36 890 Digitaal pakket van de Europese Commissie COM(2025)835, COM(2025)836, COM(2025)837, COM(2025)838

F BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR DIGITALISERING EN ECONOMISCHE ZAKEN & KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 februari 2026

De vaste commissies voor Digitalisering en Economische Zaken & Klimaat en Groene Groei hebben in hun vergadering van 10 februari 2026 besloten op basis van artikel 38, lid g van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer (RvO) de Kamer te willen voorstellen rapporteurs te benoemen bij de behandeling van twee omvangrijke verordeningsvoorstellen van de Europese Commissie. Het gaat hierbij om de voorstellen

  • COM(2025)836 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689 en (EU) 2018/1139 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (Digitale omnibus inzake AI)

  • COM(2025)837 Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2018/1724, (EU) 2018/1725 en (EU) 2023/2854 en Richtlijnen 2002/58/EC, (EU) 2022/2555 en (EU) 2022/2557 wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2018/1807, (EU) 2019/1150, (EU) 2022/868 en Richtlijn (EU) 2019/1024 (Digitale omnibus),

Op verzoek van de commissies hebben de leden Fiers, Panman en Van de Sanden vervolgens een gemotiveerd voorstel uitgewerkt waarin, conform artikel 40, lid 2 RvO, de opdracht van de rapporteurs, een indicatie van de duur van de werkzaamheden en een indicatie van de benodigde ambtelijke ondersteuning zijn opgenomen. In de vergadering van beide genoemde commissies van 24 februari 2026 hebben de commissies ingestemd met dit gemotiveerd voorstel en besloten bijgevoegd voorstel aan de Kamer voor te leggen ter besluitvorming.

De leden Fiers en Van de Sanden hebben de bereidheid uitgesproken het rapporteurschap op zich te nemen en de commissies stellen de Kamer voor deze beide leden te benoemen tot rapporteur.

De voorzitter van de commissie Digitalisering, G. Veldhoen

De voorzitter van de commissie Economische Zaken & Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

GEMOTIVEERD VOORSTEL EX ARTIKEL 40 REGLEMENT VAN ORDE

Aan:

De Voorzitter van de Eerste Kamer

Van:

De leden van de commissies voor Digitalisering

De leden van de commissie voor Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei

Betreft:

Gemotiveerd voorstel ex artikel 40 Reglement van Orde Eerste Kamer inzake de benoeming rapporteurs bij de behandeling van twee wetgevende voorstellen van de Europese Commissie in het Digitale pakket1:

  • COM(2025)836 Digitale Omnibus inzake AI2

  • COM(2025)837 Digitale Omnibus3

Datum:

24 februari 2026

1. Aanleiding

De Europese Commissie heeft op 19 november 2025 het zogeheten «Digitaal pakket» ingediend, waaronder twee wetgevende initiatieven vallen die in de commissies voor Digitalisering en voor Economische Zaken/Klimaat en Groene Groei al tot intensieve behandeling hebben geleid: COM(2025)836 Digitale Omnibus inzake AI en COM(2025)837 Digitale Omnibus. Deze voorstellen strekken volgens de Europese Commissie – kortheidshalve samengevat – tot vereenvoudiging en stroomlijning van bestaande digitale regelgeving, met name op het terrein van data, AI en gegevensbescherming, teneinde innovatie en concurrentiekracht van de EU en haar lidstaten te versterken en de regeldruk te verminderen met behoud van het bestaande beschermingsniveau op het gebied van persoonsgegevens en fundamentele rechten.

De commissies voor Digitalisering en voor Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei hebben deze voorstellen bestudeerd en hierover een technische briefing ontvangen. Mede op basis daarvan is vastgesteld dat de voorstellen omvangrijk en complex zijn alsmede potentieel verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Deze kunnen onder meer bestaan uit mogelijke wijzigingen en/of herinterpretaties van verplichtingen die voortvloeien uit de AVG, de AI Act, de Data Act en andere relevante digitale regelgeving.

Daarnaast roept het pakket belangrijke vragen op met betrekking tot rechtsstatelijke waarborgen, uitvoerbaarheid, toezicht, regeldruk en het beschermingsniveau van grondrechten, alsmede de verhouding tot het EU-Handvest, het EVRM, de Nederlandse Grondwet en het bredere Europese kader voor AI en digitale regelgeving. Deze zorgen zijn onlangs ook geuit door de Europese toezichthouders European Data Protection Board en European Data Protection Supervisor.45

Voortvarendheid en continuïteit in de parlementaire behandeling van dit dossier zijn van bijzonder belang, mede gelet op de aanzienlijke tijdsdruk die voortvloeit uit de voortvarende Europese besluitvorming van met name de Digitale Omnibus inzake AI en de samenhang met lopende digitale wetgevingstrajecten. Een efficiënte, gestructureerde en verdiepend-analytische behandeling ligt daarom in de rede.

