), PVV en SP, enkele vragen te stellen aan u.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA

Allereerst vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA of het klopt dat er bij de ontwikkeling van Europese Business Wallets wordt gekozen voor marktwerking. Indien dat het geval is, rijst bij deze leden de vraag of de Europese Business Wallets niet veeleer als overheidsdienst zouden moeten worden ingericht, vergelijkbaar met DigiD, maar dan voor zakelijke gebruikers. Kunt u daarop reflecteren? Op welke wijze bent u voornemens hieraan praktische invulling te geven binnen Nederland?

Deze leden vragen voorts hoe het eigendom van data van bedrijven gewaarborgd wordt onder de EBW-verordening. En welke wijze vindt controle plaats op de waarborgen dat bedrijfsdata veilig, afgeschermd en in eigendom van bedrijven binnen de EU vallen?

Daarnaast vragen de aan het woord zijnde leden hoe wordt voorkomen dat data en voor het bedrijfsleven essentiële diensten kwetsbaar worden voor geopolitieke bedreigingen. Zij wijzen erop dat het denkbaar is dat zeggenschap over in de EU gevestigde bedrijven die deze diensten (gaan) leveren en data (gaan) verwerken, door overname in handen kan komen van (moeder)bedrijven die onder de werking vallen van wetgeving met extraterritoriale werking, zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse Cloud Act. Dergelijke wisselingen van eigendom in het licht van wisselende geopolitieke verhoudingen voltrekken zich sneller dan de wisseling van leveranciers van dergelijke diensten gerealiseerd kan worden. Erkent het kabinet deze kwetsbaarheid en hoe zal deze kwetsbaarheid gemitigeerd worden?

Voorts hebben de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA diverse vragen over de uitvoerbaarheid van de EBW-verordening.

Allereerst vragen deze leden of bekend is hoe de uitvoerbaarheid van de verordening is beoordeeld door het bedrijfsleven, en dan met name door het MKB. Daarnaast lezen deze leden in het BNC-fiche dat het kabinet zich wil inzetten om ervoor te zorgen dat het al dan niet gebruiken van een Europees Business Wallet niet leidt tot ongelijke toegang of behandeling in interacties met de overheid.4

Deze leden vragen of voorzien is dat ZZP’ers en het (klein-)MKB dat niet over de grens handelt, op termijn ook moet gaan werken met Europese Business Wallets, bijvoorbeeld omdat de overheid, banken en/of verzekeraars deze als standaard zullen gaan gebruiken. Hoe wordt voorkomen dat de Business Wallets als standaard zullen gaan gelden en daarmee het gebruik daarvan wordt afgedwongen bij kleine MKB’ers en ZZP’ers? Deze leden merken op dat dit zou leiden tot grote administratieve lasten. Is de EBW-verordening ook op dergelijk indirect gebruik beoordeelt? Zo ja, wat zijn de lessen die daaruit moeten worden getrokken ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de EBW-verordening?

Deze leden vragen voorts op welke wijze wordt gewaarborgd dat leveranciers van Business Wallets bedrijfsdata, waaronder gegevens over afgehandelde transacties en zakelijke contacten, te allen tijde toegankelijk houden voor het betreffende bedrijf. Dit is met name relevant in situaties waarin geschillen ontstaan over betalingen of geleverde prestaties. Indien dit niet gewaarborgd wordt, hoe wordt dan voorkomen dat een bedrijf in grote problemen komt wanneer er sprake is van een zakelijk conflict met een leverancier van de Business Wallet?

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen in het BNC-fiche dat er geen impact assessment is gedaan, maar dat er slechts een Staff Working Document (SWD) is opgesteld met een analyse van kosten en baten.5 Hieruit zou blijken dat de kosten en baten positief uitpakken, ook bij een lagere ingebruikname dan verwacht. Kunt u uiteenzetten welke risico’s op lock-in en lock-out in de analyse naar voren zijn gekomen?

De aan het woord zijnde leden wijzen erop dat in het verleden burgers in Nederland onterecht op fraudelijsten van de overheid zijn geplaatst. In sommige gevallen is dergelijke informatie bovendien buiten Nederland gedeeld, met als gevolg dat onschuldige burgers tot op heden worden geconfronteerd met nadelige consequenties. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat fouten niet blijvend doorwerken binnen het systeem van de Europese Business Wallets? Hoe kunnen onterechte registraties als fraudeur uit het systeem worden verwijderd indien achteraf blijkt dat de betrokkene ten onrechte als fraudeur is aangemerkt? En op welke wijze wordt gewaarborgd dat data niet wordt aangewend voor koppeling met derden of profilering?

Deze leden vragen voorts hoe wordt voorkomen dat binnen het systeem van de Europese Business Wallets risicogestuurde fraudedetectie plaatsvindt. Het risico bestaat immers dat bepaalde bevolkingsgroepen daarbij disproportioneel aan het toezicht worden onderworpen, bijvoorbeeld op basis van etniciteit, waardoor zij vaker met negatieve consequenties worden geconfronteerd dan andere groepen burgers.