De commissies hebben in gezamenlijke vergadering op 10 februari 2026 de leden Van de Sanden, Fiers en Panman verzocht om een gemotiveerd voorstel op te stellen als bedoeld in artikel 40 lid 2 van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer («RvO»), waarin de Kamer wordt uitgenodigd te besluiten tot de benoeming van een of meer rapporteurs bij de behandeling van de Digitale Omnibus inzake AI en de Digitale Omnibus.

2. Wenselijkheid benoeming rapporteur(s)

Gelet op de omvang, complexiteit en multidisciplinaire aard van beide omnibussen hebben de genoemde commissies het gezamenlijk wenselijk geoordeeld om de Kamer voor te stellen gebruik te maken van het instrument rapporteurschap als bedoeld in artikel 38, lid g van het RvO.

De beide omnibusvoorstellen, verordeningen met directe doorwerking in de nationale rechtsorde, wijzigen bestaande Europese digitaliserings- en AI-wetgeving (en raken aan de nationale implementatie en uitvoering van deze wetgeving). De voorstellen hebben consequenties op het vlak van gegevensbescherming en grondrechten, uitvoerbaarheid en toezicht, regeldruk en economische effecten.

Benoeming van een of meerdere rapporteurs maakt het mogelijk deze verschillende dimensies integraal, tijdig en systematisch te analyseren en de Kamer en de betrokken commissies gedurende het Europese besluitvormingsproces tijdig en adequaat te informeren zodat de Eerste Kamer haar grondwettelijke taak optimaal geïnformeerd kan vervullen. Het op de voet volgen van de voorgestelde maatregelen is te meer van belang omdat het wetgevingsproces in Brussel nog in volle gang is.

De leden van de commissies is verzocht bij de leden Van de Sanden, Fiers en Panman aan te geven welke informatiebehoefte zij hebben met betrekking tot de beide omnibusvoorstellen. Een aantal leden heeft deze gedeeld, mede op basis waarvan dit «gemotiveerd voorstel» conform artikel 40 RvO is geformuleerd.

3. Hoofdlijnen van de voorgestelde opdracht

De hoofdopdracht van de rapporteur(s) inzake de Digitale Omnibus inzake AI en de Digitale Omnibus is het ondersteunen van de informatiepositie van de Eerste Kamer met het oog op haar controletaak in casu en gegeven de protocollen betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie6 en betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid7.

Door middel van het systematisch in kaart brengen van de reikwijdte, samenhang en gevolgen van de voorgestelde EU-verordeningen en het vergaren van informatie over het krachtenveld en het inwinnen van expertise van derden kunnen de rapporteurs ondersteuning bieden aan de leden met het oog op hun controle van de kabinetsinzet bij de besprekingen in de Raad of het voeren van een dialoog met de Europese Commissie.

Bij de invulling van de opdracht kunnen de volgende activiteiten ondernomen worden:

  • De rapporteur(s) kunnen relevante deskundigen, adviesorganen, wetenschappers en toezichthouders en stakeholders raadplegen en daarvan verslag(en) uitbrengen aan de commissies, met inachtneming van de ondersteunende en reflectieve rol van het rapporteurschap ten behoeve van de Eerste Kamer.

  • De rapporteur(s) kunnen voorstellen doen aan de commissies tot het houden van een deskundigenbijeenkomst;

  • De rapporteur(s) kunnen informatie inwinnen bij de Europese Commissie en het Europees Parlement en daarvan verslag uitbrengen aan de commissies;

  • De rapporteurs kunnen een voorstel doen aan de commissies met betrekking tot gewenste informatie-afspraken met het kabinet, in het kader van het overleg over het parlementair voorbehoud waartoe de Kamer – naar verwachting – op 24 februari 2026 zal besluiten.

  • De rapporteur(s) kunnen voorstellen doen aan de commissies met betrekking tot (verdere) behandelopties in het kader van de Europese werkwijze van de Eerste Kamer;

  • De rapporteur(s) treden, met inachtneming de eigenstandige staatsrechtelijke positie en rol van de Eerste Kamer en haar onafhankelijke oordeelvorming, in overleg met (de rapporteurs van) de Tweede Kamer teneinde na te gaan waar samenwerking of afstemming mogelijk is ten behoeve van de versterking van de informatiepositie van beide Kamers.

De rapporteur(s) ontplooien hun activiteiten met in het bijzonder aandacht voor de volgende aspecten:

  • de juridische en constitutionele aspecten van de voorstellen, waaronder de verhouding tot het EU-Handvest, het EVRM, de Nederlandse Grondwet en het bredere EU-kader voor AI en digitale regelgeving;

  • de gevolgen voor het beschermingsniveau van persoonsgegevens en andere fundamentele rechten, mede in het licht van mogelijke wijzigingen of herinterpretaties van verplichtingen voortvloeiend uit onder meer de AVG, de AI Act, de Data Act en aanverwante digitale regelgeving;

  • de relevante publieke en economische belangen, waaronder uitvoerbaarheid, regeldruk en regelkosten (inclusief implementatie- en privacyaspecten), alsmede de gevolgen voor burgers, bedrijven en uitvoeringsorganisaties;

  • De effecten op het Europees en nationaal toezicht;

  • de samenhang met lopende EU- en nationale wetgevings- en beleidsontwikkelingen op het terrein van digitalisering, data en AI.

De rapporteur(s) voeren hun werkzaamheden uit binnen negen maanden. Na afronding van hun werkzaamheden brengen zij rapport uit aan de Eerste Kamer over de verrichte werkzaamheden.

Tevens doen de rapporteur(s) hun eindrapport vergezeld gaan van een beknopte reflectie op hun ervaringen met het instrument rapporteurschap, mede gelet op het feit dat dit instrument in deze context voor het eerst wordt toegepast, teneinde de Eerste Kamer inzicht te bieden in de werking, meerwaarde en eventuele aandachtspunten bij toekomstige inzet van dit instrument.

4. Twee rapporteurs

Gelet op de breedte van het dossier, de te ondernemen activiteiten en de intensiteit van de Europese besluitvorming, ligt het in de rede om twee rapporteurs te benoemen.

5. Profiel rapporteur(s)

Gelet op de aard van het Digital Omnibus-pakket en de in artikel 40 RvO bedoelde rol van rapporteurs ligt het in de rede dat de te benoemen rapporteurs gezamenlijk beschikken over complementaire profielen,

De rapporteurs hebben aantoonbare affiniteit met het onderwerp van de Digitale Omnibussen en kennis van Europese wetgeving en de parlementaire behandeling van EU-dossiers,

Daarnaast beschikken de rapporteurs over kennis en ervaring op het gebied van juridische en constitutionele vraagstukken, digitalisering, bestuurlijke en organisatie- en uitvoeringsaspecten.

Tot slot beschikken de rapporteurs over analytische en communicatieve vaardigheden en zijn ze in staat om onafhankelijk te kunnen opereren ten dienste van de gehele Kamer.

Het is belangrijk dat de rapporteur(s) gedurende de looptijd van het rapporteurschap voldoende tijd beschikbaar hebben.

6. Duur en ondersteuning

Voorgesteld wordt de rapporteur(s) in beginsel te benoemen voor de duur van negen maanden. De rapporteurs wordt verzocht een eindrapport uit te brengen aan de Kamer na afronding van hun werkzaamheden en daarbij te reflecteren op hun ervaringen met het instrument «rapporteur».

Gelet op de omvang en complexiteit van het dossier wordt ambtelijke ondersteuning met een omvang van gemiddeld 0,5 fte aangewezen geacht, bestaande uit juridische en digitale inhoudelijke expertise, analyse van EU-documenten, monitoring van Europese en nationale ontwikkelingen, verslaglegging, coördinatie van consultaties en ondersteuning bij het eindrapport. De griffie zal bezien of (specifieke) externe ondersteuning noodzakelijk is.


X Noot
2

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689 en (EU) 2018/1139 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (digitale omnibus inzake AI)

X Noot
3

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2018/1724, (EU) 2018/1725 en (EU) 2023/2854 en Richtlijnen 2002/58/EC, (EU) 2022/2555 en (EU) 2022/2557 wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2018/1807, (EU) 2019/1150, (EU) 2022/868 en Richtlijn (EU) 2019/1024 (digitale omnibus)

X Noot
6

Pb.EU C310/204, 16 december 2014

X Noot
7

Pb.EU C310/207, 16 december 2014


X Noot
2

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2024/1689 en (EU) 2018/1139 wat betreft vereenvoudiging van de uitvoering van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (digitale omnibus inzake AI)

X Noot
3

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/679, (EU) 2018/1724, (EU) 2018/1725 en (EU) 2023/2854 en Richtlijnen 2002/58/EC, (EU) 2022/2555 en (EU) 2022/2557 wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2018/1807, (EU) 2019/1150, (EU) 2022/868 en Richtlijn (EU) 2019/1024 (digitale omnibus)

X Noot
6

Pb.EU C310/204, 16 december 2014

X Noot
7

Pb.EU C310/207, 16 december 2014

Naar boven