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen wie de civielrechtelijke en/of bestuursrechtelijke aansprakelijkheid draagt als de data of diensten van Business Wallets op onrechtmatige wijze worden gebruikt. Hoe verhoudt het uitgangspunt dat handelingen via de Business Wallets dezelfde rechtsgevolgen zullen hebben als papieren processen zich tot het Nederlandse procesrecht, en in het bijzonder het bewijsrecht? Tot slot vragen deze leden wat de governance mechanismen zijn bij dit voorstel.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De leden van de fractie van de BBB hebben enkele vragen naar aanleiding van het BNC-fiche over de EBW-verordening. De vragen van deze leden richten zich vooral op de uitvoerbaarheid en de digitale veiligheid van de voorgestelde maatregelen.

Allereerst lezen deze leden in het BNC-fiche dat de implementatietermijn van 24 maanden voor overheidsinstanties volgens het kabinet te kort is.6 Bovendien meent het kabinet dat de geschatte opstartkosten van € 76.500 in het eerste jaar te laag door de Europese Commissie worden ingeschat en voor publieke instanties hoger zullen uitvallen.7 Wat gaat u hieraan doen?

De leden van de BBB-fractie merken op dat het voorstel aanstuurt op «digital by default». Deze leden zijn van mening dat er altijd sprake moet zijn van een menselijke maat. Kunt u garanderen dat ondernemers die voorkeur geven aan persoonlijk contact of papieren communicatie niet worden uitgesloten van overheidsdienstverlening, zoals het kabinet in het BNC-fiche zelf als zorgpunt benoemd?8

De aan het woord zijnde leden lezen dat de Business Wallets in beginsel door de markt worden ontwikkeld en aangeboden. Waarom moeten ondernemers investeren in een systeem dat de overheid eigenlijk als basisvoorziening zou moeten faciliteren? En leidt dit niet tot afhankelijkheid van grote (voornamelijk Amerikaanse) techbedrijven?

Deze leden vragen voorts of de privacy en veiligheid van onze bedrijfsgegevens wel voldoende is gewaarborgd als alle gegevens in één enorme digitale kluis worden gestopt. Zij ontvangen graag een toelichting.

Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat ook niet-EU bedrijven gebruik kunnen maken van Europese Business Wallets.9 Waarom ervoor wordt gekozen om onze digitale soevereiniteit te delen met partijen buiten de EU? Zij ontvangen graag een toelichting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66, mede namens de PvdD

De leden van de fractie van D66 hebben met belangstelling kennisgenomen van het Digitaal Pakket van de Europese Commissie. Deze leden merken op dat het zeer brede en ingrijpende voorstellen zijn. Tegen deze achtergrond wensen deze leden, mede namens de leden van de fractie van de PvdD, nog een aantal vragen te stellen over de Europese Business Wallets.

Allereerst lezen de leden van de D66-fractie in het BNC-fiche dat het kabinet verwacht dat de kosten die de EBW-verordening met zich meebrengt voor publieke instanties hoger zullen uitvallen dan door de Europese Commissie wordt ingeschat.10 Deze leden vragen waarop het kabinet deze verwachting baseert.

Voorts lezen deze leden in het BNC-fiche dat de EBW-verordening de mogelijkheid openlaat voor het gebruik van Europese Business Wallets door entiteiten uit derde landen. Het kabinet geeft aan dat het gebruik van Europese Business Wallets in derde landen de economische voordelen kan versterken.11 Tegelijkertijd plaatst het kabinet de kanttekening dat het accepteren van vergelijkbare oplossingen uit derde landen te verenigen moet zijn met onder meer het voorkomen van afhankelijkheden en het garanderen van veiligheid en betrouwbaarheid van gegevens. Deze leden vragen of u ermee eens bent dat deze overwegingen als (harde) voorwaarden moeten worden gezien en niet opgenomen moeten worden in een breder afwegingskader waarin bijvoorbeeld ook economische belangen een rol spelen.

Tot slot vragen de leden van de D66-fractie hoe het voorstel zich verhoudt tot de uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zit de EBW-verordening de uitvoering van de NDS in de weg of is het juist een mooie aanvulling? Deze leden zien namelijk overeenkomsten met prioriteiten uit de NDS, zoals het opzetten van een federatief datastelsel in Nederland.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de fractie van de PVV hebben met interesse kennisgenomen van de EBW-verordening als onderdeel van het Digitaal Pakket van de Europese Commissie. Dit voorstel beoogt een geharmoniseerd, grensoverschrijdend digitaal stelsel te creëren waarmee organisaties, bedrijven en overheden elkaar kunnen identificeren, authentiseren en onderling veilig gegevens en documenten kunnen uitwisselen. Naar aanleiding hiervan hebben deze leden nog enkele vragen.

De leden van de PVV-fractie lezen dat het gebruik van Europese Business Wallets vrijwillig is. In artikel 21 van de EBW-verordening wordt echter bepaald dat de Europese Commissie de toepassing van deze verordening evalueert en daarover verslag uitbrengt bij het Europees Parlement en de Raad waarin onder andere wordt beoordeelt «of het nodig is het toepassingsgebied van deze verordening of haar specifieke bepalingen te wijzigen, teneinde een verplichting tot het gebruik van de Europese portemonnees voor ondernemingen vast te stellen om het risico van juridische versnippering tegen te gaan». Hoe beoordeelt u de voorgestelde «verplichting tot het gebruik van de Europese portemonnees voor ondernemingen»? Acht u een dergelijke verplichting onwenselijk, en deelt u de opvatting dat vrijwilligheid het uitgangspunt dient te blijven?

De leden van de PVV-fractie vragen voorts of u kunt uitsluiten dat de Europese Business Wallets in de toekomst door de fiscus als controle-instrument zullen worden aangewend.

Daarnaast lezen de leden van de PVV-fractie in het BNC-fiche dat het voorstel bijdraagt aan een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG.12 Welke uitzonderingsposities die de AVG biedt, zijn van toepassing op de EBW-verordening? En zijn deze verankerd in de Uitvoeringswet AVG?

Tot slot merken de leden van de PVV-fractie op dat België, als voortrekker in de EU, een nieuw digitaal instrument heeft ingevoerd: het verplichte e-facturatieplatform Peppol. De massale toepassing zou de digitale volwassenheid van de Belgische ondernemingen en hun bereidheid om efficiëntiewinst te realiseren bevestigen, aldus de Belgische ondernemersorganisatie VBO.13 Sindsdien worden kleine ondernemers echter vooral geconfronteerd met hogere kosten en meer administratieve rompslomp. Veel ondernemers geven aan tijdsverlies te ervaren door implementatie en ICT-problemen. Ook is voor kleine ondernemers het digitaliseren van de facturatie onnodig ingewikkeld. Heeft u kennisgenomen van de ervaringen met Peppol in België? Op welke wijze denkt u vergelijkbare problemen bij de EBW-verordening te voorkomen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de fractie van de SP hebben kennisgenomen van de EBW-verordening en hebben hier nog een aantal vragen over.

De leden van de SP-fractie merken op dat Nederland al een soortgelijk digitaal platform voor ondernemers kent, namelijk eHerkenning. In hoeverre wijkt dit Europese voorstel af van de functionaliteiten van eHerkenning? Hoe verhouden de Europese Business Wallets zich tot eHerkenning? Is het de bedoeling dat eHerkenning wordt vervangen door Europese Business Wallets? En was u ten tijde van de ontwikkeling van eHerkenning op de hoogte van dit Europese voorstel?

Deze leden vragen voorts hoe de beveiliging van gevoelige informatie wordt gewaarborgd in de EBW-verordening. Is er al duidelijkheid over welke partij(en) deze software moeten ontwikkelen? Hoe worden situaties zoals die rondom DigiD voorkomen, waarbij landen buiten de EU mogelijk gevoelige informatie van ondernemers en overheidsinstanties komen te bezitten?

De leden van de SP-fractie merken tot slot op dat er bij verschillende overheidsinstanties problemen zijn met de ICT-faciliteiten, bijvoorbeeld bij de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie. Gelet op het feit dat Nederland al een zeer vergelijkbaar systeem heeft, namelijk eHerkenning, menen deze leden dat de middelen voor de Europese Business Wallets beter kunnen worden ingezet voor het oplossen van ICT-problemen bij overheidsinstanties. Deelt u deze mening? Zo nee, waarom niet?

De commissies Digitalisering en Economische Zaken Klimaat en Groene Groei zien met belangstelling uit naar uw antwoorden en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de commissie Digitalisering, G. Veldhoen

De voorzitter van de commissie Economische Zaken & Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB, D66, mede namens de leden van de fractie van de PvdD, PVV en SP, naar aanleiding van het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening tot instelling van Europese portemonnees voor ondernemingen (COM(2025) 838) (hierna: EBW-verordening), evenals het bijbehorende BNC-fiche (ingezonden 16 januari 2026).

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts

179968

1

Allereerst vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA of het klopt dat er bij de ontwikkeling van Europese Business Wallets wordt gekozen voor marktwerking. Indien dat het geval is, rijst bij deze leden de vraag of de Europese Business Wallets niet veeleer als overheidsdienst zouden moeten worden ingericht, vergelijkbaar met DigiD, maar dan voor zakelijke gebruikers. Kunt u daarop reflecteren? Op welke wijze bent u voornemens hieraan praktische invulling te geven binnen Nederland?

Antwoord

De Commissie kiest expliciet voor een marktgerichte aanpak waarbij EBW’s door marktpartijen worden ontwikkeld en aangeboden. Daarmee kan makkelijker op de uiteenlopende behoefte van bedrijven worden ingespeeld. Het kabinet steunt deze benadering omdat dit innovatie en concurrentie bevordert en aansluit bij het bestaande Europese kader voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten (eIDAS).

2

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen voorts hoe het eigendom van data van bedrijven gewaarborgd wordt onder de EBW-verordening. En welke wijze vindt controle plaats op de waarborgen dat bedrijfsdata veilig, afgeschermd en in eigendom van bedrijven binnen de EU vallen?

Antwoord

EBW-aanbieders moeten voldoen aan de in de voorgestelde verordening gestelde eisen aan vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, interoperabiliteit en beschikbaarheid van EBW's. Aanvullend worden zij in het voorgestelde Cybersecurity Package14 onderworpen aan de strenge cybersecurity vereisten voor essentiële entiteiten.

Voor een uitgebreider antwoord met betrekking tot de vestigingseisen voor EBW-aanbieders, verwijs ik u naar het antwoord op vraag 3.

3

Daarnaast vragen de leden van GroenLinks-PvdA hoe wordt voorkomen dat data en voor het bedrijfsleven essentiële diensten kwetsbaar worden voor geopolitieke bedreigingen. Zij wijzen erop dat het denkbaar is dat zeggenschap over in de EU gevestigde bedrijven die deze diensten (gaan) leveren en data (gaan) verwerken, door overname in handen kan komen van (moeder)bedrijven die onder de werking vallen van wetgeving met extraterritoriale werking, zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse Cloud Act. Dergelijke wisselingen van eigendom in het licht van wisselende geopolitieke verhoudingen voltrekken zich sneller dan de wisseling van leveranciers van dergelijke diensten gerealiseerd kan worden. Erkent het kabinet deze kwetsbaarheid en hoe zal deze kwetsbaarheid gemitigeerd worden?

Antwoord

De voorgestelde verordening voorkomt dat aanbieders van EBW’s onder zeggenschap of controle staan van (entiteiten uit) derde landen; daarmee worden ongewenste afhankelijkheden en extraterritoriale beïnvloeding beperkt en Europese open strategische autonomie versterkt. Wanneer er, bijvoorbeeld door een overname, een verandering van zeggenschap of controle plaatsvindt, voldoet een EBW-aanbieder niet langer aan de vereisten om EBW's aan te bieden aan bedrijven binnen de EU.

4

Is bekend hoe de uitvoerbaarheid van de verordening is beoordeeld door het bedrijfsleven, en dan met name door het MKB?

Antwoord

Belangenvereniging voor het Europese MKB, SMEunited, beschouwt als «belangrijkste voordeel van de Business Wallet dat deze de bestaande papieren procedures kan vervangen en verschillende nationale digitale systemen stroomlijnt en met elkaar verbindt». Volgens deze vereniging heeft de EBW «het potentieel om een nuttig instrument te worden om de administratieve lasten voor het MKB te verminderen». Ook uit gesprekken met vertegenwoordigers van VNO-NCW is gebleken dat zij positief tegenover de European Business Wallet staan.

5

Is voorzien dat ZZP’ers en het (klein-)MKB dat niet over de grens handelt, op termijn ook moet gaan werken met Europese Business Wallets, bijvoorbeeld omdat de overheid, banken en/of verzekeraars deze als standaard zullen gaan gebruiken. Hoe wordt voorkomen dat de Business Wallets als standaard zullen gaan gelden en daarmee het gebruik daarvan wordt afgedwongen bij kleine MKB’ers en ZZP’ers? Deze leden merken op dat dit zou leiden tot grote administratieve lasten. Is de EBW-verordening ook op dergelijk indirect gebruik beoordeelt? Zo ja, wat zijn de lessen die daaruit moeten worden getrokken ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de EBW-verordening?

Antwoord

Uitgangspunt van de voorgestelde verordening is vrijwillige ingebruikname van EBW’s voor het bedrijfsleven. Enkel publieke instanties worden verplicht om EBW’s te accepteren. Aan private organisaties, waaronder banken en verzekeraars, worden geen verplichtingen opgelegd rondom het gebruik van EBW’s. Deze organisaties behouden daarmee de ruimte om eigen keuzes te maken in zowel de acceptatie van EBW’s als het blijven aanbieden van alternatieve voorzieningen.

Het kabinet acht het van belang dat deze keuzevrijheid in de praktijk behouden blijft, juist om te voorkomen dat het gebruik van EBW’s feitelijk indirect wordt afgedwongen voor ZZP’ers en (klein-)MKB. De mogelijkheid om eHerkenning en huidige vormen van diensterlening te gebruiken blijven bestaan.

Tegelijkertijd geldt dat eventuele ingebruikname door private partijen naar verwachting primair zal worden gedreven door efficiencyvoordelen. EBW’s zijn erop gericht administratieve lasten te verlagen, onder meer door het vereenvoudigen van gegevensuitwisseling en rapportageprocessen. Dit kan juist ook voor kleinere ondernemingen voordelen opleveren.

Voor eenmanszaken en zelfstandigen geldt dat zij, om administratieve lasten te beperken, gebruik kunnen maken van de European Digital Identity (EUDI) Wallets voor toegang tot de vertrouwensdiensten die worden aangeboden voor EBW's. Indien zij hun persoonlijke EUDI Wallet niet voor zakelijke doeleinden willen gebruiken, blijft het mogelijk om te kiezen voor een EBW.

6

Op welke wijze wordt gewaarborgd dat leveranciers van Business Wallets bedrijfsdata, waaronder gegevens over afgehandelde transacties en zakelijke contacten, te allen tijde toegankelijk houden voor het betreffende bedrijf. Dit is met name relevant in situaties waarin geschillen ontstaan over betalingen of geleverde prestaties. Indien dit niet gewaarborgd wordt, hoe wordt dan voorkomen dat een bedrijf in grote problemen komt wanneer er sprake is van een zakelijk conflict met een leverancier van de Business Wallet?

Antwoord

Op grond van de voorgestelde verordening zijn EBW-aanbieders verplicht om EBW-houders in kennis te stellen in geval van opschorting, intrekking of beëindiging van de dienstverlening. In dat geval zijn zij verplicht zorg te dragen voor de overdracht of verwijdering van de gegevens van de EBW-houder in overeenstemming met de instructies van die houder.

7

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen in het BNC-fiche dat er geen impact assessment is gedaan, maar dat er slechts een Staff Working Document (SWD) is opgesteld met een analyse van kosten en baten. Hieruit zou blijken dat de kosten en baten positief uitpakken, ook bij een lagere ingebruikname dan verwacht. Kunt u uiteenzetten welke risico’s op lock-in en lock-out in de analyse naar voren zijn gekomen?

Antwoord

In deze analyse is geïdentificeerd dat er, zonder aanvullende waarborgen, mogelijk risico op «vendor lock-in» zou kunnen ontstaan. Om dit risico te adresseren schrijft de voorgestelde verordening voor dat EBW-houders hun gegevens (zoals identificatiegegevens en attesteringen, logbestanden, interactiegegevens) in een gestructureerd, algemeen gebruikt en machine-leesbaar formaat moeten kunnen exporteren, zowel op eigen verzoek als bij beëindiging van de dienstverlening. Met deze maatregel wordt het risico op vendor lock-in verlaagd, omdat gebruikers hiermee gemakkelijk hun gegevens mee kunnen nemen naar andere aanbieders.

8

De leden van GroenLinks-PvdA wijzen erop dat in het verleden burgers in Nederland onterecht op fraudelijsten van de overheid zijn geplaatst. In sommige gevallen is dergelijke informatie bovendien buiten Nederland gedeeld, met als gevolg dat onschuldige burgers tot op heden worden geconfronteerd met nadelige consequenties. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat fouten niet blijvend doorwerken binnen het systeem van de Europese Business Wallets? Hoe kunnen onterechte registraties als fraudeur uit het systeem worden verwijderd indien achteraf blijkt dat de betrokkene ten onrechte als fraudeur is aangemerkt? En op welke wijze wordt gewaarborgd dat data niet wordt aangewend voor koppeling met derden of profilering?

Antwoord

Uitgangspunt van de voorgestelde verordening is gegevensuitwisseling met een hoog veiligheids- en betrouwbaarheidsniveau. De EBW maakt uitsluitend een koppeling met de gezaghebbende bron voor een gegeven, niet van afgeleide registers die mogelijk niet de juiste weergave geven. De koppeling met de gezaghebbende bron is daarnaast direct, zodat alleen actuele gegevens worden gedeeld en dus ook bij correcties in die gezaghebbende bron uitsluitend de gecorrigeerde gegevens worden gedeeld.

9

Hoe wordt voorkomen dat binnen het systeem van de Europese Business Wallets risicogestuurde fraudedetectie plaatsvindt. Het risico bestaat immers dat bepaalde bevolkingsgroepen daarbij disproportioneel aan het toezicht worden onderworpen, bijvoorbeeld op basis van etniciteit, waardoor zij vaker met negatieve consequenties worden geconfronteerd dan andere groepen burgers.

Antwoord

De voorgestelde verordening bevat geen bepalingen met betrekking tot risicogestuurde fraudedetectiesystemen.

10

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen wie de civielrechtelijke en/of bestuursrechtelijke aansprakelijkheid draagt als de data of diensten van Business Wallets op onrechtmatige wijze worden gebruikt.

Antwoord

De voorgestelde verordening bevat geen aanvullende bepalingen met betrekking tot civielrechtelijke aansprakelijkheid. De reguliere bepalingen uit het (Europese) privaatrecht zijn daarom van toepassing op de privaatrechtelijke verhoudingen rondom EBW's. De voorgestelde verordening schrijft met betrekking tot bestuursrecht voor dat inbreuken op de verordening door EBW-aanbieders onderworpen zijn aan administratieve boetes van hoogstens 2% van de totale wereldwijde jaaromzet.

11

Hoe verhoudt het uitgangspunt dat handelingen via de Business Wallets dezelfde rechtsgevolgen zullen hebben als papieren processen zich tot het Nederlandse procesrecht, en in het bijzonder het bewijsrecht?

Antwoord

Het uitgangspunt dat handelingen via de Business Wallets dezelfde rechtsgevolgen zullen hebben als papieren processen, is in lijn met het reeds van toepassing zijnde kader rondom elektronische attesteringen van attributen in de eIDAS-verordening. Dit uitgangspunt is een belangrijk onderdeel, dat ervoor zorgt dat EBW-houders kunnen vertrouwen op de rechtskracht van via EBW's uitgewisselde gegevens.

De voorgestelde verordening doet geen afbreuk aan de procedurele autonomie, de grondwettelijke vereisten en de justitiële onafhankelijkheid die de organisatie en de werking van de nationale rechtsstelsels beheersen, noch aan het kader, de integriteit en de procedurele waarborgen van gerechtelijke procedures.

12

Wat zijn de governance mechanismen bij dit voorstel.

Antwoord

De voorgestelde verordening regelt dat de toezichthouder voor EBW-aanbieders gelijk is aan de toezichthouder voor de eIDAS-verordening (in Nederland de RDI). Het kabinet zet zich er in de behandeling voor in dat de aanwijzing van nationale toezichthouders een nationale bevoegdheid blijft. De nationale toezichthouder wordt bevoegd voor zowel de toelating van als het toezicht op EBW-aanbieders. Daartoe krijgt zij een (nationaal te regelen) boetebevoegdheid voor overtredingen van de verordening.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

13

Allereerst lezen deze leden in het BNC-fiche dat de implementatietermijn van 24 maanden voor overheidsinstanties volgens het kabinet te kort is. Bovendien meent het kabinet dat de geschatte opstartkosten van € 76.500 in het eerste jaar te laag door de Europese Commissie worden ingeschat en voor publieke instanties hoger zullen uitvallen. Wat gaat u hieraan doen?

Antwoord

Publieke instanties moeten weten wat hun verplichtingen zijn, op welke wijze ze daaraan kunnen voldoen en wat de kosten zullen zijn. Het kabinet zet zich er dan ook bij de lopende raadsonderhandelingen voor in dat de financiële- en uitvoeringslasten proportioneel en niet onevenredig zullen zijn. Dit doen we enerzijds door erop in te zetten dat een EBW bezitten niet verplicht gesteld wordt voor publieke organisaties, anderzijds door in te zetten op meer realistische implementatietermijnen, die momenteel door het kabinet als te kort worden gezien.

14

De leden van de BBB-fractie merken op dat het voorstel aanstuurt op «digital by default». Deze leden zijn van mening dat er altijd sprake moet zijn van een menselijke maat. Kunt u garanderen dat ondernemers die voorkeur geven aan persoonlijk contact of papieren communicatie niet worden uitgesloten van overheidsdienstverlening, zoals het kabinet in het BNC-fiche zelf als zorgpunt benoemd?

Antwoord

Het kabinet steunt Europese initiatieven om de infrastructuur van het economisch vrij verkeer binnen de interne markt te moderniseren en zo de dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd vindt het kabinet het belangrijk om burgers en ondernemers centraal te zetten in de publieke dienstverlening en te voorkomen dat bedrijven uitgesloten worden van publieke dienstverlening. De voorgestelde verordening laat lidstaten ook vrij om alternatieve vormen van digitale en niet-digitale dienstverlening te blijven aanbieden, naast het gebruik van de European Business Wallet en het kabinet zal zich hiervoor blijven hardmaken.

15

De aan het woord zijnde leden lezen dat de Business Wallets in beginsel door de markt worden ontwikkeld en aangeboden. Waarom moeten ondernemers investeren in een systeem dat de overheid eigenlijk als basisvoorziening zou moeten faciliteren? En leidt dit niet tot afhankelijkheid van grote (voornamelijk Amerikaanse) techbedrijven?

Antwoord

Het kabinet steunt de marktgerichte aanpak omdat dit innovatie en concurrentie bevordert en aansluit bij het bestaande Europese kader voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten. Daarnaast zal een marktgerichte aanpak beter kunnen inspelen op de verschillende behoeftes van ondernemers en organisaties. Voor ondernemers is gebruik van een EBW vrijwillig.

De voorgestelde verordening voorkomt juist dat aanbieders van EBW’s onder zeggenschap of controle staan van (entiteiten uit) derde landen; daarmee worden ongewenste afhankelijkheden en extraterritoriale beïnvloeding beperkt en Europese open strategische autonomie versterkt.

16

Deze leden vragen voorts of de privacy en veiligheid van onze bedrijfsgegevens wel voldoende is gewaarborgd als alle gegevens in één enorme digitale kluis worden gestopt. Zij ontvangen graag een toelichting.

Antwoord

EBW-aanbieders moeten voldoen aan de in de voorgestelde verordening gestelde eisen aan vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, interoperabiliteit en beschikbaarheid van EBW's. Aanvullend worden zij in het voorgestelde Cybersecurity Package15 onderworpen aan de strenge cybersecurity vereisten voor essentiële entiteiten. De hierbij behorende eisen gelden het nemen van passende beveiligingsmaatregelen, zoals risicobeheer en bedrijfscontinuïteitsplannen, een meldplicht bij incidenten. Daarnaast vallen essentiële entiteiten onder streng, proactief toezicht.

17

Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat ook niet-EU bedrijven gebruik kunnen maken van Europese Business Wallets. Waarom ervoor wordt gekozen om onze digitale soevereiniteit te delen met partijen buiten de EU? Zij ontvangen graag een toelichting.

Antwoord

Veel EU-bedrijven hebben handelsrelaties met bedrijven buiten de Europese Unie en vice versa. Daarom is het belangrijk dat ook niet-EU-bedrijven voor veilige gegevensuitwisseling gebruik kunnen maken van oplossingen die interoperabel zijn met de EBW's van EU-bedrijven. Voor een uitgebreider antwoord met betrekking tot digitale soevereiniteit verwijs ik u naar het antwoord op vraag 3.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de D66

18

Allereerst lezen de leden van de D66-fractie in het BNC-fiche dat het kabinet verwacht dat de kosten die de EBW-verordening met zich meebrengt voor publieke instanties hoger zullen uitvallen dan door de Europese Commissie wordt ingeschat. Deze leden vragen waarop het kabinet deze verwachting baseert.

Antwoord

Deze inschatting volgt uit de kosteninschatting van de Europese Commissie16 die is berekend op basis van een gemiddelde publieke instantie in Europa met 5000 inwoners. Aangezien veel Nederlandse publieke instanties groter zijn dan 5000 inwoners, kunnen de kosten potentieel hoger uitvallen.

19

Voorts lezen deze leden in het BNC-fiche dat de EBW-verordening de mogelijkheid openlaat voor het gebruik van Europese Business Wallets door entiteiten uit derde landen. Het kabinet geeft aan dat het gebruik van Europese Business Wallets in derde landen de economische voordelen kan versterken. Tegelijkertijd plaatst het kabinet de kanttekening dat het accepteren van vergelijkbare oplossingen uit derde landen te verenigen moet zijn met onder meer het voorkomen van afhankelijkheden en het garanderen van veiligheid en betrouwbaarheid van gegevens. Deze leden vragen of u ermee eens bent dat deze overwegingen als (harde) voorwaarden moeten worden gezien en niet opgenomen moeten worden in een breder afwegingskader waarin bijvoorbeeld ook economische belangen een rol spelen.

Antwoord

Een van de kerndoelstellingen van de introductie van EBW's binnen de EU is, net als geldt voor het bredere stelsel van vertrouwensdiensten, veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling. Andere doelstellingen van de voorgestelde verordening zijn versterking van het concurrentievermogen en de digitale soevereiniteit van de Europese Unie. Ik ben het ermee eens dat alle op deze voorgestelde verordening te baseren besluiten in lijn moeten zijn met deze kerndoelstellingen.

20

Tot slot vragen de leden van de D66-fractie hoe het voorstel zich verhoudt tot de uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Zit de EBW-verordening de uitvoering van de NDS in de weg of is het juist een mooie aanvulling? Deze leden zien namelijk overeenkomsten met prioriteiten uit de NDS, zoals het opzetten van een federatief datastelsel in Nederland.

Antwoord

De voorgestelde verordening is in de ogen van het kabinet een goede potentiële versterking op verschillende prioriteiten onder de NDS. Zo kunnen EBW’s publieke dienstverlening simplificeren en veiliger maken (Prioriteit 4 Burgers en Ondernemers Centraal) en de digitale weerbaarheid en autonomie versterken (Prioriteit 5). De afspraken in het Federatief Datastelsel kunnen mogelijk helpen om de EBW op een gestandaardiseerde en verantwoorde manier te vullen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

21

De leden van de PVV-fractie lezen dat het gebruik van Europese Business Wallets vrijwillig is. In artikel 21 van de EBW-verordening wordt echter bepaald dat de Europese Commissie de toepassing van deze verordening evalueert en daarover verslag uitbrengt bij het Europees Parlement en de Raad waarin onder andere wordt beoordeelt «of het nodig is het toepassingsgebied van deze verordening of haar specifieke bepalingen te wijzigen, teneinde een verplichting tot het gebruik van de Europese portemonnees voor ondernemingen vast te stellen om het risico van juridische versnippering tegen te gaan». Hoe beoordeelt u de voorgestelde «verplichting tot het gebruik van de Europese portemonnees voor ondernemingen»? Acht u een dergelijke verplichting onwenselijk, en deelt u de opvatting dat vrijwilligheid het uitgangspunt dient te blijven?

Antwoord

Ik ondersteun het uitgangspunt van de voorgestelde verordening dat het gebruik van EBW's voor bedrijven vrijwillig moet zijn. Ik ondersteun ook de doelstellingen van de voorgestelde verordening om administratieve complexiteit en versnippering tegen te gaan, om te zorgen voor lastenverlichting voor het Europese bedrijfsleven. Uit toekomstige evaluatie zal moeten blijken of aanvullende waarborgen nodig zijn om deze doelstellingen te realiseren.

22

De leden van de PVV-fractie vragen voorts of u kunt uitsluiten dat de Europese Business Wallets in de toekomst door de fiscus als controle-instrument zullen worden aangewend.

Antwoord

De voorgestelde verordening bevat een verplichting voor publieke instanties om EBW's van bedrijven te accepteren voor bepaalde toepassingen. Daarbij gaat het om identificatie en authenticatie, ondertekening en verzegeling, het indienen van documenten en het verzenden of ontvangen van meldingen in het kader van het voldoen aan een rapportageverplichting of het vervullen van een administratieve procedure. Overheidsinstanties, waaronder de Belastingdienst, zullen daarom hun systemen moeten inrichten om EBW's te kunnen accepteren voor deze toepassingen.

23

Daarnaast lezen de leden van de PVV-fractie in het BNC-fiche dat het voorstel bijdraagt aan een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG. Welke uitzonderingsposities die de AVG biedt, zijn van toepassing op de EBW-verordening? En zijn deze verankerd in de Uitvoeringswet AVG?

Antwoord

De voorgestelde verordening bevat geen uitzonderingen op of afwijkingen van de AVG. Het toepassingsbereik van de AVG is daarom van overeenkomstige toepassing op persoonsgegevens verwerkt in het kader van de voorgestelde verordening.

24

Tot slot merken de leden van de PVV-fractie op dat België, als voortrekker in de EU, een nieuw digitaal instrument heeft ingevoerd: het verplichte e-facturatieplatform Peppol. De massale toepassing zou de digitale volwassenheid van de Belgische ondernemingen en hun bereidheid om efficiëntiewinst te realiseren bevestigen, aldus de Belgische ondernemersorganisatie VBO. Sindsdien worden kleine ondernemers echter vooral geconfronteerd met hogere kosten en meer administratieve rompslomp. Veel ondernemers geven aan tijdsverlies te ervaren door implementatie en ICT-problemen. Ook is voor kleine ondernemers het digitaliseren van de facturatie onnodig ingewikkeld. Heeft u kennisgenomen van de ervaringen met Peppol in België? Op welke wijze denkt u vergelijkbare problemen bij de EBW-verordening te voorkomen?

Antwoord

Ik heb kennisgenomen van de opstartproblemen die in België worden ervaren bij de softwareleveranciers die toegang geven tot Peppol. Inmiddels maakt een recordaantal ondernemingen gebruik van de Peppol-infrastructuur tegen relatief lage kosten. Vergelijkbare problemen worden onder de voorgestelde verordening niet verwacht. De voorgestelde verordening bevat immers geen verplichting voor bedrijven om deel te nemen. Daarnaast zal de EBW door bedrijven niet voor één specifiek proces, maar breed gebruikt kunnen worden. Het doel van de EBW is juist het verminderen van administratieve lasten.

Voor een uitgebreider antwoord met betrekking tot vrijwillige ingebruikname verwijs ik u naar het antwoord op vraag 5.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

25

De leden van de SP-fractie merken op dat Nederland al een soortgelijk digitaal platform voor ondernemers kent, namelijk eHerkenning. In hoeverre wijkt dit Europese voorstel af van de functionaliteiten van eHerkenning? Hoe verhouden de Europese Business Wallets zich tot eHerkenning? Is het de bedoeling dat eHerkenning wordt vervangen door Europese Business Wallets? En was u ten tijde van de ontwikkeling van eHerkenning op de hoogte van dit Europese voorstel?

Antwoord

Het is niet de bedoeling dat eHerkenning wordt vervangen door EBW's, omdat de kernfunctionaliteit van beide systemen verschillend is. eHerkenning regelt alleen het door bedrijven en organisaties kunnen inloggen, terwijl de kernfunctionaliteit van een EBW gericht is op veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling. Het behoort zelfs tot de mogelijkheden dat eHerkenning en EBW's in samenhang met elkaar zullen gaan werken.

26

Deze leden vragen voorts hoe de beveiliging van gevoelige informatie wordt gewaarborgd in de EBW-verordening. Is er al duidelijkheid over welke partij(en) deze software moeten ontwikkelen?

Antwoord

Voor een uitgebreider antwoord met betrekking tot de aan EBW-aanbieders gestelde veiligheidseisen verwijs ik u naar het antwoord op vraag 16. EBW's kunnen worden ontwikkeld en uitgegeven door EBW-aanbieders die voldoen aan de in de voorgestelde verordening aan hen gestelde eisen.

27

Hoe worden situaties zoals die rondom DigiD voorkomen, waarbij landen buiten de EU mogelijk gevoelige informatie van ondernemers en overheidsinstanties komen te bezitten?

Antwoord

De voorgestelde verordening voorkomt dat aanbieders van EBW’s onder zeggenschap of controle staan van (entiteiten uit) derde landen. Voor een uitgebreider antwoord met betrekking tot digitale soevereiniteit verwijs ik u naar het antwoord op vraag 3.

28

De leden van de SP-fractie merken tot slot op dat er bij verschillende overheidsinstanties problemen zijn met de ICT-faciliteiten, bijvoorbeeld bij de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie. Gelet op het feit dat Nederland al een zeer vergelijkbaar systeem heeft, namelijk eHerkenning, menen deze leden dat de middelen voor de Europese Business Wallets beter kunnen worden ingezet voor het oplossen van ICT-problemen bij overheidsinstanties. Deelt u deze mening? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, aangezien de kernfunctionaliteiten van beide systemen verschillend zijn. Het stelsel van eHerkenning regelt slechts het inloggen door bedrijven en organisaties, terwijl de beoogde kernfunctionaliteit van EBW’s gericht is op veilige en betrouwbare (grensoverschrijdende) gegevensuitwisseling en leiden tot administratieve lastenverlichting voor ondernemers en publieke organisaties, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van rapportageverplichtingen. De EBW biedt dan ook kansen voor allerlei publieke dienstverlening en vereenvoudiging van ICT-processen.


X Noot
1

Samenstelling:

Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Kanis (D66), Lievense (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Panman (BBB) (ondervoorzitter), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

COM(2025)838.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 6–7.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 4.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 14.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 12.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 16.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 4.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 12.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 13.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 13.

X Noot
13

Kristof Simoens, «Peppol is de nagel aan de doodskist van de kleine zelfstandige: «het kost me alleen maar geld en tijd», 19 februari 2026, https://www.made-in.be/oost-vlaanderen/peppol-is-de-nagel-aan-de-doodskist-van-de-kleine-zelfstandige-het-kost-me-alleen-maar-geld-en-tijd/.

X Noot
14

Proposal for a Regulation for the EU Cybersecurity Act (COM(2026) 11).

X Noot
15

Proposal for a Regulation for the EU Cybersecurity Act (COM(2026) 11).

X Noot
16

Uit het Staff Working Document, het bij het voorstel gevoegde uiteenzettende document.


X Noot
1

Samenstelling:

Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Goossen (BBB), Hartog (Volt), Van Hattem (PVV), Janssen (SP), Kanis (D66), Lievense (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Panman (BBB) (ondervoorzitter), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

COM(2025)838.

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 6–7.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 4.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 14.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 12.

X Noot
8

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 16.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 4.

X Noot
10

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 12.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 13.

X Noot
12

Kamerstukken I 2025/26, 36 890, C, p. 13.

X Noot
13

Kristof Simoens, «Peppol is de nagel aan de doodskist van de kleine zelfstandige: «het kost me alleen maar geld en tijd», 19 februari 2026, https://www.made-in.be/oost-vlaanderen/peppol-is-de-nagel-aan-de-doodskist-van-de-kleine-zelfstandige-het-kost-me-alleen-maar-geld-en-tijd/.

X Noot
14

Proposal for a Regulation for the EU Cybersecurity Act (COM(2026) 11).

X Noot
15

Proposal for a Regulation for the EU Cybersecurity Act (COM(2026) 11).

X Noot
16

Uit het Staff Working Document, het bij het voorstel gevoegde uiteenzettende document.

Naar boven